THEMA

DE STRIJD OM DE MEDISCHE BTW-VRIJSTELLING

Achtergrond

In artikel 11, lid 1, onderdeel g Wet op de omzetbelasting 1968, is de vrijstelling voor medische diensten geregeld. Eén van de voorwaarden is dat de medische vrijstelling alleen kan worden toegepast indien de dienst wordt verricht door een medische beroepsbeoefenaar die is geregistreerd in het zogenaamde BIG-register. In de zogenoemde zaak ‘Solleveld en Van den Hout-van Eijsbergen’ oordeelde het Hof van Justitie dat vanwege de fiscale neutraliteit soortgelijke diensten voor de BTW niet anders mogen worden behandeld.

De strijd

Wat is nu het punt waarover de strijd wordt gevoerd? Simpel gezegd: ‘Nederland’ koppelt de vrijstelling aan de dienstverrichter (‘de BIG-geregistreerde’), terwijl ‘Europa’ de vrijstelling koppelt aan de dienst zelf! Als een dienst volgens ‘Nederland’ niet en volgens 'Europa' wel is vrijgesteld, dan is het niet onlogisch dat hier rechtspraak over ontstaat. De praktijk heeft zich hier inderdaad gelukkig niet bij neergelegd en meerdere dienstverrichters (‘de niet-BIG-geregistreerden’) zijn gaan procederen. Het resultaat wekt geen verbazing: meermaals is geoordeeld dat ook zij (mits aan alle andere voorwaarden is voldaan) de vrijstelling mogen toepassen. Deze rechtspraak zou de opmaat naar een gelijke behandeling van dezelfde activiteiten door verschillende dienstverleners moeten zijn.

Tussenstand

De staatssecretaris heeft echter na een decennium besloten het beleid te verruimen. De staatssecretaris erkent dat ook de (para)medische handelingen door niet-BIG-beroepsbeoefenaren (bijv. chiropraxie door een chiropractor) of niet-BIG-handelingen door BIG-beroepsbeoefenaren (bijv. acupunctuur door een arts of chiropraxie door een fysiotherapeut) BTW-vrijgesteld kunnen zijn, indien deze van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau zijn. Van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau is, naar zijn mening, sprake als de niet-BIG-beroepsbeoefenaar minimaal beschikt over medische basiskennis of psychosociale basiskennis en een in het besluit afgeronde opleiding heeft. Toch nog steeds blijven kijken naar de persoon die de dienst verricht, zo lijkt het.

Niet conform het Unierecht

De staatssecretaris introduceert hiermee als het ware een opleidingstoets om te bepalen of de medische diensten al dan niet gelijkwaardig zijn. De Hoge Raad oordeelde echter in 2013 dat ook iemand zonder enige (para)medische opleiding (i.c. medische tatoeëerder) de vrijstelling kan toepassen. Op basis van het nieuwe beleid lijkt hiervoor nog steeds geen ruimte te bestaan. Naar mijn mening is daarom het nieuwe beleid nog steeds niet conform het Unierecht. Wenselijk zou zijn als de staatssecretaris in het nieuwe beleid ook een open norm zou hebben geïntroduceerd voor de wijze waarop de gelijkwaardigheid kan worden aangetoond.

Conclusie

Samengevat is het nieuwe beleid een hele stap in de goeie richting is. De medische vrijstelling kan namelijk ook van toepassing zijn op niet-BIG-beroepsbeoefenaren. Helaas introduceert de staatssecretaris wel een opleidingstoets waar de niet-BIG-beroepsbeoefenaar aan moet voldoen om vrijgesteld te kunnen presteren. Zolang de koppeling van de vrijstelling niet wordt gemaakt met de activiteit, lijkt de strijd te blijven. De strijd lijkt geluwd, maar de ongelijkheid is niet weg. Hopelijk blijven er nog medici strijdbaar een zuiver werkende neutraliteit te bereiken. Ik strijd mee!

Seminar BTW actualiteiten

Op 22 april 2016 organiseert Elsevier Nextens het seminar BTW actualiteiten. Hier komen praktische zaken aan bod zoals het beperken van risico’s, nieuwe regels en mogelijkheden voor ondernemers om BTW te besparen. Experts, waaronder mr. Najat Idrissi, gaan in op de wetgeving, geven praktijkvoorbeelden en bespreken ook internationale harmonisering en moderne vormen van ondernemerschap, financiering en media.