
Vanaf 2027 verandert de toepassing van de arbeidskorting voor werkenden die een arbeidsongeschiktheidsuitkering via hun werkgever ontvangen. Het kabinet zet een wetswijziging door die een door de Hoge Raad vastgestelde ongelijke behandeling moet beëindigen. Daardoor verliezen naar verwachting ongeveer 11.000 uitkeringsgerechtigden een deel van hun arbeidskorting. Voor veel betrokkenen leidt dit tot een aanzienlijke daling van het netto-inkomen. Tegelijkertijd laat de maatregel zien hoe complex de wisselwerking tussen loon, uitkeringen en heffingskortingen inmiddels is.
Waarom verandert de arbeidskorting in 2027
De aanleiding voor de wijziging is een arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024. De zaak ging over een werknemer die naast loon een WGA-uitkering ontving. Het UWV betaalde deze uitkering rechtstreeks aan hem.
Een rechtstreeks betaalde WGA-uitkering telt niet mee als arbeidsinkomen voor de arbeidskorting. Wanneer de werkgever dezelfde uitkering ontvangt en samen met het loon doorbetaalt, telt de uitkering door de huidige samenvoegbepaling wel mee.
Volgens de Hoge Raad leidt dit verschil tot een verboden ongelijke behandeling. De wijze van uitbetaling bepaalt immers of iemand arbeidskorting ontvangt, terwijl de aard van de uitkering gelijk blijft. De Hoge Raad liet het aan de wetgever om deze ongelijke behandeling weg te nemen.
Kabinet kiest voor beperking van de arbeidskorting
Het kabinet had twee mogelijkheden om beide groepen gelijk te behandelen. Het kon arbeidskorting toekennen over alle betrokken uitkeringen. Of het kon de korting ook uitsluiten voor alle uitkeringen.
De keuze is op de tweede mogelijkheid gevallen. Vanaf 2027 mogen werkgevers daarom geen arbeidskorting meer toepassen op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zij namens het UWV aan werknemers doorbetalen.
Volgens het kabinet sluit deze benadering beter aan bij het doel van de arbeidskorting. Deze heffingskorting is bedoeld om inkomen uit actuele arbeid fiscaal gunstiger te behandelen en zo arbeidsparticipatie te stimuleren. Een arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt fiscaal in beginsel als inkomen uit vroegere arbeid.
Wat is arbeidskorting?
Arbeidskorting is een heffingskorting die de verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen verlaagt. De korting geldt voor mensen met arbeidsinkomen, zoals loon uit een dienstbetrekking, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.
De hoogte hangt af van het arbeidsinkomen. Eerst loopt de korting op. Boven een bepaalde inkomensgrens wordt zij weer afgebouwd. In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting € 5.685. De afbouw begint bij een arbeidsinkomen van € 45.592 en bedraagt 6,51 procent van het meerdere.
Uitkeringen die fiscaal als loon uit vroegere arbeid gelden, behoren normaal gesproken niet tot de berekeningsgrondslag. De samenvoegbepaling vormde daarop in bepaalde situaties feitelijk een uitzondering.
Netto-inkomen kan gemiddeld € 3.000 dalen
Naar verwachting worden ongeveer 11.000 werkende uitkeringsgerechtigden door de aanpassing geraakt. De meerderheid gaat er volgens de kabinetsraming gemiddeld circa € 3.000 netto per jaar op achteruit.
De precieze gevolgen verschillen per persoon. Ze hangen onder meer samen met de hoogte van het loon, de uitkering en andere inkomensafhankelijke regelingen. Voor een kleine groep kan de wijziging juist gunstig uitpakken. Dat kan gebeuren wanneer het totale inkomen in het afbouwtraject van de arbeidskorting valt.
In een uitzonderlijke situatie kan het nadeel volgens het kabinet oplopen tot ongeveer € 8.700 per jaar. Daarbij vervalt naast arbeidskorting ook het volledige recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Getroffen groep is niet volledig in beeld
Het kabinet kan niet exact vaststellen welke personen met de wijziging te maken krijgen. Onder de huidige samenvoegbepaling worden loon en uitkering in de loonaangifte als één bedrag verwerkt.
Daardoor is achteraf niet zichtbaar welk deel van het aangegeven bedrag loon is en welk deel uit een uitkering bestaat. Ook kunnen de uiteindelijke inkomenseffecten niet voor iedere uitkeringsgerechtigde vooraf worden berekend.
Communicatie start in september 2026
De wijziging gaat op 1 januari 2027 in. De periode tot de invoering is bedoeld om werkgevers, uitvoeringsorganisaties en softwareleveranciers gelegenheid te geven hun processen en systemen aan te passen.
Het UWV verstuurt vanaf september 2026 persoonlijke brieven aan mensen die naar verwachting worden geraakt. Daarnaast informeren het UWV en de Belastingdienst werkgevers, salarisprofessionals en maatschappelijke hulpverleners over de nieuwe verwerking.
Conclusie
De aanpassing van de arbeidskorting beëindigt het verschil tussen rechtstreeks en via de werkgever betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tegelijkertijd heeft de gekozen oplossing grote financiële gevolgen voor een beperkte groep werkende uitkeringsgerechtigden. De maatregel treedt in 2027 in werking. Daarmee krijgt de uitvoering tijd voor aanpassing, terwijl het bredere debat over heffingskortingen en inkomensondersteuning doorgaat.
Zeker weten hoe het zit met arbeidskorting?



