THEMA

IS DE BTW-BEHANDELING VAN HORECABEDRIJVEN WEL CONFORM EU-RECHT?

De precieze inhoud van het bezwaarschrift is niet openbaar gemaakt maar het komt er meer dan waarschijnlijk op neer dat de door een restaurant verrichte prestaties als één dienst tegen het verlaagde btw-tarief moet worden gezien. Toepassing verlaagd btw-tarief De Btw-richtlijn 2006/112/EC bepaalt in Annex III dat het verlaagde tarief geldt voor: "Foodstuffs (including beverages but excluding alcoholic beverages) for human and animal consumption; ...." en dit volgt ook uit de toelichting op Tabel I bij de Wet OB, besluit nr. BLKB2014/123M. In paragraaf 5, POST A 1 van het besluit is aangegeven "Alcoholhoudende dranken zijn steeds onderworpen aan het algemene btw-tarief." In de toelichting bij post B 12 is voor de verstrekking van mixdranken in het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension-, en aanverwant bedrijf een goedkeuring gegeven: "... kan het verlaagde tarief worden toegepast op dat deel van de verkoopprijs dat is toe te rekenen aan de alcoholvrije bestanddelen" en "Als de mixdrank meer dan 1,2% alcohol bevat, is het algemene tarief van toepassing." De crux van de lopende bezwaarprocedure ligt in de laatste toelichting en de vraag of de Nederlandse uitleg van post B 12 wel conform EU-recht is. Invulling restaurant- en cateringdiensten In de verordening van 15 maart 2011, nr. 282/2011/EU (op 1 juli 2011 in werking getreden) worden verschillende begrippen nader ingevuld, waaronder restaurant- en cateringdiensten alsmede het onderscheid tussen deze diensten en de behandeling daarvan. Artikel 6 van de verordening maakt geen onderscheid tussen alcoholhoudende dranken en niet-alcoholhoudende dranken, beide vallen volgens de letterlijke tekst onder de verleende dienst tegen verlaagd tarief. Voor de aanwezigheid van één restaurant- of cateringdienst is - conform de behandeling van andere gemengde diensten/prestaties - essentieel dat de verstrekking van voedingsmiddelen en/of dranken slechts een ondergeschikt deel is van de volledige dienst. De dienstverlening moet voldoende zijn om "directe consumptie" mogelijk te maken. De letterlijke tekst bepaalt: "1. Restaurant and catering services mean services consisting of the supply of prepared or unprepared food or beverages or both, for human consumption, accompanied by sufficient support services allowing for the immediate consumption thereof. The provision of food or beverages or both is only one component of the whole in which services shall predominate. Restaurant services are the supply of such services on the premises of the supplier, and catering services are the supply of such services off the premises of the supplier. 2. The supply of prepared or unprepared food or beverages or both, whether or not including transport but without any other support services, shall not be considered restaurant or catering services within the meaning of paragraph 1." Het Hof van Justitie van de EU, nrs. C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09, ECLI:EU:C:2010:55 heeft op 10 maart 2011 (dus vlak voor de nadere invulling opgenomen in verordening 282/2011/EU) een arrest gewezen onder de Zesde richtlijn die nog niet de mogelijkheid bood om een verlaagd tarief in te voeren voor restaurantdiensten, restauratie en cateringdiensten. De hierin gegeven uitleg van deze diensten geldt echter ook onder de Btw-richtlijn. In dit arrest ging het om verstrekkingen in een snackbar, bioscoopfoyers respectievelijk in het kader van een partyservice. Het HvJ oordeelde dat de verstrekkingen in de eerste twee gevallen als een levering moesten worden aangemerkt omdat de geboden voorzieningen zijn beperkt waren. De prestatie van een partyservice was volgens het HvJ meestal een dienst omdat er doorgaans afspraken worden gemaakt over de gerechten, serviesgoed en bedienend personeel ter beschikking wordt gesteld, enzovoorts. Als er echter uitsluitend eenvoudige gerechten worden verstrekt of zeer beperkte diensten worden verleend, is wel sprake van levering. De uitleg in dit arrest is blijkbaar direct verwerkt in de verordening 282/2011/EU en kan dus worden aangehouden voor toetsing aan het criterium "accompanied by sufficient support services allowing for the immediate consumption thereof". Strijdigheid met de Btw-richtlijn? In het kader van de proefprocedure moet er bij het doen van de btw-aangifte er vooralsnog van worden uitgegaan dat het algemene btw-tarief (21%) is verschuldigd over de omzet uit alcoholische dranken. Daarna wordt er bezwaar aangetekend tegen de afdracht op eigen aangifte ter veiligstelling van rechten als later blijkt dat de Nederlandse regeling niet conform de Btw-richtlijn is en er dus 6% omzetbelasting was verschuldigd. Hoe haalbaar is de bezwaarprocedure? Naar onze mening moet er in deze gevallen gewoon worden getoetst of wordt voldaan aan de bovengenoemde eisen voor toepassing van de in artikel 6 van de verordening omschreven regeling, zoals voldoende dienstverlening. Als hieraan wordt voldaan, speelt dan geen rol meer of het al dan niet gaat om alcoholische dranken en is sprake van één dienst tegen het 6%-tarief. Opmerking verdient wel dat het bovengenoemde arrest van 10 maart 2011 ook aansluit bij de soort gerechten en bij simpele gerechten uitgaat van een levering. Artikel 6 van de verordening kent volgens de letterlijke tekst niet een dergelijke toets maar de Belastingdienst kan redelijkerwijs het standpunt innemen dat verstrekking van simpele gerechten buiten doel en strekking van de regeling valt omdat het aspect 'dienstverlening' dan niet aan de orde is. Verstrekking van simpele gerechten komt namelijk heel dicht bij 'kale' levering zodat toepassing van het verlaagde tarief mogelijk concurrentieverstorend zou werken. Er komen dan eveneens de volgende vragen op:
  • Is post B 12 niet te breed omschreven door bijvoorbeeld ook verstrekkingen in het kader van het café-bedrijf onder het verlaagde tarief te brengen?
  • Is het wel handig om de eventuele strijdigheid aan te kaarten als dit mogelijk leidt tot individuele toetsing of méér prestaties die geheel als een levering tegen 21% worden aangemerkt?