THEMA

GEEN BELASTINGVRIJSTELLING TIJDELIJKE KAMERVERHUUR

Huizeneigenaren die hun huis via Airbnb verhuren moeten belasting betalen over de inkomsten. Zij komen volgens de Hoge Raad niet in aanmerking voor de belastingvrijstelling die voor kamerverhuur geldt. De hoogste belastingrechter heeft zich hier vrijdag over uitgesproken. Het is een flinke tegenvaller voor wie een deel van zijn huis verhuurt.

Inschrijving basisregistratie

De zaak ging over een woningbezitter die in 2016 een gedeelte van zijn huis verhuurde voor periodes van telkens een maand of twee maanden. Het arrest gaat in tegen het oordeel van het gerechtshof Den Haag. De Belastingdienst legde een navordering inkomstenbelasting op over 70% van de opbrengsten uit de verhuur. Het bezwaar tegen deze aanslag werd afgewezen waarop de verhuurder naar de rechter stapte.

Volgens het Haagse gerechtshof had de verhuurder recht op de belastingvrijstelling voor kamerverhuur. Zowel de verhuurder als de huurder moeten daarvoor ingeschreven staan op het adres waar zij wonen. Dat is bij Airbnb niet het geval. Het hof stelde dat de inschrijving alleen als bewijsfunctie dient en dat de verhuurder verder aan alle voorwaarden voldeed.

Duidelijkheid

De Belastingdienst kreeg vrijdag in cassatie dus gelijk bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelt dat inschrijving op hetzelfde adres een harde voorwaarde is voor de belastingvrijstelling. Dit maakt de verhuur van een deel van de eigen woning een stuk minder aantrekkelijk. De fiscus is blij met de duidelijkheid die de uitspraak verschaft.

De uitspraak sluit aan bij het standpunt dat de vrijstelling in dit soort situaties niet van toepassing is. 'De inschrijvingseis is bedoeld om inkomsten uit kamerverhuur voor woondoeleinden vrij te stellen', stelt de fiscus. De vrijstelling is bedoeld om het aanbod van studentenkamers te vergroten.

Andere uitspraak

Airbnb heeft nog geen commentaar gegeven op de uitspraak. Op de Nederlandse website van het platform is te lezen dat het geld dat verhuurders verdienen door de fiscus over het algemeen als belastbaar inkomen wordt beschouwd. De verhuurders moeten zelf hun belastingaangifte regelen. De Belastingdienst telt naast gedeeltelijke ook bij tijdelijke verhuur van gehele woningen 70% van de huurinkomsten op bij het belastbaar inkomen.

Dat ondervond ook een echtpaar dat in 2015 drie weken een tuinhuisje verhuurde. De Raad oordeelde in september dat ook daar inkomstenbelasting over moest worden betaald. Dat een tuinhuisje slechts tijdelijk en als gedeelte van een woning wordt verhuurd verandert niets aan het feit dat er geld wordt verdiend met de eigen woning, luidde het oordeel. Die uitspraak gaf de Belastingdienst dan ook de hoop dat zij in cassatie gelijk zou krijgen, aldus het FD.

Altijd op de hoogte blijven?


Ontvang gratis fiscaal nieuws in uw mailbox
  • Vond u dit bericht waardevol?
Share this post