
Met het nieuwe box 3-stelsel dat is aangekondigd per 2028, maakt Nederland een principiële keuze: belastingheffing over het werkelijk rendement, waarbij voor de meeste bezittingen wordt gekozen voor een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat niet alleen ontvangen rente en dividend worden belast, maar ook ongerealiseerde waardestijgingen. Op papier klinkt dit rechtvaardig. In de praktijk heeft deze keuze echter ingrijpende economische gevolgen, vooral voor de opbouw van vermogen op de lange termijn.
Belasten vóór realisatie
De kern van de vermogensaanwasbelasting is dat belasting wordt geheven zonder dat er liquiditeit vrijkomt. Een belegger met een aandelenportefeuille die in een jaar bijvoorbeeld 5% in waarde stijgt, betaalt hierover 36% inkomstenbelasting. Dat geld moet elders vandaan komen: uit spaargeld of uit verkoop van aandelen.
Hiermee wijkt het stelsel fundamenteel af van klassieke winstbelastingprincipes, waarin realisatie centraal staat. De belastingdienst snoept hierbij 36% van de jaarwinst weg.
Samengestelde rendementen onder druk
Het grootste, maar minst zichtbare, effect zit in de aantasting van het samengestelde rendement. Vermogensopbouw draait niet om het jaarrendement, maar om het kapitaal dat kan blijven door renderen. Juist daar steekt de vermogensaanwasbelasting een stokje voor.
Een eenvoudig voorbeeld maakt dit zichtbaar. Stel een belegger behaalt structureel 7% rendement per jaar. Zonder belasting groeit € 10.000 in 30 jaar naar circa € 76.100. Wordt echter jaarlijks 36% belasting geheven over de aanwas, dan resteert een netto rendement van 4,48%. Het eindvermogen daalt dan naar ongeveer € 37.200. In het geval van een vermogenswinstbelasting is bij realisatie na 30 jaar nog 36% belasting verschuldigd. Dit komt neer op een bedrag van € 23.796, waardoor € 52.304 overblijft na belasting. Dat is substantieel meer dan overblijft bij een vermogensaanwasbelasting.
Des te langer de horizon, des te groter het verlies aan eindvermogen.
Langetermijnkapitaal wordt structureel ontmoedigd
De economische consequentie van een jaarlijkse vermogensaanwasbelasting is dat juist lange termijn beleggen fiscaal wordt afgestraft. Vermogensopbouw vraagt tijd, rust en het ongestoord laten doorwerken van samengestelde rendementen. Door jaarlijks belasting te heffen over ongerealiseerde winsten wordt dit proces structureel onderbroken. De vermogensaanwasbelasting ontmoedigt daarmee een langetermijnvisie.
De vlucht naar de BV
Tegen deze achtergrond dringt zich een onvermijdelijke vraag op: stuurt de wetgever beleggers bewust of onbewust richting de BV? Wie belegt via een BV valt immers niet onder een vermogensaanwasbelasting, maar onder de vennootschapsbelasting met een vermogenswinstbenadering. Waardestijgingen worden pas belast bij realisatie. Het cruciale verschil: het samengestelde rendement blijft intact zolang niet wordt verkocht.
Voor grotere vermogens wordt dit verschil doorslaggevend. Niet omdat de BV per definitie het beste vehicle is om in te beleggen, maar omdat beleggers hiermee tijd kopen om het vermogen te laten renderen.
Daarmee ontstaat een scheefgroei: particuliere beleggers in box 3 worden jaarlijks afgerekend over ongerealiseerde winsten, terwijl beleggers in een BV belastingheffing kunnen uitstellen.
Efficiëntie tegen hoge frictiekosten
De overstap naar een BV is echter geen neutrale keuze. Zij brengt oprichtingskosten, administratieve lasten, accountantskosten en fiscale complexiteit met zich mee. Bovendien volgt bij uitkering uiteindelijk box 2-heffing, zij het op een later moment. De belasting wordt dus niet vermeden, maar doorgeschoven.
De vraag is of dit wenselijk beleid is. Wil de wetgever echt dat particuliere beleggers hun vermogen in een BV onderbrengen, enkel om een economisch rationele vermogensopbouw mogelijk te maken?
Een ongemakkelijke conclusie
De vermogensaanwasbelasting lijkt op papier rechtvaardig, maar zij heeft een duidelijke richtinggevende werking, namelijk richting het beleggen in een BV. Ik wil de wetgever dan ook meegeven om haar keuze voor een vermogensaanwasbelasting te heroverwegen, zodat het voor de toekomstige vermogensopbouw niet langer uitmaakt of iemand in privé of in de BV belegt.
Drs. C.N. Kwakman is Senior Belastingadviseur bij Contaxus in Volendam
Heb je meer vragen over vermogensaanwasbelasting?



