• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer

NextensNextens

Fiscaal partner van professionals

  • Producten
    • Aangiftesoftware
      • Inkomstenbelasting
      • Omzetbelasting
      • Vennootschapsbelasting
      • Schenkbelasting en Erfbelasting
      • Dividendbelasting
      • Alle producten
    • Modules
      • Jaarrekening
      • Digitaal bezwaar
      • Opgaaf Werkelijk Rendement
      • SBR bankaanlevering
      • Nextens Koppelingen
      • Alle producten
  • Kennisproducten
    • Menu-item
      • Fiscale AI assistent – Tex
      • Belastingalmanakken
      • Vaktijdschriften
      • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Nieuws
  • Over ons
    • Menu-item
      • Over Nextens
      • Werken bij Nextens
      • Veiligheid
      • Klantverhalen
      • Verschijningsdata
      • Contact
    • Menu-item
      • Studio Nextens
      • Nextens Connect
      • Partners
      • De auteurs van Nextens
  • Login
  • Offerte aanvragen
  • Login
Home Fiscaal nieuws DAC9 en minimumbelasting: Belastingdienst versoepelt boetebeleid

Nieuws

Bedrijfsleven

DAC9 en minimumbelasting: Belastingdienst versoepelt boetebeleid

Team Nextens11 aug 20264 min Leestijd

De Belastingdienst legt tijdelijk geen verzuimboete op wanneer ondernemingen de eerste aangifte voor de minimumbelasting te laat indienen of de verschuldigde bijheffing te laat betalen. De versoepeling geldt tot en met 31 oktober 2026. De staatssecretaris van Financiën heeft hiervoor het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst aangepast. Tegelijkertijd worden nieuwe boeteregels ingevoerd voor informatieverplichtingen die samenhangen met DAC8, DAC9 en de Wet minimumbelasting 2024.

De tijdelijke tegemoetkoming komt niet uit de lucht vallen. De eerste aangifteperiode onder de Wet minimumbelasting 2024 blijkt in de praktijk complex. Internationale implementatieproblemen en technische opstartproblemen kunnen het voor ondernemingen moeilijk maken om alle benodigde informatie tijdig beschikbaar te hebben. Vooral de samenhang tussen de aangifte minimumbelasting en de bijheffing-informatieaangifte speelt daarbij een belangrijke rol.

Tijdelijk geen verzuimboete

De versoepeling geldt voor aangiften die voortvloeien uit artikel 14.3 van de Wet minimumbelasting 2024. Tot en met 31 oktober 2026 legt de Belastingdienst geen verzuimboete op wanneer zo’n aangifte te laat wordt ingediend. Hetzelfde geldt wanneer de verschuldigde bijheffing niet tijdig wordt betaald.

Volgens de staatssecretaris zijn groepsentiteiten voor het indienen van de aangifte en het betalen van de belasting mede afhankelijk van gegevens uit de bijheffing-informatieaangifte. Juist bij deze eerste rapportageperiode kunnen internationale en technische problemen vertraging veroorzaken. Daarom acht de staatssecretaris het niet redelijk om gedurende deze periode automatisch een verzuimboete op te leggen.

Ook een vergrijpboete wegens een te late betaling ligt gedurende deze opstartperiode niet voor de hand. Voor een dergelijke boete moet sprake zijn van verwijtbaar handelen. Volgens de toelichting kunnen de internationale implementatieproblemen en technische problemen er juist voor zorgen dat een belastingplichtige redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.

De aangifteperiode wordt niet verlengd

De tijdelijke versoepeling betekent niet dat de wettelijke aangifte- en betaaltermijnen worden verschoven.

Voor groepen met een kalenderjaar als verslagjaar en 2024 als eerste verslagjaar moest de bijheffing-informatieaangifte uiterlijk 30 juni 2026 worden ingediend. De afzonderlijke belastingaangifte voor de minimumbelasting en de betaling daarvan moeten uiterlijk 31 augustus 2026 plaatsvinden.

De regeling voorkomt dus gedurende een beperkte periode het opleggen van een verzuimboete, maar verandert de oorspronkelijke verplichtingen niet. Vanaf 1 november 2026 vervalt de tijdelijke uitzondering. Aangiften en betalingen die daarna te laat plaatsvinden, kunnen weer als verzuim worden beboet.

Voor ondernemingen die onder de minimumbelasting vallen, blijft het daarom belangrijk om de aangifte en betaling zo snel mogelijk af te ronden. De periode tot eind oktober moet niet worden gezien als een nieuwe reguliere aangiftetermijn.

DAC9 maakt informatie-uitwisseling belangrijker

De aanpassing van het boetebeleid hangt ook samen met DAC9. Deze Europese richtlijn ondersteunt de toepassing van de internationale minimumbelasting en regelt de automatische uitwisseling van informatie uit de bijheffing-informatieaangifte tussen belastingdiensten.

DAC9 voert zelf geen nieuwe minimumbelasting in. De minimumbelasting van 15 procent volgt uit de internationale Pillar 2-regels en de Wet minimumbelasting 2024. DAC9 zorgt er vooral voor dat de informatie waarmee belastingdiensten de toepassing van die regels kunnen controleren gemakkelijker tussen EU-lidstaten kan worden uitgewisseld.

