THEMA

WETGEVER: AANMERKELIJKBELANGHOUDER GA MAAR NAAR DE RECHTER

Fictieve vreemdeling

Wanneer een aanmerkelijkbelanghouder naar het buitenland emigreert, dan houdt hij op binnenlands belastingplichtig te zijn. Dit wordt aangemerkt als een fictieve vervreemding. Vaak gaat de emigratie ook gepaard met de verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap naar het nieuwe woonland van de aanmerkelijk-belanghouder. Ook dit wordt gekwalificeerd als een vervreemding van het aanmerkelijk belang. Om te voorkomen dat de belastingplicht ten aanzien van het aanmerkelijk  belang eindigt en daarmee de Nederlandse belastingplicht, werd tot 2016 de vennootschap geacht nog 10 jaar in Nederland te zijn gevestigd. Over het vervreemdingsvoordeel is inkomstenbelasting verschuldigd, waarvoor een conserverende aanslag wordt opgelegd. Hier komt het oorsprongsbeginsel naar voren.

Betalingsuitstel

Tot 2016 werd de geëmigreerde aanmerkelijkbelanghouder op verzoek 10 jaar betalingsuitstel verleend. Feitelijk heeft de aanmerkelijk-belanghouder geen liquide middelen ontvangen om zijn belastingschuld te voldoen. Het uitstel werd onder andere beëindigd in geval de vennootschap 90%-100% van haar reserves had uitgekeerd. Wanneer de aanmerkelijkbelanghouder daadwerkelijk liquide middelen heeft ontvangen, moet hij de conserverende aanslag voldoen. Dit vloeit voort uit het draagkrachtsbeginsel. Indien de aanmerkelijkbelanghouder gedurende de tien jaar aan de voorwaarden van betalingsuitstel heeft voldaan, dan werd de conserverende aanslag kwijtgescholden. De band met Nederland was door verloop van tijd te dun om nog tot inning over te gaan. Tot zover duidelijk.

Wat gebeurde er in de praktijk

De aanmerkelijk belanghouder emigreerde en nam zijn vennootschap mee. Het gekozen immigratieland heeft een belastingverdrag met Nederland waarin een aanmerkelijkbelangvoorbehoud is opgenomen. Vervolgens keerde de vennootschap tot net onder de 90% van de aanwezige reserves uit. De uitkering leidde niet tot een inning van de conserverende aanslag. Daarbij komt dat het nieuwe woonland de dividenduitkeringen uit aanmerkelijk belang niet of beperkt onderwerpt aan belastingheffing.

Wat doet de regering

De regering had hierdoor het gevoel dat het belastinggelden misliep waarop het wel recht meende te hebben. Daarop heeft de regering een wetsvoorstel ingediend bij de Staten-Generaal ter bestrijding van fiscaal gedreven emigratie van aanmerkelijkbelanghouders. Het pakket kent de volgende maatregelen:
  • Winstuitdelingen na emigratie leiden in alle gevallen tot belastingheffing of tot een pro rata intrekking van het betalingsuitstel.
  • De tienjaarstermijn voor betalingstermijn is afgeschaft.
  • De vennootschap waarvan de werkelijke leiding naar het buitenland is verplaatst, blijft fictief in Nederland gevestigd zolang een conserverende aanslag vanwege een aanmerkelijk belang niet volledig is voldaan.

Wat schuurt er

Een conserverende aanslag ziet in eerste instantie op de inning van een openstaande belastingschuld. Het gegeven dat de inning onbeperkt in tijd is, kan schuren met belastingverdragen. Een voorbeeld: Een geëmigreerde aanmerkelijkbelanghouder laat in jaar 15 zijn eveneens in immigratieland gevestigde vennootschap (echter fictief nog in Nederland gevestigd) slechts in het nieuwe woonland verdiende winsten uitkeren. Op grond van de Nederlandse belastingverdragen is het immigratieland, op basis van het oorsprongsbeginsel, heffingsbevoegd over deze winst. Nederland gaat vervolgens over tot invordering van de conserverende aanslag met het draagkrachtbeginsel in de hand. Echter, de Nederlandse fiscus komt in actie op grond van dezelfde bron van inkomen, namelijk de winstuitkering van de in het immigratieland opgebouwde winsten.

Pakken wat je pakken kan

Het voorbeeld laat zien dat Nederland een sleepnet heeft uitgegooid en alles wil pakken wat het pakken kan. Het lijkt mij evident dat de aanmerkelijkbelanghouder uit mijn voorbeeld zal ageren wanneer de Nederlandse fiscus aan de deur klopt. Want het kan toch niet zo zijn dat hij na emigratie nimmer zijn vennootschap (buitenlandse) winst kan laten uitkeren zonder dat de Nederlandse Belastingdienst om de hoek komt kijken? En raakt dit niet de vrijheid van vestiging? Bovendien kan ik mij niet voorstellen dat een andere verdragsstaat gecharmeerd is van het met voeten treden van de verdragstrouw, die zal bij nieuwe verdragsonderhandelingen dit punt zeker benoemen. De wetgever, met de regering voorop, heeft in plaats van zekerheid te geven, de aanmerkelijkbelanghouder de opdracht gegeven zekerheid te halen bij de rechter.