THEMA

GEEN RECHTSTREEKS VERBAND TUSSEN VERGOEDING EN DIENST BIJ VERKOOP TELEFOONKAARTEN

Feiten

De leverancier verleent telecommunicatiediensten voor mobiele telefoons via een prepaid systeem. Deze worden verkocht aan winkeliers die deze vervolgens op eigen naam en voor eigen risico verkopen aan particuliere afnemers. De particuliere afnemer (gebruiker) schaft een simkaart aan voor een 06-nummer. Om onder meer te kunnen bellen, moet de gebruiker beltegoed hebben. Dit is een geldbedrag op de kaart dat los gekocht kan worden om op te waarderen. De winkeliers nemen de opwaardeerkaarten over van de leverancier voor 88% voor de nominale waarde van de opwaardeerkaarten van € 10 en € 20 euro (dus € 8,80 respectievelijk € 17,60), en verkopen de kaarten voor de nominale waarde.

Het geschil

Nu is in geschil wat de vergoeding is voor de telecommunicatiediensten die belanghebbende levert aan de uiteindelijke gebruiker. De inspecteur meent dat de nominale waarde betaald door de gebruiker geldt als de vergoeding voor de omzetbelasting. De leverancier vindt daarentegen dat het bedrag dat is ontvangen van de winkeliers (dat wil zeggen 88% van de nominale waarde) de vergoeding is, omdat de winkeliers geen verlengstuk zijn van de leverancier maar de kaarten op eigen naam en voor eigen risico verkopen aan de gebruikers.

Oordeel Hof Den Haag

De inspecteur meent dat de maatstaf van heffing voor die diensten bestaat in de prijs, aangezien dat het bedrag is dat de gebruiker betaalt voor de verkrijging van het beltegoed en daarmee in rechtstreeks verband staat. Gelet op dit uitgangspunt is voor de uitkomst van het geschil beslissend in welke hoedanigheid de winkelier de opwaardeerkaart aan de gebruiker verstrekt. Er moet dus naar de rechtsbetrekking worden gekeken. De winkelier treedt voor de in- en verkoop van de kaarten op als verkoper op eigen naam en voor eigen risico. Hierdoor is er geen rechtstreeks verband tussen de dienst van belanghebbende aan de gebruiker en de vergoeding van de gebruiker aan de winkelier (en niet aan belanghebbende).

Conclusie

Het Hof komt tot het oordeel dat de vergoeding voor de door leverancier aan de gebruiker verrichte telecommunicatiediensten alleen het bedrag behelst dat de leverancier van de winkelier feitelijk ontvangt en dus niet het bedrag dat de gebruiker aan de winkelier betaalt.

Commentaar

De uitspraak is niet een complete verrassing. Ondanks het moeilijk lijkende feitencomplex is de analyse door het hof glashelder. In zoveel woorden wordt gezegd dat de winkelier geen doorgeefluik is. Dit is vergelijkbaar met het beneficial owner concept in de vennootschapsbelasting. Is de winkelier slechts een tussenverbinding of doet de winkelier meer? In dit specifiek geval maakt de dienst het wat complexer omdat alleen de leverancier die (indirect) verleent, echter leidt het feit dat de winkelier bij de verkoop zelfstandig en tegen eigen wil en voor eigen risico opereert tot bovenstaande conclusie.