
De Rechtbank Gelderland bevestigt op 12 december 2025 dat een verliesbeschikking Vpb ook buiten de aanslagtermijn kan worden vastgesteld. Een schriftelijke weigering om zo’n beschikking af te geven is een voor bezwaar vatbare beslissing. De inspecteur moet een verlies vaststellen bij beschikking op grond van artikel 20b Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Termijnoverschrijding van aanslag of navordering staat daar niet aan in de weg. Deze uitspraak biedt helderheid over de rechtsingang en de reikwijdte van artikel 6:2 Awb in combinatie met artikel 20b Wet Vpb.
Verliesbeschikking Vpb is bezwaarbaar
De rechtbank oordeelt dat bezwaar openstaat tegen de schriftelijke weigering om een verliesbeschikking af te geven. Artikel 20b Wet Vpb schrijft voor dat het verlies bij beschikking wordt vastgesteld. Die beschikking is op zichzelf bezwaarbaar. Een weigering is daarmee dus een besluit in de zin van artikel 6:2 Awb. De inspecteur kan de rechtsingang niet blokkeren door te verwijzen naar ambtshalve beoordeling onder artikel 65 AWR. De wetgever heeft dus de verliesvaststelling uitdrukkelijk als beschikking vormgegeven, los van de aanslagtermijn.
Feiten en verzoek om verliesvaststelling
Het ging om een naar Curaçaos recht opgerichte bv binnen een Curaçaose structuur. Na een vestigingsplaatsonderzoek concludeerde de Belastingdienst dat de vennootschap in 2010–2015 in Nederland was gevestigd. De bv vroeg op 9 december 2021 om verliesbeschikkingen voor 2010 en 2012–2015. De verzochte verliezen waren: € 8.279 (2010), € 4.785 (2012), € 10.076 (2013), € 19.882 (2014) en € 602.913 (2015). De inspecteur wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, met een beroep op verstreken aanslag- en navorderingstermijnen.
Standpunten van partijen
De inspecteur stelde dat het verzoek te laat was. Volgens hem was een afwijzing slechts een niet-bezwaarbare ambtshalve beslissing (art. 65 AWR). De belanghebbende voerde aan dat artikel 20b Wet Vpb een verplichting tot verliesvaststelling bij beschikking bevat. Die beschikking is voor bezwaar vatbaar, ongeacht de stand van de aanslagtermijnen. Verder zijn aan het verzoek geen vormvereisten of termijnen verbonden. Ook wees de belanghebbende op rechtspraak van de Hoge Raad dat een verliesbeschikking niet uitsluitend tegelijk met een aanslag hoeft te worden vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank volgt de belanghebbende. Artikel 20b Wet Vpb verplicht de inspecteur om een verlies vast te stellen bij beschikking. De wet kent geen aparte aanvraagtermijn en geen vormvereisten voor het verzoek. Het overschrijden van aanslag- of navorderingstermijnen verhindert de vaststelling van een verliesbeschikking niet. Daarbij sluit de rechtbank aan bij bestaande Hoge Raad-jurisprudentie over het loskoppelen van verliesvaststelling en aanslagregeling. Weigert de inspecteur een verliesbeschikking af te geven, dan kan de belastingplichtige bezwaar en beroep instellen op grond van artikel 6:2 Awb. De afwijzing kwalificeert dus niet als louter ambtshalve beoordeling onder artikel 65 AWR. De rechtsingang blijft open.
Gevolgen in deze zaak
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. De uitspraken op bezwaar vervallen. De verliesbeschikkingen worden vastgesteld op de verzochte bedragen: € 8.279 (2010), € 4.785 (2012), € 10.076 (2013), € 19.882 (2014) en € 602.913 (2015). Het griffierecht van € 365 wordt vergoed en de proceskosten worden vastgesteld op € 2.461.
Wat is een verliesbeschikking Vpb?
Een verliesbeschikking Vpb is de formele beschikking waarin de inspecteur het verrekenbare verlies vastlegt. Dit gebeurt doorgaans bij het vaststellen van de (nihil)aanslag over het verliesjaar. Het vastgestelde bedrag kan vervolgens volgens de wettelijke regels worden verrekend met winsten van andere jaren. Kenmerken in het kort: de beschikking volgt bij een negatieve belastbare winst, vermeldt het bedrag dat kan worden verrekend en is zelfstandig bezwaarbaar. Zonder vastgestelde verliesbeschikking is het verlies niet verrekenbaar binnen de Vpb-systematiek.
Conclusie
Deze uitspraak bevestigt de zelfstandige positie van de verliesbeschikking Vpb. De beschikking staat los van aanslag- en navorderingstermijnen. Een schriftelijke weigering is bezwaarbaar op grond van artikel 6:2 Awb. Daarmee is de route naar rechterlijke toetsing geborgd wanneer een inspecteur weigert verlies vast te stellen.
Wil je meer weten over de verliesbeschikking?



