
In de meest bekeken uitzending van Studio Nextens ooit stond recentelijk de aangifte inkomstenbelasting 2025 centraal. Ronnie Overgoor ging in gesprek met Jeroen Daamen, inspecteur inkomstenbelasting bij de Belastingdienst en parttime docent inkomstenbelasting. Daamen was daarbij nadrukkelijk op persoonlijke titel te gast. In het gesprek kwamen de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten rond de IB-aangifte 2025 aan bod, met enkele doorkijkjes naar 2026 en 2028. Hieronder vind je de kernpunten overzichtelijk bij elkaar.
In het kort: dit valt het meest op
- Box 3: Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) zit vanaf 2025 in de aangifte; niet alles is vooraf ingevuld.
- Box 3 richting 2028: wet werkelijk rendement aangenomen door de Tweede Kamer, met beoogde start in 2028 (vermogensaanwas en vermogenswinst).
- Specifieke zorgkosten: de aftrek voor vervoerskosten vanwege het reizen met de eigen auto wordt eenvoudiger met 23 cent per zorgkilometer en voor leefkilometers geldt een vast bedrag van 925 euro (onder voorwaarden).
- Box 2: toptarief omlaag naar 31%; basistarief blijft 24,5% tot 67.000 euro in 2025.
- Box 1: basistarief opgesplitst; relevant voor het maximale aftrektarief bij bepaalde aftrekposten.
- Algemene heffingskorting: afbouw vanaf 2025 op verzamelinkomen (box 1 + box 2 + box 3).
- Groen beleggen: vrijstelling in box 3 fors omlaag (en daarmee ook de heffingskorting groen beleggen).
- Doorschuifregeling AB: strenger vanaf 2025, onder meer bij gemengd gebruik van bezittingen van meer dan € 100.000. Voor verhuurd vastgoed in de bv is de faciliteit al per 2024 aangescherpt.
Box 3: nu al anders, en richting 2028 opnieuw een grote stap
Box 3 blijft volgens Daamen een belangrijk aandachtspunt. Hij had zelfs “breaking news”: kort voor de uitzending was de Wet werkelijk rendement aangenomen, met ingang van 2028. Volgens hem wordt dit een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, met een combinatie van vermogensaanwas en vermogenswinst.
OWR: vanaf 2025 onderdeel van de aangifte
Een concrete wijziging is de plek waar je het OWR invult. Tot en met 2024 werkte dat via een apart formulier. Vanaf 2025 zit de Opgaaf Werkelijk Rendement in de aangifte zelf. Daamen gaf er meteen bij aan dat de administratieplicht niet verandert. Wel scheelt dit het verwerken en het intern koppelen van een los formulier.
Vooraf ingevuld: juist bij box 3 ontbreken onderdelen
Daamen noemde expliciet welke gegevens wel en niet vanzelf vooraf zijn ingevuld:
- Bij box 3-aandelen zijn stortingen en onttrekkingen niet vooraf ingevuld, omdat de Belastingdienst die gegevens niet heeft.
- Bij spaarrente zie je volgens hem meestal de rente vooraf ingevuld, naast het saldo.
OWR en oude jaren (2017 t/m 2020) blijft complex
Over 2017 tot en met 2020 zei Daamen dat dit “complex” is. Vanaf 2021 komt iedereen volgens hem in aanmerking voor de tegenbewijsregeling. Voor oudere jaren hangt het af van de situatie, en vooral van de vraag of de aanslag op 24 december 2021 (datum Kerstarrest) al onherroepelijk vaststond en of er tijdig bezwaar is gemaakt. Hij verwees daarbij naar een online hulpmiddel dat op de site van de Belastingdienst beschikbaar is.
OWR achteraf invullen: dat kan, maar termijnen tellen
Op de vraag of het OWR direct moet worden ingevuld, gaf Daamen aan dat dit ook achteraf kan. Tegelijk noemde hij dat in het algemeen een termijn van vijf jaar geldt voor ambtshalve vermindering. Voor oude jaren kan dat al te laat zijn, tenzij bezwaar nog loopt.
