Consultatieverslag Implementatiewet vierde anti-witwasrichtijn

Bron: Rijksoverheid

Eind juni sloot de implementatietermijn van de vierde anti-witwasrichtlijn. In totaal zijn er 21 reacties binnengekomen. Het ministerie van Financiën en van Justitie hebben naar aanleiding van de reacties een aantal wijzigingen en verduidelijkingen aangebracht op het wetsvoorstel, bijvoorbeeld op het onderdeel bewaarplicht en gegevensbescherming.

Toename administratieve lasten

Op het wetsvoorstel hebben onder andere de Koninklijke Nederlandse Beroepsfederatie voor Accountants (NBA), Register Belastingadviseurs, VNO-NCW en MKB Nederland (VNO-NCW) en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) gereageerd. Verschillende partijen hebben aangegeven een toename te verwachten van de administratieve lasten en uitvoeringsproblemen, met name voor kleine instellingen. Daarnaast is er door verschillende partijen op gewezen dat de risicogebaseerde benadering tot gevolg heeft dat het voor een instelling onder de Wwft lastiger wordt om in te schatten wanneer aan de verplichtingen van de Wwft is voldaan.

‘De vierde antiwitwasrichtlijn laat geen ruimte om nationaal af te wijken van deze risicogebaseerde benadering. Dat de risicogebaseerde aanpak tot administratieve lasten en nalevingskosten leidt, wordt erkend’, dat schrijft het ministerie van Financiën in het verslag. ‘Tegelijkertijd biedt de risicogebaseerde aanpak ook de ruimte om in geval van lager risico met minder verregaande maatregelen te kunnen volstaan. Daarmee levert deze aanpak voor instellingen ook besparingen op. Omwille hiervan en in aansluiting op de vierde anti-witwasrichtlijn, zullen geen wijzigingen worden aangebracht in de risicogebaseerde aanpak van het concept wetsvoorstel.’

Toepassingsbereik Wwft

In verschillende reacties uit de advocatuur is aandacht gevraagd voor de bepaling op grond waarvan belastingadviseurs, notarissen en advocaten zijn uitgezonderd van het toepassingsbereik van de Wwft. Daarin is opgemerkt dat de Nederlandse wetgever deze uitzondering op het toepassingsbereik van de Wwft beperkter uitlegt dan de vierde anti-witwasrichtlijn, door het geven van ‘juridisch advies’ niet onder deze uitzondering op te nemen. ‘De richtlijn voorziet niet in een wijziging in de strekking van deze bepaling ten opzichte van haar voorganger, zodat er evenmin aanleiding bestaat om de bestaande uitzondering in de Wwft met dit wetsvoorstel te wijzigen’, schrijft het ministerie. ‘Daarnaast is het niet het geval dat de richtlijn ook het geven van juridisch advies onder deze uitzondering zou scharen: ook in de vierde anti-witwasrichtlijn is de uitzondering nadrukkelijk beperkt tot het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.’

Cliëntenonderzoek

Verschillende partijen hebben in hun consultatiereacties opmerkingen gemaakt bij de verplichting om de gegevens die zijn vergaard in het kader van het cliëntenonderzoek te bewaren. Daarbij is met name kritiek geuit op het voorstel om instellingen te verplichten gegevens of documenten vast te leggen met betrekking tot de verificatie van de identiteit van een UBO en met betrekking tot de aard en omvang van het door de UBO gehouden uiteindelijk belang. Daarbij werd benadrukt dat de vierde anti-witwasrichtlijn niet verplicht tot verificatie van de identiteit van de UBO, maar tot het nemen van redelijke maatregelen.

‘Voornoemde reacties hebben geleid tot wijzigingen in het concept wetsvoorstel. De ontvangen consultatiereacties hebben er onder meer toe geleid dat is verduidelijkt dat een instelling de identiteit van de UBO vastlegt, alsmede de redelijke maatregelen die worden genomen om de identiteit van de UBO te verifiëren en het op basis daarvan behaalde resultaat. In tegenstelling tot hetgeen in verschillende consultatiereacties tot uitdrukking is gebracht, dient een instelling te allen tijde – en met inachtneming van de risico’s in een individueel geval – redelijke maatregelen te nemen om de identiteit van de UBO te verifiëren. De vierde anti-witwasrichtlijn en de Wwft laten geen ruimte voor het achterwege blijven van de verificatie van de identiteit van de UBO.’

Persoonsgegevens

Verschillende partijen hebben gereageerd op de implementatie van de richtlijnbepalingen inzake gegevensbescherming. Daarbij is veelal gewezen op het feit dat de persoonsgegevens die door instellingen verzameld worden in het kader van het cliëntenonderzoek, tevens voor andere doeleinden of ten behoeve van andere wettelijke verplichtingen worden verzameld en verwerkt.

‘Naar aanleiding van deze reacties zijn enkele verduidelijkingen aangebracht. Daarbij is onder meer tot uitdrukking gebracht dat verdere verwerking van persoonsgegevens die uit hoofde van de Wwft zijn verzameld, conform artikel 6 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is toegestaan zolang het doel van verdere verwerking van persoonsgegevens verenigbaar is met het doel waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld: het voorkomen van witwassen of financieren van terrorisme. Indien dezelfde persoonsgegevens voor meerdere doeleinden worden verzameld, kan op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming of een bijzondere wettelijke regeling een afwijkende bewaartermijn van toepassing zijn. Hoewel er in een dergelijk geval sprake is van dezelfde persoonsgegevens, zal een instelling moeten vaststellen met het oog op welk doel deze persoonsgegevens zijn verzameld en aan de hand daarvan vaststellen wat de toepasselijke bewaartermijn is en of verdere verwerking van deze persoonsgegevens is toegestaan.’

Wetsvoorstel

Het concept wetsvoorstel zal, via de Ministerraad, ter advisering worden ingediend bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Beoogd wordt om het wetsvoorstel kort na de zomer bij de Tweede Kamer in te dienen.

Doel van de regeling

Het concept wetsvoorstel strekt tot implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn en tot het geven van uitvoering aan de verordening informatie bij geldovermakingen.

De richtlijn is de vierde richtlijn waarmee op Europees niveau wordt beoogd het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme aan te pakken. De richtlijn vervangt de derde anti-witwasrichtlijn en vult het bestaande instrumentarium op dit terrein verder aan. In Nederland zijn deze regels opgenomen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

De richtlijn bestendigt de twee kernverplichtingen van de Wwft, te weten de verplichting om cliëntenonderzoek te verrichten en de verplichting om ongebruikelijke transacties te melden bij de Financiële inlichtingen eenheid.

UBO

De bepalingen uit de vierde anti-witwasrichtlijn met betrekking tot het op te richten register met informatie over uiteindelijk belanghebbenden (het UBO-register) maken geen deel uit van het onderhavige concept wetsvoorstel. Een separaat concept wetsvoorstel ter implementatie van deze bepalingen, is in de periode van 31 maart 2017 tot en met 28 april 2017 geconsulteerd. Met betrekking tot deze consultatie zal een afzonderlijk consultatieverslag worden gepubliceerd.

terug