THEMA

WAAIT DE WIND UIT CALIFORNIË DEZE KANT OP?

Uber-chauffeur = werknemer

Vorige maand heeft de Senaat van de Staat Californië een nieuwe wet (Assembly Bill 5) aangenomen, waarmee een bom onder het verdienmodel van platformbedrijven is gelegd. Uber-chauffeurs moeten – vanaf 1 januari 2020 - als werknemer worden behandeld en krijgen recht op minimumloon en uitbetaling van overuren. Grote spelers als Uber en Lyft hebben al aangekondigd het er niet bij te laten zitten. Het valt te verwachten dat er vele, slepende rechtszaken zullen volgen. Waait deze Californische wind straks over naar Nederland?

Platformeconomie versus dienstbetrekking

De platformeconomie (gig economy) heeft het niet zo op werknemers. In de platformeconomie zijn chauffeurs, maaltijdbezorgers, koeriers en andere ingehuurde krachten bij voorkeur freelancer of zzp-er. Ze zijn in ieder geval niet in loondienst. Althans volgens de opdrachtgevers.

Opvallend aan de stap die de Senaat in Californië nu heeft gezet, is dat wordt aangeknoopt bij de vraag of de werkzaamheden die worden uitgevoerd behoren tot de reguliere activiteiten (de corebusiness) van de opdrachtgever. Zo ja, dan is de opdrachtnemer werknemer. Kort door de bocht: een taxichauffeur die voor een taxibedrijf werkt is dus in loondienst. Daarmee raakt de wet ook de kern van het businessmodel van grote spelers in de platformeconomie. [NB: de corebusiness is niet het enige criterium; van belang is ook of er gezag wordt uitgeoefend (‘control and direction’) over de uitvoering van het werk en of de taken gewoonlijk in de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf worden verricht (denk aan loodgieter, advocaat, architect).

Het verschil met de Nederlandse criteria is op het eerste gezicht niet zo heel groot. In Nederland wordt de aanwezigheid van een civielrechtelijke dienstbetrekking getoetst aan de hand van de drie bekende criteria: gezag, arbeid en loon. De vraag of de werkzaamheden die de opdrachtnemer uitvoert tot de corebusiness van de opdrachtgever behoren, lijkt in Nederland niet met zoveel woorden gesteld te worden. Het lijkt echter voor de hand te liggen dat wanneer een opdrachtnemer werkzaamheden uitvoert die behoren tot de reguliere activiteiten van de opdrachtgever, in veel gevallen ook sprake zal zijn van een gezagsverhouding (en omgekeerd).

Het juiste middel voor de kwaal?

Wat betekent de wind die in Californië waait nu voor zzp-ers en hun opdrachtgevers in Nederland? Voorlopig nog niets. Maar ook in Nederland ligt het (grootschalig) inhuren van zzp-ers door met name platformbedrijven onder vuur. Zie onder meer de procedures waarin PostNL en Deliveroo zijn verwikkeld. Ondertussen is het toezicht op de reeds in 2016 aangenomen Wet DBA per 1 oktober jl. verscherpt en zal vanaf 1 januari 2020 gehandhaafd worden bij kwaadwillendheid of als aanwijzingen door de Belastingdienst niet opgevolgd worden. Iets verder weg in de toekomst ligt de aankondiging van het kabinet dat zzp-ers vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur moeten gaan verdienen. Het kabinet wil tegengaan dat zzp-ers werken tegen tarieven waar ze niet van kunnen rondkomen. De zelfstandigenaftrek wordt intussen afgebouwd om het fiscale verschil tussen zzp-ers en werknemers te verkleinen. Los van de vraag of de gekozen maatregelen het juiste middel voor de kwaal zijn, is het een feit dat steeds meer mensen als zzp-er aan de slag gaan. En dat verschijnsel beperkt zich niet tot Nederland. In de VS en Europa zou het inmiddels gaan om 20 tot 30 procent van de beroepsbevolking. Het is voor de overheid spitsroeden lopen: ondernemerschap stimuleren en tegelijkertijd de zwakkere partijen op de arbeidsmarkt beschermen. En het zijn niet alleen platformbedrijven als Uber of Deliveroo die zich verzetten tegen het ‘opleggen’ van dienstverbanden. Er zijn legio (beter betaalde) zzp-ers die absoluut niet in het keurslijf van een dienstverband willen (lees: minder willen verdienen). En dat is meteen ook de complicerende factor: zzp-ers vormen geen homogene groep. ‘De zzp-er’ bestaat niet.

De ene zzp-er is de andere niet

Juist vanwege de vele typen zzp-ers die er zijn, laat ‘de zzp-er’ zich moeilijk in heldere, eenduidige wetgeving vertalen. Het ontwerpen van een wet die volledig tegemoet komt aan de wensen van alle betrokken partijen is onmogelijk. Maar wat op z’n minst voorkómen moet worden, is dat zzp-ers die ondernemer willen zijn het niet mogen zijn, terwijl zzp-ers die beter af zouden zijn in loondienst de toegang daartoe ontzegd wordt. Waar het eindigt weet niemand, maar één ding is zeker: de wetgever en in zijn kielzog de Belastingdienst en andere toezichthouders richten de schijnwerpers op zzp-ers en hun opdrachtgevers. Opdrachtgevers die regelmatig flexwerkers inschakelen doen er verstandig aan om – niet éénmalig maar periodiek – een ‘flexwerk-APK’ te laten uitvoeren om na te (laten) gaan of hun contracten en beloningsmodel nog wel toekomstbestendig zijn; de wind kan zomaar draaien.

Altijd op de hoogte blijven?


Ontvang gratis fiscaal nieuws in uw mailbox
  • Vond u dit bericht waardevol?
Share this post