THEMA

HAKEN EN OGEN AAN OUDEDAGSSPAREN IN EIGEN BEHEER

Oplossingsrichting OSEB

In mijn vorige column ben ik uitgebreid ingegaan op het oudedagssparen in eigen beheer (OSEB). Ik heb uitgelegd dat de fiscus pensioen in eigen beheer steeds onaantrekkelijker gemaakt heeft. Met als gevolg dat pensioen in eigen beheer nauwelijks nog wordt toegepast en het een gecompliceerd verhaal is geworden. Een van de oplossingsrichtingen zou kunnen zijn het zogenoemde OSEB. Er zijn echter twee punten die aandacht vereisen: 1. Bij echtscheiding is het OSEB nadelig voor de partner. 2. Hoe ziet de overgang van het eigen beheer naar het OSEB er uit?

Ter herinnering: hoe ziet het OSEB er in praktijk uit?

Bij het oudedagssparen in eigen beheer kan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) er voor kiezen om jaarlijks een bepaald deel van zijn loon te sparen voor de oude dag. De OSEB-spaarpot wordt jaarlijks opgerent met de marktrente. De oudedagsspaarverplichting komt op de balans en representeert de aanspraak van de DGA. De OSEB-verplichting is fiscaal en commercieel vreemd vermogen. Ook het reeds ingegane pensioen kan de DGA omzetten naar het OSEB. Dat betekent dat de uitkering vervolgens verloopt conform het regime van banksparen. Het OSEB moet op de pensioendatum of bij verkoop van de aandelen in de BV worden omgezet in een lijfrente, een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht, met een recht op jaarlijks gelijkblijvende uitkeringen gedurende 20 jaar.

Bij echtscheiding OSEB nadelig voor partner

Met de omzetting van bestaande aanspraken naar het OSEB ziet niet alleen de DGA, maar ook de partner feitelijk af van pensioen. Het is daarom verstandig om de partner mee te laten tekenen en vooral goed te informeren over wat de omzetting betekent bij scheiding of bij overlijden van de DGA. Zo komt de partner van de DGA die onder huwelijkse voorwaarden is gehuwd, er bekaaid vanaf. Zoals het er nu uitziet zal de jaarlijkse reservering gebaseerd zijn op een staffel, -als de DGA in enig jaar niets reserveert, kan hij dat later niet inhalen-, en zullen de DGA en zijn partner in deze variant wél direct juridisch afdwingbare rechten kunnen genieten op het ‘spaarpotje’. In deze variant zal de partner bij een echtscheiding tevens aanspraak kunnen maken op een deel van de opgebouwde verplichting.

OSEB valt niet onder PW   

Het oudedagssparen in eigen beheer valt echter niet onder de PW (pensioenwet): het pensioenlabeltje ontbreekt want het OSEB is gebaseerd op een reserve en pensioen op aanspraken. Dit heeft grote financiële nadelige gevolgen voor de partner die onder huwelijkse voorwaarden gehuwd is. Het is goed denkbaar dat de partner een compensatie dient te krijgen voor het afzien van zijn of haar (potentiële) afgeleide pensioenaanspraken. De vraag is alleen: wie dient die compensatie dan te betalen? Is dat de BV of de DGA? Probleem is daarnaast dat een juiste compensatie bij de omzetting naar het OSEB eigenlijk niet goed te bepalen is. De partijen zijn namelijk nog niet aan het scheiden. De partner verdient aandacht voor de problemen die ontstaan bij de overheveling naar het OSEB. Het is aan de wetgever of aan de politiek om de ‘vergeten’ partner op de kaart te zetten.

Overgang van eigen beheer naar het OSEB

De overgang van eigen beheer naar het OSEB heeft veel positieve kanten: de regeling is veel eenvoudiger en overzichtelijker geworden, ook voor de DGA. Nadeel van de nieuwe regeling is dat, wanneer er geen maatregelen genomen worden, de partner die in gemeenschap van goederen is getrouwd, na scheiding in een ongunstige situatie terecht dreigt te komen. Naar verwachting komt het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2016 door de Tweede Kamer. Zoals het er nu uitziet zou het OSEB van kracht worden op 1 januari 2017, na deze datum is sparen in eigen beheer niet meer mogelijk en kan de fiscale waardering (als de DGA dat wil) omgezet worden naar het OSEB. Hiervoor dient een overeenkomst te worden opgesteld, vooralsnog is deze vormvrij. Wanneer de DGA niets onderneemt en niet overstapt, wordt het voormalige pensioen in eigen beheer bevroren. Dat betekent dat er nog wel sprake blijft van een zekere stijgende fiscale waarde, maar het pensioen zal niet meer groeien. Het is dus verstandig om tijdig actie te ondernemen.

Voorlopige conclusie

Het OSEB is nog geen gelopen race. Er is nog steeds geen definitieve beslissing genomen, maar er worden wel steeds proefballonnetjes opgelaten. Ik verwacht dat er dit jaar (2016) wel knopen doorgehakt worden. Zodra dat het geval is bericht ik u weer.