THEMA

RB: ELEKTRONISCH BERICHTENVERKEER OVERHEID DREIGT TE ONTSPOREN

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

De internetconsultatie is uitgeschreven in verband met de herziening van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. De voorgestelde wetswijziging in het kader van de Algemene wet bestuursrecht laat volgens het RB te veel ruimte aan bestuursorganen in de keuze waarop het elektronisch berichtenverkeer wordt opengesteld voor belanghebbenden. Het RB vreest dat door deze keuzevrijheid belanghebbenden geen duidelijk beeld meer hebben over de wijze waarop het bestuursorgaan berichten kenbaar maakt. Tegelijkertijd kan verwarring ontstaan over de wijze waarop belanghebbenden op berichten kunnen reageren.

Overstelpt met berichten

Het RB is kritisch ten aanzien van het voornemen om berichten die niet gericht zijn tot een of meerdere geadresseerden ook op elektronische wijze te laten plaatsvinden. De berichtenbox op mijnoverheid.nl moet niet overstelpt worden met allerlei berichten die al dan niet relevant kunnen zijn voor belanghebbenden, aldus de beroepsorganisatie.

Alternatieve route

Afgezien van duidelijkheid pleit het RB voor een alternatieve route, naast de elektronische berichtgeving. Hiervoor verwijst de beroepsorganisatie naar de eigen informatie van de Rijksoverheid, waaruit blijkt dat één op de negen Nederlanders aangemerkt kan worden als laaggeletterd. Dit werd ook benadrukt in het onlangs verschenen kritische rapport van de Nationale Ombudsman ’Het verdwijnen van de blauwe envelop’.

Rol van de belastingadviseur

Tot slot is het RB verbaasd dat de wetgever geheel geen aandacht besteedt aan de positie van de fiscale dienstverlener, dan wel andere rechtsbijstandsverleners die door belanghebbenden worden aangezocht om hun bestuursrechtelijke aangelegenheden te verzorgen of hen daarin te ondersteunen. Het RB mist een overzicht van de mogelijkheden die vooral belastingadviseurs hebben om kennis te nemen van berichten van bestuursorganen, alsmede de (elektronische) wijze waarop dienstverleners hierop bij bestuursorganen kunnen reageren.