THEMA

BELASTINGPLAN 2016: DE HERZIENING IN BOX 3

Forfaitair of feitelijk

Voor Prinsjesdag waren er grote herzieningen beloofd. Maar dit kwam alleen voor IB box 3. Staatssecretaris Wiebes heeft daarna in de politieke en financiële beschouwingen veel kritiek gehad. Ook vanuit zijn eigen partij. Waarom wordt het rendement forfaitair bepaald en niet feitelijk? Devilee geeft zijn visie over de kwestie, op persoonlijke titel, zoals hij steeds benadrukt. ‘Bij forfaitair rendement heffen wij 4% van uw vermogen. Dit vinden we niet terecht en dat hebben we nu vervangen door twee rendementsklassen. Voor onder andere spaargeld is dat 1,63% en voor bijvoorbeeld obligaties is dat 5,5%. Maar ook dit vinden de meesten nog niet goed genoeg. Men wil nog steeds het werkelijk rendement, terwijl dat heel veel werk oplevert. Dat is voor u als belastingadviseur natuurlijk wel gunstig, maar eigenlijk moet je dat gewoon niet willen. Het brengt heel veel werk met zich mee. Het is ook minder begrijpelijk voor de belastingplichtige. Uit het verleden blijkt dat er dan allerlei exotische producten op de markt komen, waar alleen de adviseur nog wat van snapt.’ Vanuit de zaal knikken een aantal adviseurs ter herkenning. ‘Ze bedachten steeds slimmere producten waarop de Staat weer reageerde door een uitzondering, op de uitzondering, op uitzondering te maken op de wet. Het buitenland heeft dat ook en hebben daar ook veel problemen mee. Wij hadden dat dit systeem tot 2001. Als we weer teruggaan naar die tijd, wordt het er niet duidelijker op.’ Dezelfde adviseurs knikken opnieuw instemmend.

Tegenbewijsregeling

Niet iedereen deelt deze visie. Een man vraagt waarom de tegenbewijsregeling niet wordt ingevoerd zoals dat nu bij de auto ook gebeurt. Voor een spaarrekening kan Devilee het zich best voorstellen. ‘Dan heb je rendement op een spaarrekening met 2% terwijl er met een hoger percentage wordt gerekend, namelijk 4%. Dan zou je dat kunnen weerleggen. Maar het heeft ook een keerzijde. Ruim 3 miljoen mensen doen aangifte, met een tegenbewijsregeling krijg je daarna 2.999 miljoen bezwaarschriften. Dat kan de Belastingdienst niet aan. De Kamer is daarin ook fel, zij zeggen: zorg dan dat de Belastingdienst dat aan kan. Maar dat is niet het enige punt. Ga maar weerleggen wat het rendement op een woning geweest is in box 3. Dan heb je met de huur te maken, met de WOZ-waarde en met verbouwingen, dat wordt heel erg ingewikkeld. Op andere vermogensbestanddelen wordt meer rendement gemaakt en dat wil je globaal heffen. En niet heffen naar iedere euro. Daar zijn enorm veel Kamervragen over ingebracht. Wat de antwoorden gaan worden weten we vrijdag. De Kamer moet uiteindelijk voor stemmen, want we hebben wel een meerderheid nodig. Maar ik kan me bijna niet voorstellen dat we heel snel omgaan naar iets anders.’