
Een recent artikel in het FD werpt licht op een omvangrijke fiscale procedure over verrekenprijzen bij concernfinanciering. Het onderliggende arrest van Gerechtshof Den Haag is geanonimiseerd. Het FD concludeert op basis van eigen onderzoek dat de zaak betrekking heeft op Vodafone Europe. Volgens de krant draait het geschil om miljardenleningen vanuit Luxemburg en de vraag of de in Nederland afgetrokken rente zakelijk was. Het hof geeft de Belastingdienst op belangrijke punten gelijk, maar vermindert de fiscale correctie aanzienlijk. De uitspraak laat tegelijk zien hoe belangrijk een zakelijke onderbouwing van verrekenprijzen is.
Wat zijn verrekenprijzen?
Verrekenprijzen zijn de prijzen en voorwaarden die ondernemingen binnen hetzelfde concern hanteren bij onderlinge transacties. Denk aan de levering van goederen, het verlenen van diensten, het doorbelasten van kosten of het verstrekken van leningen.
Daarbij geldt het arm’s-lengthbeginsel. Dit houdt in dat gelieerde ondernemingen voor fiscale doeleinden voorwaarden moeten hanteren die vergelijkbaar zijn met voorwaarden tussen onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden.
De Nederlandse regels sluiten hierbij aan bij de OESO Transfer Pricing Guidelines. Ook artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 speelt een belangrijke rol. Wanneer interne prijzen of voorwaarden niet zakelijk zijn, kan de Belastingdienst de fiscale winst corrigeren.
Wat speelde bij de leningen vanuit Luxemburg?
Volgens het FD gaat het geanonimiseerde arrest over Vodafone Europe, een Nederlandse houdstermaatschappij binnen de internationale Vodafone-groep.
De onderneming leende tussen 2007 en 2012 miljarden euro’s van gelieerde entiteiten in Luxemburg. Over deze financiering betaalde de Nederlandse vennootschap rente. Die rente kwam in mindering op de belastbare winst in Nederland.
De Belastingdienst stelde dat de gehanteerde rentetarieven te hoog waren. Daardoor zou te veel winst vanuit Nederland naar Luxemburg zijn verschoven. De fiscus legde in 2020 aanslagen op van in totaal € 267 miljoen aan belasting en rente.
Tussen 2012 en 2017 bracht de onderneming volgens het FD ongeveer € 1,28 miljard aan rente ten laste van de Nederlandse winst. De Belastingdienst vond dat slechts een aanzienlijk lager bedrag aftrekbaar was.
Hoe bepaalde het hof een zakelijke rente?
Bij de beoordeling keek het hof naar vergelijkbare financieringstransacties tussen onafhankelijke partijen. Zulke marktgegevens worden gebruikt om vast te stellen welke rente onder vergelijkbare omstandigheden zakelijk zou zijn geweest.
Volgens het FD betaalde de onderneming over een kredietlijn van € 2,5 miljard bijvoorbeeld 5 procent rente. Een door de Belastingdienst aangedragen vergelijkbare rente kwam uit op 2,51 procent. Het hof stelde voor deze financiering uiteindelijk een zakelijke rente van 2,21 procent vast.
Daarmee volgde het hof de Belastingdienst niet volledig. Wel concludeerde het dat een deel van de gehanteerde rente niet zakelijk was. Van de ongeveer € 1,28 miljard aan afgetrokken rente accepteerde het hof volgens het FD uiteindelijk ongeveer € 903 miljoen.
Het definitieve bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting blijkt niet uit het geanonimiseerde arrest.
Waarom is documentatie bij verrekenprijzen belangrijk?
Bij verrekenprijzen gaat het niet alleen om de uiteindelijke prijs of het gekozen rentepercentage. Ook de onderbouwing daarvan speelt een belangrijke rol.
Ondernemingen moeten kunnen laten zien hoe een verrekenprijs tot stand is gekomen en waarom deze aansluit bij voorwaarden die onafhankelijke partijen zouden hanteren. Daarbij kunnen onder meer functies, risico’s, looptijden en vergelijkbare markttransacties een rol spelen.
Het hof was volgens het FD kritisch over de beschikbare documentatie en over de wijze waarop de aangifte tot stand was gekomen. Dat maakt duidelijk dat de zakelijkheid van interne transacties niet alleen achteraf onderwerp van discussie kan worden. De gekozen uitgangspunten en gebruikte vergelijkingsgegevens moeten ook voldoende uit de administratie blijken.
Wat laat deze verrekenprijszaak zien?
De zaak illustreert hoe grote financiële gevolgen een verschil van inzicht over verrekenprijzen kan hebben. Vooral bij omvangrijke concernleningen kan een relatief klein verschil in rentepercentage leiden tot een forse correctie van de belastbare winst.
Tegelijkertijd laat de uitspraak zien dat een geschil niet uitsluitend draait om de positie van de Belastingdienst of de belastingplichtige. Het hof maakt een eigen beoordeling van de feiten, de vergelijkingsgegevens en de zakelijke voorwaarden. In deze zaak leidde dat tot een aanzienlijk lagere correctie dan de fiscus aanvankelijk had aangebracht.
Conclusie
Het geanonimiseerde arrest dat het FD op basis van eigen onderzoek aan Vodafone koppelt, biedt een actueel voorbeeld van de fiscale betekenis van verrekenprijzen. De procedure draait om zakelijke rente, vergelijkbare markttransacties en de onderbouwing van interne financiering. Daarmee is de uitspraak ook relevant voor het bredere debat over transfer pricing en internationale winstverdeling.
Meer weten over verrekenprijzen of gerelateerde zaken?



