
De OECD heeft nieuwe afspraken gepubliceerd over de uitvoering van de wereldwijde minimumbelasting. Het pakket moet zorgen voor meer consistentie tussen landen en meer zekerheid voor internationaal opererende ondernemingen. Zo komt er een uitgebreider beoordelingsproces voor nationale wetgeving en is de GloBE Information Return aangepast. Ook geeft de OECD nieuwe uitleg over enkele technische onderdelen van Pijler 2 (Pillar 2).
Wat verandert er bij de beoordeling van nationale wetgeving?
Een belangrijk onderdeel van het nieuwe pakket is het raamwerk voor de zogenoemde Full Legislative Review. Daarmee krijgen landen binnen het OECD/G20 Inclusive Framework een vaste methode om te beoordelen of nationale regels voor de wereldwijde minimumbelasting aansluiten op de internationale GloBE-regels.
De beoordeling ziet onder meer op de Income Inclusion Rule, de Undertaxed Profits Rule en de Qualified Domestic Minimum Top-up Tax. Ook wordt gekeken naar de voorwaarden voor toepassing van de QDMTT Safe Harbour.
Wanneer bij een beoordeling verschillen worden vastgesteld, kan het Inclusive Framework aanbevelingen doen om die verschillen weg te nemen. Volgens de OECD moet dit bijdragen aan een meer uniforme toepassing van de regels en daarmee aan meer fiscale zekerheid. Ook kan een consistente toepassing voorkomen dat internationaal opererende groepen in verschillende landen met uiteenlopende uitkomsten worden geconfronteerd.
Waarom wordt de GloBE Information Return aangepast?
Daarnaast heeft de OECD een nieuwe versie van de GloBE Information Return gepubliceerd. Deze GIR vormt de gestandaardiseerde informatieaangifte waarmee belastingautoriteiten kunnen beoordelen of de minimumbelasting correct is berekend.
De aanpassing verwerkt de vereenvoudigingen uit het Side-by-Side-pakket waarover het Inclusive Framework in januari 2026 overeenstemming bereikte. De vernieuwde GIR geldt uitsluitend voor verslagjaren die beginnen op of na 31 december 2025.
Ook werkt de OECD aan een aangepast XML-schema. Dat schema moet de technische verwerking, indiening en internationale uitwisseling van de GIR ondersteunen. De OECD meldde op 11 september dat dit schema nog in ontwikkeling is en op korte termijn beschikbaar moet komen.
Hoe worden voorwaardelijke belastingen behandeld?
Het pakket bevat daarnaast nieuwe Administrative Guidance over belastingen die expliciet afhankelijk zijn van de toepassing van Pijler 2-regels in andere landen.
De OECD verduidelijkt dat een belasting niet als Covered Tax kan meetellen wanneer deze uitsluitend van toepassing is doordat een belastingplichtige in een andere jurisdictie onder de IIR of UTPR valt. Daarmee wordt voortgebouwd op het Side-by-Side-pakket. Daarin was al afgesproken dat voorwaardelijke of discriminerende belastingen niet als Covered Taxes meetellen.
De OECD werkt nog aan verdere guidance over andere kenmerken waardoor een belasting als discriminerend kan worden aangemerkt. Die nadere uitleg wordt volgens de publicatie voor het einde van 2026 verwacht.
Wat verandert er bij de QDMTT Safe Harbour?
Ook bij de Qualified Domestic Minimum Top-up Tax geeft de OECD een nadere verduidelijking. Daarbij gaat het specifiek om situaties waarin het lokale boekjaar niet gelijkloopt met het fiscale jaar van de uiteindelijke moederentiteit.
Onder bepaalde voorwaarden kan de QDMTT dan worden berekend op basis van lokale financiële verslaggevingsregels. De nieuwe guidance bevestigt dat toepassing van de QDMTT Safe Harbour mogelijk blijft wanneer aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
Wat betekent het OECD-pakket voor Nederland?
Nederland kent sinds eind 2023 de Wet minimumbelasting 2024. Deze wet geldt voor multinationale en binnenlandse groepen met een geconsolideerde jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro. Per land wordt beoordeeld of het effectieve belastingtarief ten minste 15 procent bedraagt. Bij een lager effectief tarief kan een bijheffing volgen.
Het nieuwe OECD-pakket verandert deze Nederlandse uitgangspunten niet rechtstreeks. Wel wordt het internationale kader waarbinnen nationale Pijler 2-wetgeving wordt beoordeeld en uitgevoerd verder ingevuld. Daarmee neemt het belang van internationale afstemming in de uitvoeringsfase verder toe.
Conclusie
Met het nieuwe pakket zet het Inclusive Framework een volgende stap in de uitvoering van de wereldwijde minimumbelasting. De nadruk ligt op een consistente beoordeling van nationale wetgeving, een aangepaste informatieaangifte en verdere verduidelijking van technische regels.
Voor Nederland staat de Wet minimumbelasting 2024 daarbij in een internationaal systeem dat nog steeds wordt aangevuld en verfijnd. De ontwikkelingen rond de GIR, het beoordelingsproces en aanvullende OECD-guidance laten zien dat Pijler 2 ook na de invoering volop in beweging blijft.
Heb je vragen over minimumbelasting of Pillar2?



