THEMA

HET PENSIOEN IN EIGEN BEHEER HEEFT ZIJN LANGSTE TIJD GEHAD

Nadelen van pensioen in eigen beheer

Het pensioen in eigen beheer heeft een aantal nadelen. Zo kan de dividenduitkering alleen als er voldoende dekking binnen de BV is en er zijn drie (!) waarderingsgrondslagen: fiscaal, commercieel en best estimate. Daarnaast is er ieder jaar een actuariële berekening nodig.Onderkant formulier Staatsecretaris van Financiën Wiebes heeft alternatieven voorgesteld voor het pensioen in eigen beheer. Eén daarvan is het zogenoemde oudedagssparen in eigen beheer (OSEB).

Uitgangspunten voor de OSEB-regeling  

De uitgangspunten voor de OSEB-regeling zijn:
  • Het moet simpeler worden
  • De commerciële en fiscale waarde zijn hetzelfde (‘het potje is wat het is’)
  • Eigen middelen moeten beschikbaar blijven voor de onderneming
  • OSEB is een soort beschikbare premieregeling voor de ondernemer zelf

OSEB nieuwe spaarvorm voor de DGA

Inmiddels zijn er brieven naar de Tweede Kamer geschreven met diverse voorstellen. Ook is duidelijk geworden dat een ander veelgenoemd alternatief, de zogenoemde oudedagbestemmingsreserve (OBR), het niet heeft gehaald. Zoals het er nu naar uitziet wordt OSEB de nieuwe vorm voor de directeur-grootaandeelhouder om te sparen voor later. Dat heeft ook de voorkeur van staatssecretaris Wiebes: hij zet overduidelijk in op OSEB als alternatief voor het pensioen in eigen beheer. Hij ziet graag dat een zo groot mogelijk deel van de DGA’s het opgebouwde pensioen in eigen beheer omzet naar het oudedagssparen in eigen beheer. Dit stimuleert hij door te stellen dat de fiscale pensioenreserve, vermeld op de balans, geacht wordt correct te zijn (!). Als reactie hierop zal de DGA, zo verwacht en hoopt de staatssecretaris, deze vermelde reserve, goed of fout, overdragen van eigen beheer naar het OSEB. Het verlies voor de fiscus, veroorzaakt door de bestaande onderdekking bij veel DGA’s, neemt de staatsecretaris voor lief. De DGA ziet met zijn overstap van het pensioen in eigen beheer naar OSEB feitelijk af van pensioen.

Hoe ziet OSEB er in de praktijk uit?

Bij het oudedagssparen in eigen beheer kan de directeur-grootaandeelhouder er voor kiezen om jaarlijks een bepaald deel van zijn loon te sparen voor de oudedag. De OSEB-spaarpot wordt jaarlijks opgerent met de marktrente. De oudedagsspaarverplichting komt op de balans en representeert de aanspraak van de DGA. De OSEB-verplichting is fiscaal en commercieel vreemd vermogen.

Volgens het regime banksparen

Ook het reeds ingegane pensioen kan de DGA omzetten naar het OSEB. Dat betekent dat de uitkering vervolgens verloopt conform het regime van banksparen. Als een uitkering dus 10 jaar heeft gelopen vanaf de 67e verjaardag van de DGA, dan mag de resterende uitkeringsduur nog 10 jaar zijn. Elk risico van langleven of renteverschil wordt uit het systeem gehaald: fiscaal en commercieel moeten immers gelijk zijn.

OSEB omzetten

Het OSEB moet op de pensioendatum of bij verkoop van de aandelen in de BV worden omgezet in een lijfrente, een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht, met een recht op jaarlijks gelijkblijvende uitkeringen gedurende 20 jaar. Dat kan bij een professionele verzekeraar, bank of beheerder van een beleggingsinstelling, of bij de eigen BV. Wordt het OSEB niet omgezet in een recht op periodieke uitkeringen, dan valt deze alsnog vrij ten gunste van de winst, met heffing van vennootschapsbelasting en 20% revisierente.

Vereenvoudiging is welkom

Door de jaren heen zijn er door de diverse wetswijzigingen veel veranderingen geweest. Dit maakt het voor alle partijen (fiscus en de DGA ondernemers) lastig te sparen voor later. Vereenvoudiging is welkom! Het OSEB is een forse stap in de goede richting. Echter, er zijn wat haken en ogen want, wat gebeurt er bij scheiding of hoe ziet het overgangsregime eruit? Hierover meer in mijn volgende column op Nextens.