THEMA

WANNEER IS BTW-TERUGGAAF MOGELIJK BIJ EEN ONINBARE VORDERING?

Achtergrond

Bij het versturen van een factuur aan een klant dient door de ondernemer btw worden betaald/afgedragen. Wanneer de klant niet of gedeeltelijk het bedrag voldoet, kan de ondernemer de betaalde btw terugvragen. Het voor de btw kwalificeren als oninbare vordering bleek een flinke uitdaging te zijn in de praktijk. In de zomer van 2016 is na een consultatieronde een nieuw wetsvoorstel ingediend voor het vereenvoudigen (lees: ingrijpend aanpassen) van de regeling. Met het voorstel werd beoogd meer duidelijkheid te verschaffen over de teruggaafregeling, en meer specifiek het moment waarop het teruggaafrecht ontstaat en een éénjaarsfictie voor vaststelling van het teruggaafmoment.

Wijzigingen per 2017

Eénjaarsfictie De éénjaarsfictie is geactiveerd. De Belastingdienst laat weten dat een vordering als oninbaar wordt aangemerkt als de vordering een jaar na de uiterste betaaldatum nog niet is voldaan. Het terugvragen is enigszins vereenvoudigd in 2017. In plaats van een apart verzoek kan de terug te vragen btw worden opgenomen als aftrekbare voorbelasting (vraag 5b van de aangifte) of als negatieve omzet met het daarbij behorende negatieve bedrag aan btw (vraag 1a of 1b van de aangifte). Overgenomen vorderingen Voor overgenomen vorderingen geldt dat de overnemende ondernemer alleen middels een teruggaafverzoek btw kan terugvragen. Hiervoor moet gebruik worden gemaakt van het formulier ‘Verzoek om teruggaaf van Omzetbelasting (overgenomen vorderingen)’. Deze zal later in 2017 worden gepubliceerd op de website van de Belastingdienst. Afgetrokken voorbelasting De afnemer moet zijn op aangifte afgetrokken voorbelasting terugbetalen als hij het factuurbedrag (deels) heeft teruggekregen of op het moment dat duidelijk is dat hij de factuur niet (helemaal) gaat betalen. Nieuw is dat de afnemer de btw uiterlijk één jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, moet terugbetalen.