THEMA

RB KRITISCH OVER CONCEPT IMPLEMENTATIEWET REGISTRATIE UITEINDELIJK BELANGHEBBENDEN

Te ruime werking

De invoering van het UBO-register vindt haar wortels in de vierde anti-witwasrichtlijn, welke Nederland in haar nationale wetgeving moet implementeren. De richtlijn heeft als doelstelling het beschermen van het financiële stelsel middels preventie, opsporing en onderzoek van witwassen en terrorismefinanciering. In de richtlijn wordt expliciet opgemerkt dat deze niet verder gaat dan nodig is voor de verwezenlijking van die doelstelling. Volgens het RB geeft Nederland een ruimere werking aan de oorspronkelijke doelstelling van de richtlijn. Het RB is van mening dat de richtlijn de basis moet zijn van de nationale regeling, zowel qua bewoording als doelstelling, waar zo min mogelijk van wordt afgeweken.

Openbaar register

Het RB merkt daarbij op dat het uitgangspunt van het register ‘openbaar is, tenzij’. Maar in de concept Memorie van Toelichting wordt de indruk gewekt dat er sprake moet zijn van een openbaar register. ‘Nu wordt voorgesteld om zes elementen over de UBO openbaar te stellen’, zegt Adjay Pahladsingh van Bureau Vaktechniek van het RB. ‘Deze bieden veel houvast om UBO’s te traceren. Hun privacy en veiligheid kan hier aanzienlijk door onder druk komen te staan.’ Het RB is daarom voorstander van een niet-openbaar register, waarbij bepaalde informatie pas ingezien of opgevraagd kan worden als er een aantoonbaar legitiem belang is.

Onduidelijkheid UBO-begrip

Het RB merkt op de definitie van het UBO-begrip in de concept Memorie van Toelichting niet overeen komt met de voorgestelde Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van Terrorisme‎ (Wwft). De algemene definitie van artikel 1, lid 1, onderdeel f Wwft geldt straks voor de gehele Wwft, maar specifiek voor de toepassing van (het voorgestelde) artikel 10a Wwft geldt een andere definitie van het begrip. Het RB wil dat de wet en de concept Memorie van Toelichting op elkaar aansluiten.

Toename administratieve lasten

Het wetsvoorstel zorgt volgens het RB voor een toename van administratieve lasten. Allereerst zullen de ondernemingen met UBO’s zelf, de UBO’s moeten nagaan. Het RB merkt daarbij op dat het in voorkomende gevallen lastig is om vast te stellen wie de UBO is. Denk aan situaties van woonachtigheid van personen in het buitenland. Het in het kader van het cliëntenonderzoek en monitoring raadplegen van het UBO-register leidt voor Wwft-instellingen tot een grotere administratieve last. Mocht het UBO-register een afwijking laten zien ten opzichte van de eigen inzichten/conclusies van Wwft-instellingen, dan moet verder onderzoek worden gedaan, wat ook leidt tot tijdsverlies, kosten en een toename van administratieve lasten. De terugmeldingsplicht die Wwft-instellingen krijgen, mag in dit kader niet worden vergeten. Naar de mening van het RB is dit een groot punt van zorg.

Onhaalbare deadline

Volgens het RB is het niet realistisch om te veronderstellen dat Nederland de richtlijn voor 26 juni 2017 in zijn nationale wetgeving weet te implementeren. Het RB vraagt zich af wat de gevolgen zijn als de richtlijn niet tijdig wordt geïmplementeerd.