THEMA

DIJSSELBLOEM: ‘VERANDERINGEN OOB-ACCOUNTANTSORGANISATIES TELEURSTELLEND’

Uitkomst AFM-rapport

Op 28 juni 2017 verscheen het rapport van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) ‘Kwaliteit OOB-accountantsorganisaties onderzocht – Uitkomsten van onderzoeken naar de implementatie en borging van verandertrajecten bij de OOB-accountantsorganisaties en de kwaliteit van wettelijke controles bij de Big 4- accountantsorganisaties’. De AFM heeft op basis van het onderzoek geconcludeerd dat het verandertraject bij de onderzochte acht OOB-accountantsorganisaties te langzaam gaat. Daarnaast concludeert de AFM dat de kwaliteit van de onderzochte wettelijke controles bij de Big Four accountantsorganisaties niet op orde is.

Teleurstelling

Minister Dijsselbloem deelt de mening van de AFM dat de veranderingen te langzaam gaan. Daarnaast vindt hij het teleurstellend dat de kwaliteit van de onderzochte wettelijke controles bij de Big Four accountantsorganisaties nog niet op orde is. ‘Daarbij merk ik op dat de onderzochte dossiers weliswaar uit 2014 en 2015 stamden toen een deel van het geheel aan maatregelen en wet- en regelgeving nog niet was ingevoerd of de effecten daarvan in ieder geval nog niet volledig zichtbaar konden zijn. Ik ben echter, met de AFM, van mening dat kwaliteit van controle altijd geborgd zou moeten zijn.’

Verschillen

In de Kamerbrief benoemt de minister wel dat er verschillen zijn tussen de onderzochte accountantsorganisaties. Koplopers van de implementatie en borging van het verandertraject zijn Deloitte, KPMG en PwC. ‘Alhoewel er bij deze drie organisaties ook nog verbeterpunten zijn, is de AFM bij deze accountantsorganisaties positief over de focus en inzet die deze organisaties in 2016 hebben laten zien. Dit vind ik positief, omdat accountantsorganisaties hierdoor (ook) meer van elkaar kunnen leren. De AFM is van mening dat de vijf andere OOB-accountantsorganisaties (Mazars, BDO EY, Accon, en Baker Tilly Berk ) (ver) achterlopen op de realisatie van de verwachtingen voor 2016 op het merendeel van de verbeterpunten. Zij hebben beperkte resultaten geboekt en onvoldoende voortgang gerealiseerd, zowel waar het de verandering van (informatie)systemen en (besturings)processen betreft als de verandering van gedrag en cultuur.’ Deze verschillen zijn volgens Dijsselbloem wel te verklaren door de verschillende uitgangsposities van de accountantsorganisaties, een verschil in capaciteitsinzet en verschil in aanpak van verandering.

Gewenste effect

‘Het is nu nog te vroeg om te stellen dat de verandertrajecten, NBA-maatregelen en de te implementeren nieuwe wetgeving op (middel)lange termijn al dan niet tot het gewenste effect zullen gaan leiden. De effecten van al deze maatregelen op de beoogde cultuuromslag en de kwaliteit van de wettelijke controles moeten de komende jaren zichtbaar worden, onder meer in de rapportages van de AFM.’