THEMA

ONTWERPBESLUIT AANVULLENDE MAATREGELEN ACCOUNTANTSORGANISATIES NAAR DE KAMER

Wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel bevat maatregelen ter versterking van de governance van accountantsorganisaties en ter verbetering van de kwaliteit van de wettelijke controles en is in oktober 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. Zo voorziet het wetsvoorstel onder meer in de verplichting voor accountantsorganisaties die een vergunning hebben voor het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang (oob’s) om over een stelsel van onafhankelijk intern toezicht te beschikken, waarvan een orgaan belast met het interne toezicht deel uitmaakt. De governance van deze accountantsorganisaties wordt verder versterkt door de introductie van een geschiktheidseis voor natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen van de accountantsorganisatie en van het binnen het netwerk hiërarchisch hoogste netwerkonderdeel met zetel in Nederland dat invloed uitoefent op het beleid van de accountantsorganisatie en de personen die belast zijn met het interne toezicht.

Ontwerpbesluit

In het ontwerpbesluit worden nadere regels gesteld ten aanzien van het orgaan belast met het interne toezicht en de geschiktheidseis. Het ontwerpbesluit bevat onder meer voorschriften ten aanzien van de onafhankelijkheid van de leden van het orgaan belast met het interne toezicht, de benoemingstermijn, het belang waarnaar de leden zich dienen te richten, het verstrekken van gegevens, evaluatie, verslaggeving en aanvullende taken en bevoegdheden van het orgaan. De geschiktheid van (kandidaat) dagelijks beleidsbepalers en personen belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de oob-accountantsorganisatie zal, voordat zij die functie mogen vervullen, worden getoetst door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). In dit besluit wordt expliciet geregeld dat niet mag worden overgegaan tot benoeming van een persoon dan nadat de AFM heeft vastgesteld dat deze persoon geschikt is. Na afloop van de voorhangperiode van vier weken zal het ontwerpbesluit aan de Afdeling advisering van de Raad van State worden voorgelegd en vervolgens worden vastgesteld.