THEMA

BEZWAARSCHRIFTEN BELASTINGDIENST NIET VOLGENS DE WET AFGEHANDELD

Kamervragen Omtzigt

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt had Kamervragen gesteld naar aanleiding van de documenten die via een WOB-verzoek aan de Belastingdienst over de werkinstructies telefonisch horen openbaar zijn gemaakt. Hieruit blijkt dat er bezwaarschriften telefonisch werden ingetrokken: “Een vastlegging van het telefoongesprek in de systemen is dan voldoende. Er hoeft in deze gevallen geen brief meer door bezwaarmaker naar ons te worden gestuurd waarbij hij zijn bezwaarschrift intrekt. Ook sturen wij geen bevestiging meer om de intrekking te bevestigen tenzij de klant daarom verzoekt. Dat kan in de vorm van een email.”

Tegenstrijdig met de wet

Omtzigt geeft in zijn brief aan dat hij het niet eens is met deze werkwijze en dat deze bovendien tegenstrijdig met de wet is. ‘De Algemene wet bestuursrecht (Awb) schrijft ondubbelzinnig voor in artikel 6.14, eerste lid, dat: “1. Het orgaan waarbij het bezwaar- of beroepschrift is ingediend, bevestigt de ontvangst daarvan schriftelijk."

Wens vanuit de samenleving

Staatssecretaris Wiebes geeft aan op de hoogte te zijn van deze wet, maar dat de werkwijze van de Belastingdienst in 2011 is ontstaan om aan de wensen van de samenleving tegemoet te komen. De Belastingdienst benadert belanghebbenden telefonisch over een ingediend bezwaar. ‘Doel hiervan is om belanghebbende vroegtijdig te betrekken in de bezwaarprocedure en onnodige verdere procedures te voorkomen. In dat gesprek wordt ook gevraagd of de belanghebbende wil worden gehoord. Bij een eenvoudig bezwaarschrift kan met één telefoongesprek de zaak bijvoorbeeld zijn opgelost. Bij een complexer bezwaarschrift kan telefonisch contact bijdragen aan een spoedige afhandeling.’

Rechtgezet

Maar na het telefonisch gesprek volgt nooit een schriftelijke bevestiging. En dat is fout, zegt ook de staatssecretaris. Hij geeft aan inmiddels opdracht te hebben gegeven om deze werkwijze te stoppen. ‘Inmiddels is de opdracht gegeven de werkinstructie aan te passen en de werkwijze in overeenstemming met het wettelijke systeem te brengen. Daarbij blijft de inzet het voor de belastingplichtige zo gemakkelijk mogelijk te maken en niet te gaan formaliseren als de belastingplichtige daar zelf geen behoefte aan heeft; één en ander uiteraard binnen wet- en regelgeving’, zo schrijft Wiebes in zijn brief.