
Papieren schenkingen staan in 2026 voor het eerst op de lijst met “opmerkelijke belastingconstructies” die als bijlage bij de Voorjaarsnota verschijnt. Daarmee zet de overheid de constructie nadrukkelijk in de schijnwerpers. De reden is dat papieren schenkingen de grondslag voor de erfbelasting kunnen uithollen, omdat vermogen al tijdens leven verschuift en de nalatenschap tegelijk lager wordt. Tegelijk is er budgetdruk, en wordt gekeken naar maatregelen die zowel het rentevoordeel als het tariefvoordeel beperken. In de media (FD) wordt zelfs gesproken over een gemiste opbrengst van circa € 275 miljoen in 2026.
Waarom zijn papieren schenkingen juist nu actueel?
De Voorjaarsnota 2026 bevat opnieuw een bijlage met constructies die de Belastingdienst en het ministerie van Financien in de praktijk signaleren en mogelijk “niet in de geest van de wet” vinden. Papieren schenkingen zijn daar nu aan toegevoegd, omdat ze de erfbelastinggrondslag kunnen verlagen en tegelijkertijd progressievoordeel opleveren bij schenk- en erfbelasting.
Belangrijk is ook de politieke context. Opname op de lijst is geen automatische afschaffing, maar wel een stevige opmaat naar wetsvoorstellen. Bovendien is in eerdere Kamerstukken al expliciet gezegd dat schenken op papier “onwenselijk” wordt gevonden als het uitsluitend om het fiscale motief draait.
Wat is een papieren schenking?
Een papieren schenking is een schenking waarbij geen geld wordt overgemaakt. De schenker erkent een bedrag schuldig aan de begiftigde (vaak een kind). In notariële akten heet dit meestal een schuldigerkenning uit vrijgevigheid.
Wanneer werkt dit fiscaal zoals bedoeld?
De Belastingdienst noemt drie kernvoorwaarden:
- Vastlegging via notariele akte.
- Jaarlijks minstens 6% rente toezeggen en ook echt betalen.
- De schuld/vordering verwerken in de aangifte inkomstenbelasting (box 3) bij beide partijen
Als dan niet aan de formele eisen van de papieren schenking is voldaan, vervalt de schuld bij overlijden en wordt het bedrag alsnog aan de begiftigde verkrijger als fictieve verkrijging toegekend (en niet tot de nalatenschap gerekend).
Waar komt het fiscale voordeel vandaan?
Het voordeel ontstaat grofweg op drie plekken:
- Lagere nalatenschap: een kwalificerende papieren schenking vormt een schuld van de nalatenschap en verlaagt zo de erfbelastinggrondslag.
- Renteverschuiving: de jaarlijkse rente (nu 6%) leidt tot vermogensoverdracht zonder schenkbelasting, en verkleint tegelijk de toekomstige nalatenschap.
- Progressievoordeel: door schenkingen te spreiden kan relatief meer binnen de lage schijf vallen. Bij kinderen ligt de grens van de eerste schijf in 2026 op € 158.669 (boven de vrijstelling), met daarboven een hoger tarief.
Let op: het is niet “gratis geld”. De ontvanger krijgt een vordering die in box 3 als bezitting meetelt, terwijl de schenker een schuld heeft die de box 3-positie kan verlagen.
Welke maatregelen liggen op tafel?
In de Voorjaarsnota 2026 worden twee opties uitgewerkt om papieren schenkingen minder aantrekkelijk te maken.
- Lagere verplichte rentevergoeding (6% naar circa 3%)
De huidige 6% is gekoppeld aan de forfaitaire rekenrente in de schenk- en erfbelasting. In een moderniseringstraject wordt een geactualiseerde rekenrente genoemd die op basis van huidige verwachtingen richting 3% per 1 januari 2028 zou kunnen gaan.
Effect: minder vermogen kan jaarlijks via rente “onbelast” verschuiven. Daarmee slinkt een belangrijk deel van het voordeel. - Fictieve verkrijging bij aflossing en bij overlijden
De tweede maatregel is ingrijpender. Het idee: de aflossing tijdens leven en/of het nog openstaande bedrag bij overlijden wordt (fictief) belast alsof er geen papieren schenking aan vooraf ging. Daarmee verdwijnt het progressievoordeel.
Om dubbele heffing te beperken, wordt in de uitwerking genoemd dat eerder betaalde schenkbelasting verrekend kan worden.
Mogelijke (fiscale) complicaties van deze maatregelen
Overgangsrecht en bestaande dossiers
De grote vraag wordt hoe de wetgever omgaat met al bestaande papieren schenkingen. Als nieuwe regels (deels) teruggrijpen op bestaande akten, kan dat leiden tot onverwachte erf- of schenkbelasting bij aflossing of overlijden. De Voorjaarsnota werkt dit nog niet uit; dat zit in de fase van “handelingsperspectief” en beleidskeuzes.
Administratieve stapeling en verrekening
Bij een fictieve verkrijging moet worden bijgehouden hoeveel er op papier is geschonken, hoeveel al is belast, en wat bij aflossing of overlijden opnieuw in de heffing wordt betrokken. De aangekondigde verrekenmogelijkheid helpt, maar vraagt wel om sluitende langdurige vastlegging. De periode tussen schenking en overlijden kan immers zo maar 30 jaar zijn.
Box 3, toeslagen en Wlz/Wmo-effecten blijven meespelen
De Voorjaarsnota benoemt expliciet dat een papieren schenking de box 3-grondslag van de schenker kan verlagen, met mogelijke doorwerking naar toeslagen en eigen bijdragen Wlz/Wmo. Tegelijk kan de begiftigde juist box 3-druk ervaren door de vordering.
Rente omlaag: eenvoudiger, maar niet zonder frictie
Een lagere rente vermindert het voordeel, maar raakt ook bestaande verwachtingen in akten en in cashflow (rente moet daadwerkelijk betaald worden). Daarnaast kan een lagere rente de toegankelijkheid vergroten voor schenkers met weinig liquide middelen, iets wat in de beleidsanalyse zelf ook wordt genoemd.
Conclusie
Papieren schenkingen zijn in 2026 actueel omdat ze officieel zijn aangemerkt als opmerkelijke belastingconstructie. De overheid ziet met name twee hefbomen: de verplichte rente omlaag (richting 3% vanaf 2028) en een zwaardere optie via een fictieve verkrijging bij aflossing of overlijden.
Voor de praktijk betekent dit vooral: meer onzekerheid over toekomstig overgangsrecht, meer nadruk op langdurige dossieropbouw en mogelijk een ander heffingsmoment.
Heb je meer vragen over schenk en erfrecht?



