THEMA

HEFFING NAAR WERKELIJK VERMOGENSRENDEMENT NOG VER WEG

Nu al uitstel?

Het Tweede Kamerlid Bashir van de SP-fractie had de betreffende motie (Kamerstukken II, 2015/2016, 34 302, nr. 57) ingediend en wilde daarom wel eens weten hoe het ermee stond, maar de reactie van Wiebes belooft al niet veel goeds. De staatssecretaris geeft in de Kamerbrief van 10 mei 2016 namelijk aan dat hij eerst een goed beeld wil krijgen van de verschillende aspecten voordat hij wil gaan nadenken over te maken keuzes. De Tweede Kamer zal op Prinsjesdag 2016 slechts een voortgangsrapportage van dit onderzoek ontvangen; eventuele nadere afspraken over de te nemen stappen kunnen dan pas worden gemaakt. Gezien de (toon van de) antwoorden van Wiebes ligt een uitstel van eventuele plannen voor de hand en sommige vermogensrendementen zullen (vooralsnog) forfaitair worden vastgesteld.

Voortgangsrapportage

De ervaring leert al dat voortgangsrapportages vaak neerkomen op ‘we moeten nog meer gegevens hebben, er zijn nieuwe vraagpunten opgekomen, etc.’. Dus meestal weinig voortgang in de voortgangsrapportage. De motie zelf is ook nog niet echt besproken binnen het kabinet en pas nadat de voortgangsrapportage beschikbaar is zal er een kabinetsbrede bespreking plaatsvinden.

Randvoorwaarden

Inpassen in VIA

Het is onduidelijk hoeveel mankracht er nu vanuit het ministerie van Financiën en Belastingdienst is ingezet op het onderzoek; de staatssecretaris kan dit in elk geval niet aangeven. Waar Wiebes wel, zij het impliciet, duidelijkheid over geeft, is een belangrijke randvoorwaarde van invoering van een nieuwe vermogensrendementsheffing. Hij zegt feitelijk dat invoering naar zijn mening alleen een optie is als de heffing kan worden ingepast in de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA) en zo veel mogelijk kan worden geautomatiseerd.

Financiële instellingen

Een andere randvoorwaarde voor realisatie van een echte vermogensrendementsheffing ligt niet bij de Belastingdienst maar bij de financiële instellingen. In het kader van de huidige forfaitaire vermogensrendementsheffing hebben deze instellingen al de verplichting om gegevens te verstrekken, en bij de introductie van de VIA werd de deadline hiervoor vervroegd en daarmee ook de administratieve lasten. Door de Common Reporting Standard moeten financiële instellingen over 2016 al meer gegevens uitleveren aan de Belastingdienst. De financiële instellingen zullen niet staan te juichen als zij ook nog het werkelijk rendement moeten gaan vaststellen, wat de bedoeling is van de staatssecretaris. Uit de vragen van Bashir kan worden afgeleid dat Duitse financiële instellingen in staat zijn de juiste administratie bij te houden en blijkbaar zelfs de vermogensrendementsheffing uitvoeren. Wiebes heeft de Duitse belastingdienst gevraagd ‘hoe ze dat doen’ en hij verwacht nog voor de zomer antwoord. Wij achten het niet uitgesloten dat ook in Nederland de heffing door financiële instellingen wordt uitgevoerd gezien de richting die de Belastingdienst steeds meer kiest.

Werkelijk rendementsheffing op korte termijn haalbaar?

Wiebes heeft eerder aangegeven een werkelijk rendementsheffing niet werkbaar te vinden en stelde, zonder verdere onderbouwing, dat omringende landen die naar het werkelijk rendement op vermogen heffen hierop zouden willen terugkomen. Nu moet de staatssecretaris deze alternatieve box 3-heffing onder druk van de Kamer alsnog gaan uitwerken en hierop actie ondernemen. Uit de Kamervragen blijkt dat er in elk geval niet wordt verwacht dat meteen alle vermogensbestanddelen naar het werkelijk rendement worden belast, en wij vragen ons af of, en binnen welke termijn, een volledig dekkende werkelijk rendementsheffing mogelijk is. Het zal niet alleen aankomen op het al dan niet blijven bestaan van forfaitaire elementen, uit noodzaak of in het kader van tegengaan van misbruik, maar de overgang naar een werkelijk rendementsheffing zal doorwerken in heel box 3 zoals die nu bestaat. Wij denken dat het nog wel gaat even duren….