
De pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding kan ineens opduiken bij het einde van een dienstbetrekking. Zeker bij internationale functies is de vraag dan vaak welk loon meetelt, en welk land mag heffen? In een uitspraak van Gerechtshof Den Haag draait het om een werknemer die in Italie woont, maar jarenlang in Nederland werkt met toepassing van de 30%-regeling. Het hof geeft aan dat voor het toetsloon het wereldloonvniet telt, maar alleen het aan Nederland toe te rekenen loon. Dat klinkt technisch, maar het raakt direct aan de kern van artikel 32bb Wet LB.
Wat is de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding?
De pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding is een werkgeversheffing. Het tarief is 75% en ziet op het excessieve deel van een vertrekvergoeding. De regeling werkt met een drempel: pas als het toetsloon boven het drempelbedrag uitkomt, komt de heffing in beeld. Voor 2026 noemt de Belastingdienst een drempelbedrag van € 700.000.
Belangrijk is ook het loonbegrip. De Belastingdienst rekent voor het toetsloon met het loon voor loonbelasting/premie volksverzekeringen, inclusief eindheffingsloon en vergoedingen en verstrekkingen (zoals een vergoeding voor extraterritoriale kosten).
Wanneer is een vertrekvergoeding excessief, en wat is toetsloon?
De logica is in de basis eenvoudig, maar de uitwerking vraagt aandacht. De vraag is bijvoorbeled wanneer een vertrekvergoeding excessief is? Dat is het geval als:
- het toetsloon boven de drempel ligt, en
- de vertrekvergoeding uitkomt boven het toetsloon.
De Belastingdienst werkt daarbij stap voor stap. Eerst bepaal je het toetsloon. Daarna vergelijk je met het drempelbedrag. Pas daarna bereken je het excessieve deel. Daarbij spelen ook loonbestanddelen in het jaar van einde dienstbetrekking en het jaar ervoor een rol.
Uitspraak Hof Den Haag 27 mei 2026: toetsloon is Nederlands loon
In deze zaak gaat het om een concern met een Nederlands hoofdkantoorfunctie. Een werknemer uit de Italiaanse vestiging werkt vanaf 2008 in Nederland, maar blijft fiscaal inwoner van Italie. De 30%-regeling is van toepassing. De uitzending eindigt eind 2016, waarna de werknemer met pensioen gaat. Later volgt discussie over de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding.
De werkgever gaat bij de aangifte uit van het wereldinkomen. De inspecteur corrigeert dat en kijkt alleen naar het in Nederland belast loon. Daarna volgen naheffingsaanslagen. De centrale vragen in hoger beroep zijn of Nederland mag heffen, en hoe bepaal je het toetsloon?
Heffingsrecht volgt loonbestanddelen en verdragstoerekening
Het hof legt een belangrijk accent door te stellen dat de pseudo-eindheffing hangt aan loonbestanddelen. Het gaat dus niet om een losstaande heffing die automatisch naar de woonstaat verschuift. Voor zover het belastingverdrag het heffingsrecht over de onderliggende loonbestanddelen aan Nederland toewijst, volgt de pseudo-eindheffing die toewijzing. Dat de werknemer op het moment van einde dienstbetrekking in Italie woont, verandert dat niet.
Geen wereldloon als toetsloon door beperkt werknemersbegrip
De essentie van deze zaak is dat het toetsloon geen wereldloon is. Het hof redeneert namelijk dat werknemer en loon in artikel 32bb Wet LB aansluiten bij de rest van de Wet LB. Daardoor werkt het beperkte werknemersbegrip voor niet-inwoners door: iemand is alleen werknemer voor zover Nederland op basis van verdrag het heffingsrecht heeft. Het gevolg is dus praktisch: voor het toetsloon tel je alleen het aan Nederland toe te rekenen loon mee.
Het hof veegt ook een beroep op ouder beleid van tafel, omdat dat beleid is ingetrokken en bovendien een andere situatie betrof.
Vrij verkeer van werknemers: waarom het hof geen strijd ziet
De werkgever beroept zich ook op het vrije verkeer van werknemers (artikel 45 VWEU). Het hof ziet hier echter geen strijd. De redenering van het hof is dat inwoners en niet-inwoners voor deze regeling niet objectief vergelijkbaar zijn, juist omdat het werknemersbegrip en de verdragstoerekening een rol spelen in de afbakening. Daarmee blijft de nationale regeling overeind.
Conclusie
Het hof koppelt de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding aan de onderliggende loonbestanddelen en dus aan de verdragstoerekening. Daarnaast bevestigt het hof dat het toetsloon bij een niet-inwoner geen wereldloon is, maar het aan Nederland toe te rekenen loon. Dat maakt de uitkomst minder all or nothing en meer in lijn met de systematiek van de Wet LB
Heb jij vragen over Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding?