Box 3: situaties die in de praktijk vaak terugkomen
Daamen lichtte een aantal voorbeelden toe die direct samenhangen met de box 3-systematiek en het werken met OWR.
Tweede woning verkocht in het jaar
Bij verkoop van een tweede woning in het jaar kijk je volgens Daamen enkel naar de WOZ-waarden en de mutatie over het jaar. Verkoop je halverwege, dan wordt de waardemutatie naar tijdsgelang toegerekend.
Nalatenschap of erfdeel onder de rechter
Als nog niet duidelijk is wat iemand precies toekomt, noemde Daamen dat lastig. Zolang het deel niet vaststaat, kun je het volgens hem niet met zekerheid bepalen. In de praktijk moet je wachten tot voldoende duidelijk is wat jouw deel is, omdat je je rendement berekent over wat jou toekomt als bezittingen en schulden.
Buitenlands vastgoed en voorkoming dubbele belasting
Daamen legde uit dat je als binnenlands belastingplichtige je wereldinkomen aangeeft. Daarna vraag je voorkoming dubbele belasting aan. Hij noemde ook dat Nederland niet met alle landen verdragen heeft. Mede om die reden moet altijd het totale inkomen waar ook ter wereld verdient worden opgegeven.
Specifieke zorgkosten: vervoer wordt eenvoudiger vanaf 2025
Een wijziging die meteen praktisch uitpakt, zit bij specifieke zorgkosten, onderdeel vervoer. Tot en met 2024 moest je uitgaven voor vervoer met de auto baseren op werkelijke autokosten. Dat vroeg veel administratie en het bepalen van een kilometerprijs. Vanaf 2025 verandert dit volgens Daamen:
- Zorgkilometers: 23 cent per kilometer indien met de auto wordt gereisd.
- Leefkilometers: een vast bedrag van 925 euro, met voorwaarden.
Daamen noemde als criterium dat je moet kunnen aantonen dat je niet meer dan 100 meter zelfstandig kunt lopen, bijvoorbeeld via een doktersverklaring of invalideparkeerkaart.
Gebruik je taxi of ov, dan gelden volgens hem de werkelijke kosten (bonnetjes). Verder maakte hij een belangrijk detail expliciet: parkeerkosten zitten niet in de 23 cent en mogen daarnaast apart worden opgevoerd.
Box 2: toptarief omlaag in 2025
Voor box 2 noemde Daamen een duidelijke tariefwijziging:
- Toptarief in 2025: van 33% naar 31%.
Basistarief: 24,5% tot 67.000 euro inkomen uit aanmerkelijk belang.
Box 1: basistarief opgesplitst en effect op aftrekposten
Daamen gaf aan dat box 1 in 2025 een andere indeling krijgt door het opsplitsen van het basistarief:
- Tot circa 38.000 euro een lager tarief (iets boven 35%).
- Van circa 38.000 tot circa 76.000 euro circa 37,5%.
- Daarboven blijft het toptarief 49,5%.
Hij koppelde dit aan de tariefsmaatregel voor aftrekposten. Aftrekposten kunnen niet altijd meer tegen het hoogste tarief worden benut. Daardoor wordt het relevanter welk tarief als maximaal aftrektarief geldt. Daarbij verwees hij naar het tweede tarief rond 37,5%.
WOZ-beschikking nog niet binnen bij aangifte 2025?
Daamen ging ook in op WOZ-timing voor wat betreft de tegenbewijsregeling het OWR in de aangifte 2025. Als je bij het indienen van de aangifte 2025 nog niet over de relevante WOZ-beschikking beschikt, kun je volgens hem wel de aangifte al indienen. Daarna kun je het later oplossen via bezwaar of via ambtshalve vermindering, rekening houdend met de wettelijke termijnen.
Algemene heffingskorting: afbouw vanaf 2025 op verzamelinkomen
Daamen benoemde een wijziging in de afbouwsystematiek van de algemene heffingskorting:
- Tot en met 2024: afbouw op basis van box 1-inkomen.
