Te hoge rekening-courant schuld dga bij eigen bv?

 

Al jaren kijkt de Belastingdienst kritisch naar hoge rekening courantschulden van een directeur-grootaandeelhouder (dga) aan zijn bv. In 2015 werd hierop door een aantal belastingadviseurs geanticipeerd, met de stelling dat een onzakelijke rekening-courant (r/c) belastingvrij kan worden ‘weggestreept’, hiermee de indruk wekkend dat iedere dga belastingvrij van zijn hoge rekening courant schuld bij zijn bv af kan komen. De fiscale (on)mogelijkheden en risico’s werden niet of nauwelijks belicht.

Werkwijze Belastingdienst

Vanuit het Ministerie van Financiën is, vanzelfsprekend, gereageerd dat het belastingvrij wegstrepen van een r/c bestreden zal worden. De Belastingdienst selecteert de aangiften inkomstenbelasting waaruit blijkt dat een dga weinig vermogen heeft (box 3) en waarbij een r/c schuld aan de bv aan de hoge kant is. Vervolgens wordt de dga aangeschreven met de stelling dat ‘op grond van zijn inkomens- en vermogenspositie een willekeurige derde, zonder aandelen in de bv, bij een kredietverschaffer nimmer zo’n fors bedrag aan krediet verstrekt kan krijgen’. Daarna wordt de dga gevraagd om een voorstel te doen voor een afbouw van de r/c schuld naar een zakelijk niveau. De waarde van de aandelen wordt buiten beschouwing gelaten bij de vermogenspositie. Onder zakelijk verstaan ten minste enkele belastinginspecteurs maximaal eenmaal het jaarloon van de dga.

Indien de Belastingdienst de schuldenlast van een dga aan zijn bv te hoog vindt, wordt in eerste instantie besproken of de schuld in een aantal jaren afgebouwd kan worden. Lukt dat niet of vindt de dga een aflossingsschema niet bespreekbaar, dan neemt de Belastingdienst het standpunt in dat (voor een deel) een verkapte dividenduitkering is gedaan. Hierover is 25% inkomstenbelasting verschuldigd.

Bewijslastverdeling

Wie stelt moet bewijzen. Echter de fiscus stelt zonder enige bewijs aan te voeren. Wie zegt dat een derde het krediet niet zou hebben verstrekt? Juist in tijden met langdurig lage rentestanden nemen ook particulieren steeds meer risico’s om toch enig rendement te maken op hun vermogen. En waarom mag in het geheel geen rekening worden gehouden met de waarde die de belastingplichtige bezit in de vorm van de aandelen in zijn bv? Een derde zal daar juist rekening mee houden. Al te makkelijk wordt het standpunt ingenomen dat als de onderneming (van de bv) ‘omvalt’, de schuld van de dga toch nog terugbetaald moet kunnen worden en dat om die reden de waarde van de bv niet meegenomen moet worden in de beoordeling. Een dga zal echter zijn vermogen zoveel als mogelijk bij een persoonlijke holding veilig hebben gesteld. De Belastingdienst zal hier eerst onderzoek naar moeten doen: welk deel van de waarde van de bv draagt risico, en welk deel niet of nauwelijks? En waarom is maximaal eenmaal het jaarloon zakelijk? Niet alleen actueel inkomen speelt een rol, maar ook de verdiencapaciteit van een dga (inclusief mogelijke inkomsten uit dividend) is van belang. Een dga die zijn onderneming heeft verkocht, niet meer werkzaam is en zijn vermogen veilig in zijn bv heeft zitten mag dus geen rekening courant schuld bij zijn bv hebben?

Te onzorgvuldige stelling

Ik ben van mening dat de Belastingdienst te onzorgvuldig stelling neemt jegens dga’s die een ogenschijnlijk hoge schuld hebben aan hun bv. Een dga kan nu eenmaal niet vergeleken worden met een reguliere werknemer. In voorkomende situaties zal de inspecteur niet alleen moeten stellen, maar ook bewijzen.

terug