Voor grote multinationale groepen kan dit tegelijkertijd een administratieve vereenvoudiging opleveren. Onder voorwaarden kan een groep de bijheffing-informatieaangifte centraal indienen. De relevante informatie wordt vervolgens tussen de betrokken belastingautoriteiten uitgewisseld. Daarmee hoeft dezelfde informatie niet afzonderlijk in iedere lidstaat te worden aangeleverd.

Daar staat tegenover dat de kwaliteit van de aangeleverde informatie steeds belangrijker wordt. Belastingdiensten kunnen gegevens eenvoudiger internationaal vergelijken en gebruiken bij het toezicht op de minimumbelasting.

Nieuwe boeteregels voor informatieverplichtingen

Terwijl de Belastingdienst voor de eerste belastingaangifte tijdelijk coulant omgaat met te late indiening en betaling, worden de regels rond informatieverplichtingen juist verder uitgewerkt.

Het gewijzigde boetebesluit bevat een aparte regeling voor informatieverplichtingen uit de Wet minimumbelasting 2024. Wanneer het aan opzet of grove schuld is te wijten dat een verplichting niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist wordt nagekomen, kan de inspecteur een vergrijpboete opleggen.

Daaronder valt ook een met DAC9 ingevoerde verplichting. Een rapporterende groepsentiteit moet aangeven welke delen van de bijheffing-informatieaangifte aan welke andere staten moeten worden verstrekt. Het gaat daarmee niet alleen om het verzamelen van de juiste gegevens, maar ook om een correcte verdeling van die informatie over de betrokken belastingautoriteiten.

Afhankelijk van de informatieverplichting kent artikel 13.3 van de Wet minimumbelasting 2024 een maximale vergrijpboete die aansluit bij de zesde of de vierde boetecategorie. In 2026 bedragen deze wettelijke maxima respectievelijk € 1,1 miljoen en € 27.500. Het gaat nadrukkelijk om maximumbedragen. Bovendien kan een vergrijpboete alleen worden opgelegd wanneer sprake is van opzet of grove schuld.

Ook DAC8 leidt tot hogere boetemaxima

Het gewijzigde besluit verwerkt daarnaast de gevolgen van DAC8. Deze richtlijn heeft onder meer betrekking op de automatische uitwisseling van gegevens over transacties met cryptoactiva.

Voor bepaalde grensoverschrijdende informatieverplichtingen is het maximale boetebedrag per 1 januari 2026 verhoogd. Waar voor een deel van deze verplichtingen eerder de vierde boetecategorie gold, geldt nu een maximum op het niveau van de zesde categorie. Dat komt in 2026 neer op maximaal € 1,1 miljoen. Ook voor nieuwe informatieverplichtingen die uit DAC8 voortvloeien, geldt dit maximum.

Dat betekent niet dat bij iedere fout direct een dergelijke boete volgt. De inspecteur moet overtuigend aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. De hoogte van de boete wordt bovendien vastgesteld in overleg met de vaktechnisch coördinator formeel recht.

Tijdelijke ruimte verandert de verantwoordelijkheid niet

De aangepaste regels laten twee ontwikkelingen naast elkaar zien. Enerzijds erkent de staatssecretaris dat de invoering van de minimumbelasting en de bijbehorende internationale rapportage technisch en organisatorisch ingewikkeld is. Daarom geldt voor de eerste aangifteperiode tijdelijk meer ruimte wanneer aangifte of betaling vertraging oploopt.

Anderzijds worden de informatieverplichtingen rond DAC8, DAC9 en de minimumbelasting nadrukkelijker onderdeel van het fiscale toezicht. Voor grote internationale groepen wordt het daardoor steeds belangrijker dat fiscale berekeningen, groepsinformatie en rapportages volledig en onderling consistent zijn.

De tijdelijke coulance tot en met 31 oktober 2026 verandert daar uiteindelijk weinig aan. Vanaf 1 november kan een te late aangifte of betaling weer tot een verzuimboete leiden. Ook tijdens de overgangsperiode blijven de afzonderlijke informatieverplichtingen en de regels rond opzet en grove schuld van kracht. Voor ondernemingen en hun adviseurs is het daarom vooral zaak om eventuele opstartproblemen tijdig te signaleren en de benodigde gegevens zo goed mogelijk op orde te krijgen.

Zeker weten hoe het zit met DAC8 en DAC9?

Vraag ‘t Tex!
Artikel delen:
Share this...
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
Linkedin

Net als 20.000 anderen het meest actuele fiscale nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jouw fiscaal partner

Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs

Footer

  • Software producten
  • Inkomstenbelasting
  • Omzetbelasting
  • Vennootschapsbelasting
  • Schenkbelasting en Erfbelasting
  • Dividendbelasting
  • Jaarrekening
  • Digitaal Bezwaar
  • Opgaaf Werkelijk Rendement
  • Koppelingen

  • Kennisproducten
  • Fiscale AI assistent – Tex
  • Belasting Almanakken
  • Vaktijdschriften
  • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Fiscaal nieuws
  • Laatste nieuws
  • Over ons
  • Over Nextens
  • Werken bij Nextens
  • Veiligheid
  • Klantverhalen
  • Verschijningsdata
  • Status
  • Contact
Relx Logo
iso-certificate-mark
Relx Logo

  • The following regulations apply to the use of this website:
  • Terms and conditions
  • Security
  • Privacy policy
  • Cookie policy
  • Nextens® is a brand of LexisNexis® Risk Solutions, part of RELX.
  • Copyright reserved © 2026 LexisNexis Risk Solutions.