- Vanaf 2025: afbouw op basis van het verzamelinkomen (box 1 + box 2 + box 3).
Zijn duiding: mensen met weinig box 1 maar wel box 2 of box 3 kunnen daardoor sneller (deels) de algemene heffingskorting verliezen. Op de vraag of dit ook geldt voor de arbeidskorting, antwoordde hij: nee. Arbeidskorting is gebaseerd op arbeidsinkomen, zoals loon, winst uit onderneming en resultaat overige werkzaamheden.
Bonuswijzigingen: groen beleggen en doorschuifregeling AB
Daamen noemde daarnaast twee wijzigingen die in de aangiftepraktijk zichtbaar zijn.
Groen beleggen: vrijstelling fors omlaag
De vrijstelling voor groen beleggen in box 3 gaat volgens Daamen fors omlaag:
- 2024: circa 71.000 euro per persoon (partners dubbel).
- 2025: circa 26.000 euro per persoon (partners dubbel).
Doorschuifregeling aanmerkelijk belang: strenger vanaf 2025
Over de doorschuifregeling bij schenking of overlijden van aandelen in een bv met ondernemingsvermogen zei Daamen dat deze vanaf 2025 strenger wordt. Hij noemde onder meer:
- Bij vermogensbestanddelen van meer dan € 100.000 waarbij sprake is van gemengd gebruik (zoals een auto) moet een splitsing tussen zakelijk en prive worden gemaakt; het privedeel telt dan niet mee voor de faciliteit.
- Aan derden verhuurd vastgoed in de bv wordt al sinds 2024 standaard als beleggingsvermogen aangemerkt.
Extra box 3: crypto, verliesverrekening en 2026 bij vakantiewoning
Daamen benoemde dat crypto in box 3 in 2025 niet vooraf ingevuld is. Dit moet dus zelf worden bijgehouden en aangegeven. Hij noemde ook dat gegevensuitwisseling over crypto (DAC8) in de komende jaren komt.
Daarnaast kwam verliesverrekening richting 2028 aan bod. Op de vraag of er vanaf 2028 bij de Wet werkelijk rendement verliesverrekening bij crypto komt, zei Daamen: ja. Daarbij noemde hij drie punten:
- verrekenen vooruit met toekomstige jaren,
- dus niet terug,
- met een drempel van 500 euro.
Ook werd een concreet jaartal voor 2026 genoemd bij een vakantiewoning in het kader van de huidige box 3-tegenbewijsregeling. Daamen zei dat bij een vakantiewoning die niet wordt verhuurd de WOZ-waardemutatie als vermogensaanwas telt. Daarnaast geldt volgens hem vanaf 2026 ook een voordeel voor eigen gebruik de economische huurwaarde tevens als regulier voordeel als het niet wordt verhuurd, dus bij leegstand bijvoorbeeld.
Drie belangrijke kerngetallen
Aan het einde noemde Daamen drie cijfers die hij handig vond om paraat te hebben:
- Excessief lenen dga: vrijstelling 500.000 euro in 2024, 2025 en 2026 (in 2023: 700.000 euro).
- MKB-winstvrijstelling: van 13,33% (2024) naar 12,7% (2025).
- Zelfstandigenaftrek: van 3.750 euro (2024) naar 2.470 euro (2025). Startersaftrek blijft 2.123 euro (als aan de voorwaarden is voldaan).
Conclusie
De uitzending maakte helder waar de belangrijkste IB-wijzigingen voor 2025 zitten. Box 3 blijft het meest actueel, mede doordat OWR nu in de aangifte zit en doordat de route richting 2028 al vorm krijgt. Tegelijk zijn er duidelijke aanpassingen bij vervoerskosten binnen de specifieke zorgkosten, bij de tarieven in box 1 en 2 en bij de afbouw van de algemene heffingskorting. Ten slotte springen de aanpassingen van de vrijstelling groen beleggen en de doorschuifregeling AB eruit.
Heb je meer vragen over de aangifte Inkomstenbelasting?



