THEMA

WIEBES GAAT SCHADE-UITKERINGEN NIET ALS BIJZONDER VERMOGEN AANMERKEN

Eén peildatum

De Belastingdienst peilt op 1 januari het vermogen voor de vaststelling van de box 3-grondslag. Volgens de staatssecretaris heeft de wetgever er destijds bewust voor gekozen om één peildatum te hanteren en heeft daarbij ook onderkend dat kortstondige bezittingen in aanmerking komen, ook als dit nadelig uitpakt voor specifieke gevallen.

Zorgplicht

En dat gebeurde voor een stel dat een heel jaar huurtoeslag moet terugbetalen doordat de brandverzekeraar op 1 januari de schade-uitkering betaalde. Kamerlid Van Raak vroeg de staatssecretaris of verzekeraars in dit geval een zorgplicht hebben, in de zin dat zij verzekerden zouden moeten wijzen op mogelijke gevolgen als het geld op 1 januari op hun rekening staat en ook zelf meer rekening zouden moeten houden met de datum van uitkering. Volgens Wiebes hebben de meeste klanten baat bij een spoedige uitkering en kan niet worden geconcludeerd dat een verzekeraar ingevolge de algemene zorgplicht bekend moet zijn dan wel rekening moet houden met omstandigheden zoals de ontvangst van huur- of zorgtoeslag door een klant.

Maatwerk

Daarnaast vroeg Van Raak of de Belastingdienst in dit soort gevallen maatwerk kan leveren en schade-uitkeringen niet als eigen vermogen kan beschouwen. Maar volgens Wiebes moet de Belastingdienst zich ook gewoon aan de wet houden die geldt voor de inkomstenbelasting en de huurtoeslag. ‘Ze hebben niet de mogelijkheid om binnen dat kader maatwerk te leveren voor bepaalde gevallen.’

Bijzonder vermogen

Een andere optie zou zijn om schade-uitkeringen, zoals bijvoorbeeld de brandverzekering, te beschouwen als bijzonder vermogen. Maar ook op deze optie van Van Raak geeft Wiebes geen gehoor. ‘Ik zie geen aanleiding om voor deze gevallen een nieuwe uitzondering te creëren. Als het gaat om schadevergoedingen biedt de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) op dit moment alleen de mogelijkheid vermogensbestanddelen uit te zonderen wanneer het gaat om vergoedingen voor immateriële schade. Schade-uitkeringen zoals in het genoemde voorbeeld hebben een puur materieel karakter en vloeien voort uit een civielrechtelijke overeenkomst. Deze schadevergoedingen doen zich voor in een omvang die van een heel andere orde van grootte is dan de bestaande uitzonderingen. Vaak zal het geld ontvangen uit een brandschadeverzekering binnen niet al te lange tijd na ontvangst worden uitgegeven, waardoor de kans klein is dat dergelijke uitkeringen op de peildatum nog op iemands rekening staan.’