
Werkgevers krijgen vanaf 2027 te maken met verschillende wijzigingen in de loonbelasting. Sommige maatregelen raken vrijwel iedere organisatie, zoals de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding. Andere veranderingen zijn specifiek gericht op werkgevers die fossiele personenauto’s ter beschikking stellen. Ook verdwijnt een bestaande vrijstelling voor personeelskortingen.
Tarieven volgen de inkomstenbelasting
De tarieven en heffingskortingen in de loonbelasting sluiten aan bij de wijzigingen in de inkomstenbelasting. Dat betekent onder meer dat de tarieven in de eerste en tweede schijf in 2027 stijgen. Tegelijkertijd worden verschillende heffingskortingen verhoogd.
Voor werkgevers worden deze wijzigingen verwerkt in de loonheffing.
Onbelaste reiskostenvergoeding naar 25 cent
Een wijziging die veel werkgevers en werknemers raakt, is de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding. Het maximale onbelaste bedrag voor zakelijke reizen en woon-werkverkeer stijgt structureel van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De verhoging werkt terug tot 1 januari 2026.
De vergoeding is niet van toepassing wanneer de werkgever voor de betreffende reizen een vervoermiddel aan de werknemer ter beschikking stelt.
Gerichte vrijstelling voor personeelskorting vervalt
Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten. Op dit moment kan een werkgever werknemers maximaal 20 procent korting geven op producten of diensten uit de eigen branche. Daarbij geldt een maximum van € 500 per werknemer per jaar. Na het vervallen van de gerichte vrijstelling kan de werkgever de korting onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling of behandelen als belast loon.
De bestaande waarderingsregel voor branche-eigen producten blijft wel bestaan. Ook de regeling voor oud-werknemers verandert niet.
Nieuwe pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s
Een belangrijke verandering heeft betrekking op fossiele personenauto’s die werkgevers mede voor privédoeleinden aan werknemers ter beschikking stellen. Vanaf 2027 moet een werkgever in beginsel een pseudo-eindheffing van 12 procent betalen over de cataloguswaarde van zo’n auto. Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer eveneens als privégebruik gezien.
Het Belastingplan 2027 bevat daarnaast verschillende uitzonderingen en overgangsmaatregelen.
Uitzondering voor tijdelijk vervangend vervoer
Een werkgever hoeft de pseudo-eindheffing niet direct toe te passen wanneer een werknemer tijdelijk een vervangende auto gebruikt omdat de vaste auto wordt onderhouden of gerepareerd. De uitzondering geldt ook bij een bandenwissel of schadeherstel.
Per onderhouds- of reparatieperiode geldt de uitzondering maximaal veertien kalenderdagen. Vanaf de vijftiende dag kan de pseudo-eindheffing voor de vervangende fossiele auto gelden voor de volledige kalendermaand waarin die dag valt.
Voorwaarde is bovendien dat ook de vaste auto voor privégebruik ter beschikking staat.
Handgeschakelde lesauto uitgezonderd
Voor rijscholen komt er een specifieke uitzondering. De pseudo-eindheffing geldt niet voor een fossiele lesauto met een handgeschakelde transmissie wanneer de rijschool deze gebruikt voor rijonderricht. Het gaat daarbij om auto’s met een koppeling die de bestuurder zelf bedient bij het wegrijden, stoppen en schakelen.
Overgangsrecht voor bestaande auto’s verlengd
Voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. De einddatum daarvan wordt verschoven van 16 september 2030 naar 31 december 2030. Daardoor hoeft de werkgever voor deze bestaande auto’s tot en met 2030 geen pseudo-eindheffing te betalen. Vanaf 1 januari 2031 kan de heffing ook voor deze voertuigen gelden.
Een tijdelijke onderbreking van de terbeschikkingstelling zorgt er niet voor dat het overgangsrecht vervalt.
Tijdelijke ruimte voor huur- en deelauto’s
Voor kortdurend gebruikte huur- en deelauto’s komt er tot en met 2030 een tijdelijke tegemoetkoming.
Per fossiele auto mag een werkgever per kalenderjaar één aaneengesloten periode van maximaal zeven dagen buiten de pseudo-eindheffing houden. Wordt dezelfde auto binnen één kalenderjaar in meerdere perioden mede voor privédoeleinden gebruikt, dan vervalt de uitzondering volledig. Hetzelfde geldt wanneer de periode langer dan zeven aaneengesloten dagen duurt. Binnen de toegestane periode mag dezelfde auto wel door meerdere werknemers worden gebruikt.
Met de maatregel wil het kabinet de huur- en deelautobranche tijdelijk meer ruimte geven om te elektrificeren.
Geen dubbele pseudo-eindheffing
Tot slot wordt voorkomen dat hetzelfde voordeel bij één werkgever twee keer in een pseudo-eindheffing wordt betrokken. Een voordeel dat al meetelt voor de pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s telt daarom niet nogmaals mee voor de pseudo-eindheffing wegens een excessieve vertrekvergoeding.
Voor werkgevers verandert er meer
De loonbelasting vormt één onderdeel van een omvangrijk fiscaal pakket voor 2027. Ook de inkomstenbelasting, autobelastingen en verschillende ondernemersregelingen veranderen.
In het volledige kennisdocument over de fiscale wijzigingen van 2027 vind je de belangrijkste maatregelen overzichtelijk bij elkaar. Download het document voor het complete overzicht.

