THEMA

CONCLUSIE ONDERZOEK: REORGANISATIE BRENGT FISCUS IN GEVAAR

Omstreden vertrekregeling

De problemen bij de Belastingdienst kwamen aan het licht op het moment dat aanzienlijk meer medewerkers dan verwacht in 2016 kozen voor een vrijwillige vertrekregeling. Deze regeling was onderdeel van een veel omvangrijker programma om de Belastingdienst te moderniseren en toekomstbestendig te maken. De prognose was dat enerzijds 5.000 (vooral administratieve) banen overbodig zouden worden en anderzijds 1.500 nieuwe banen zouden worden gegenereerd, bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse. De bedoeling was dat met deze regeling in de periode 2016-2020 zo'n 4.800 FTE redelijk gespreid uit zou stromen. Om het benodigde verloop in het personeelsbestand te realiseren, werd € 576 miljoen gereserveerd voor bemiddeling van werk-naar-werk en € 72 miljoen voor het uitkeren van 'stimuleringspremies'.

Tussentijdse aanpassingen

Door het ontwerp van de regeling en verschillende tussentijdse aanpassingen werd de regeling echter voor een veel grotere groep werknemers toegankelijk dan noodzakelijk voor de hervormingen. Bovendien konden werknemers vrij eenvoudig aanspraak maken op de stimuleringspremie. Een dergelijke regeling mist een duidelijke grondslag in het Rijksbreed gevoerde personeelsbeleid, is niet in lijn met het kabinetsbeleid en heeft uiteindelijk ook niet het beoogde effect gehad, zo schrijft de Commissie. Al in de eerste week na de opening van de inschrijving (1 februari 2016) meldden 2.000 medewerkers zich aan. In de zomer werd de regeling tussentijds aangepast, zodat medewerkers zich na 1 september niet meer konden inschrijven. Het aantal inschrijvingen betrof 7.800 en uiteindelijk maken 5.100 medewerkers van de regeling gebruik.

€ 66 miljoen duurder

De vertrekregeling heeft tot gevolg dat de uitstroom van medewerkers niet gelijkmatig verloopt en geen gelijke tred houdt met de organisatieontwikkeling. Kortweg komt het erop neer dat daarmee de continuïteit van een aantal vitale processen binnen de Belastingdienst in gevaar is gekomen. Naar verwachting valt de regeling per saldo € 66 miljoen duurder uit dan begroot, ondanks de tussentijdse sluiting. Naar aanleiding van de vertrekregeling hebben de minister en de staatssecretaris van Financiën medio oktober 2016 aan Hans Borstlap en Tjibbe Joustra gevraagd onderzoek te doen naar de besluitvormingsprocedures binnen de Belastingdienst en de mechanismen die daaraan ten grondslag liggen.

Meer problemen

De commissie heeft geconstateerd dat het incident met de vertrekregeling niet op zichzelf staat. Er is sprake van ‘informele communicatie en besluitvorming’. Er was geen behoefte om heldere afspraken te maken met staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën, ‘terwijl de ambtelijke en politieke leiding daar evenmin op hebben aangestuurd’. Verder constateren de onderzoekers dat de Belastingdienst over onvoldoende goede mensen en middelen beschikt om de hervormingen door te voeren. Ook is de afstand tussen top en werkvloer te groot. Het is ‘dringend noodzakelijk' dat het toezicht op de dienst door het ministerie van Financiën wordt versterkt, aldus de commissie. Verder moet de interne sturing bij de fiscus met voorrang worden verbeterd, net als de beheersing van processen.

Wiebes onderschatte chaos

Staatssecretaris Wiebes zegt geschrokken te zijn van de ‘hardnekkige cultuur’ van informele besluitvorming bij de Belastingdienst. Dat heeft hij ‘onderschat'. ‘Dat het kan voorkomen dat je bij belangrijke besluiten twee bewindslieden passeert maar ook een heel departement dat hadden wij niet voor mogelijk gehouden.’ In tegenstelling tot de conclusie van de Commissie zegt Wiebes dat de belastinginning niet in gevaar is geweest. Hij garandeert ook dat deze niet onder druk komt te staan.

Politiek geschokt

Het rapport is als een bom ingeslagen in politiek Den Haag. Diverse partijen reageren geschokt en willen zo snel mogelijk verantwoordelijk VVD-staatssecretaris erover aan de tand voelen. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt noemt de conclusies ‘meer dan ernstig’ en wil een uitgebreid debat met Wiebes. Steven van Weyenberg van D66 wil Wiebes volgende week tijdens het vragenuurtje aan de tand voelen. ‘Dit wordt ab-so-luut vervolgd’, zegt hij stellig. Volgens Farshad Bashir (SP) is het vooral belangrijk dat de ontstane vacatures zo snel mogelijk worden vervuld. ‘Wiebes wordt op 15 maart sowieso weggestuurd.' Kamerlid Ed Groot van regeringspartij PvdA merkt op dat er ‘duidelijke grote fouten zijn gemaakt’ en vindt dat de aanbevelingen van de commissie ‘voortvarend moeten worden uitgevoerd’. Donderdag 2 februari volgt hier een debat over in de Tweede Kamer.