THEMA

EXTRA GELD VOOR BETERE SCHULDHULPVERLENING

Niet in de steek laten

‘Mensen mogen zich niet in de steek gelaten voelen', zegt de bewindsvrouw. Volgens de wet moet een gemeente bij iedereen die aanklopt om hulp individueel bepalen welke hulp het beste past. Klijnsma vreest dat dit nog weleens misgaat, al gaat er ook heel veel goed.

Onderzoek

Daarom wil ze onderzoek naar de toegankelijkheid van schuldhulpverlening in de praktijk. De professionaliteit van de schuldhulpverlening moet omhoog en de registratie van de problematiek verbeterd. Waar nodig past ze de wetgeving aan.

Toegankelijkheid

Om helder te krijgen hoe het met de toegang tot schuldhulpverlening in de praktijk is gesteld laat Klijnsma de Inspectie op korte termijn onderzoek doen. Blijkt daar uit dat de wet moet worden aangescherpt, dan doet zij dat. Het wetsvoorstel wordt alvast voorbereid zodat het snel na afronding van het onderzoek kan worden ingediend als dat nodig blijkt.

Aanpassen wetgeving om knelpunten op te lossen

De aanpak van andere knelpunten in de regelgeving is al in gang gezet. Sinds januari zijn alle gerechtsdeurwaarders aangesloten op het beslagregister, de overheid volgt. De vereenvoudiging van de beslagvrije voet gaat dit jaar naar de Kamer. Het breed moratorium wordt volgend jaar van kracht. Wanbetalers in de zorg krijgen een aanzienlijk lagere bestuursrechterlijke premie.

Meten is weten

Om goed beleid te kunnen maken hebben gemeenten meer cijfers nodig. Daarom gaan kabinet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Divosa (de vereniging van leidinggevenden in het sociaal domein) en NVVK (vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) aan de slag om betere sturings- en monitoringsinformatie te organiseren. Met de benchmark armoede en schulden kunnen gemeenten met elkaar worden vergeleken.

Professionalisering en innovatie

De  VNG, de NVVK, Divosa en Sociaal Werk Nederland ontwikkelen met SZW, de cliëntenraad en Nibud als partners een ondersteuningsprogramma om de schuldhulpverlening te professionaliseren.  Dat gaat van schuldhulpverleners in de uitvoering, beleidsmedewerkers bij gemeenten tot wethouders en cliëntenraden. Ook krijgen gemeenten en maatschappelijke organisaties, waarbij veel vrijwilligers aan de slag zijn, ondersteuning bij het terugdringen van problematische schulden.