THEMA

FISCALE MAATREGELEN UIT DE UITGELEKTE OMBUIGINGSLIJST

Besparingen op overheidsuitgaven

De ombuigingslijst bevat een opsomming van maatregelen die genomen kunnen worden om besparingen op de overheidsuitgaven te realiseren. Deze ombuigingslijst is een product van de ambtenaren van Financiën en het is niet gebruikelijk dat de lijst wordt gepubliceerd. De lijst bevat op alle terreinen nieuwe maatregelen die technisch zijn afgestemd. Dit wil zeggen: de departementen hebben er naar gekeken of de maatregelen mogelijk zijn, maar zeggen niets over de wenselijkheid van de maatregelen.

Fiscale maatregelen

Een kleine greep uit de fiscale maatregelen die worden genoemd:
  • Afschaffen middelingregeling
Door middel van de middelingregeling in de inkomstenbelasting kan de progressiviteit van de inkomstenbelasting worden gedempt door het inkomen van drie opeenvolgende jaren over de jaren te middelen. Er kan besloten worden deze inkomensmiddeling af te schaffen. Deze maatregel vereist een wetswijziging.
  • Alle toeslagen berekenen op t-2
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bezig met een onderzoek naar een stelselwijziging voor de kinderopvangtoeslag. Een van deze mogelijkheden is dat de huurtoeslag en zorgtoeslag wordt uitbetaald op basis van het inkomen van het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de aanvraag om wordt ingediend (t–2). Volgens het ministerie voorkomt dit het rondpompen van geld met voorschotten en nabetalingen.
  • € 2 per gesprek doorbelasten voor Belastingtelefoon
De gemiddelde kosten voor een gesprek voor de Belastingtelefoon is € 7. Geopperd wordt om de burger € 2 te laten betalen. Er wordt in de cijfers uitgegaan van een daling van het aantal telefoontjes van 12,5 miljoen naar 10 miljoen telefoongesprekken. De uitvoeringskosten zijn in de berekening niet meegenomen. Deze maatregel vereist een wetswijziging.
  • Invoeren “earnings stripping” bepaling in de vennootschapsbelasting
Geopperd wordt om in de vennootschapsbelasting een “earnings stripping” bepaling op te nemen. Dit houdt in dat rente niet aftrekbaar is voor zover het saldo van verschuldigde en ontvangen (groeps- en derden)rente meer bedraagt dan een bepaald percentage van de commerciële winst vóór aftrek van rente en afschrijvingen (earnings before interest, taxes, depreciation and amortisation). Netto-ontvangers van rente (bijvoorbeeld banken) worden niet geraakt.
  • Periodieke giften onder de drempel overige giften brengen
Voor de gewone giften aan goede doelen (ANBI’s en SBBI’s) geldt een drempel van 1% van het inkomen, met een minimum van € 60. Voor periodieke giften geldt geen drempel. Bij het Belastingplan 2017 is reeds aangekondigd in het kader van de evaluatie giftenaftrek te onderzoeken of het mogelijk is periodieke giften aan incidentele giften gelijk te schakelen door beide giften onder eenzelfde drempel en plafond te brengen. Dit kan leiden tot een betere naleving (meer duidelijkheid voor belastingplichtige en minder constructies). Er kan besloten worden deze ongelijkheid af te schaffen, door voor alle giften aan goede doelen de huidige drempel toe te passen. Deze maatregel vereist een wetswijziging.
  • Invoeren maximum grondslag waarop de 30%-regeling kan worden toegepast
Werkgevers mogen de door werknemers werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten belastingvrij vergoeden. Een verbijzondering van deze regeling is de zogenoemde 30%-regeling. Als de grondslag waarop de 30%-regeling mag worden toegepast wordt gemaximeerd op bijvoorbeeld de Balkenendenorm van € 178.000, dan mag de werkgever nog maximaal € 53.400 (30%* € 178.000) per jaar onbelast vergoeden. De opbrengst van de maximering is niet goed te bepalen. De reden is dat werkgevers en werknemers alsnog kunnen kiezen voor belastingvrije vergoeding van de werkelijke door de werknemer gemaakte extraterritoriale kosten in plaats van voor toepassing van de 30%-regeling.