
De regels rond de wereldwijde minimumbelasting blijven zich ontwikkelen. Nederland wil daarom het zogenoemde Side-by-Side-pakket implementeren. Dit wetsvoorstel introduceert verschillende safe harbours die ervoor kunnen zorgen dat de standaardregels van Pillar Two in bepaalde situaties geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
Het pakket bestaat uit meerdere regelingen, ieder met een eigen doel en voorwaarden. Zo wordt rekening gehouden met landen die al een eigen robuust minimumbelastingstelsel hebben. Daarnaast komt er ruimte voor bepaalde fiscale stimuleringsmaatregelen en wordt een permanente vereenvoudigde berekening van het effectieve belastingtarief geïntroduceerd. Tegelijkertijd wordt een bestaande overgangsregeling verlengd.
Daarmee verandert niet de gedachte achter Pillar Two, maar wel de manier waarop de regels in specifieke situaties kunnen worden toegepast.
Vier verschillende safe harbours
Het wetsvoorstel bevat vier belangrijke onderdelen.
Allereerst komt er een Side-by-Side Safe Harbour voor multinationale ondernemingen die zijn gevestigd in rechtsgebieden met een kwalificerend minimumbelastingstelsel. Daarnaast wordt een Substance-Based Tax Incentive Safe Harbour ingevoerd voor bepaalde fiscale stimuleringsmaatregelen.
Ook komt er een permanente vereenvoudigde safe harbour voor het effectieve belastingtarief. Deze moet op termijn de bestaande overgangsregeling op basis van Country-by-Country Reporting vervangen. Tot die tijd wordt die CbCR-regeling nog met een jaar verlengd.
Hoewel deze regelingen allemaal onder hetzelfde pakket vallen, verschillen de voorwaarden en toepassingsmogelijkheden aanzienlijk.
Side-by-Side voor landen met een eigen minimumbelastingstelsel
De Side-by-Side Safe Harbour is vooral bedoeld voor rechtsgebieden die zelf al een robuust minimumbelastingstelsel hebben. Wanneer zo’n systeem voldoende vergelijkbaar is met de uitgangspunten van Pillar Two, hoeven de standaardregels niet volledig te worden toegepast.
Om voor deze safe harbour in aanmerking te komen, moet een rechtsgebied wel aan verschillende voorwaarden voldoen.
Zo moet een vennootschapsbelasting gelden met een wettelijk nominaal tarief van ten minste 20 procent, rekening houdend met bepaalde aanpassingen. Daarnaast moet het land een gekwalificeerde binnenlandse minimumbelasting of een alternatieve minimumbelasting voor ondernemingen toepassen. Die moet gebaseerd zijn op de winst uit de jaarrekening en een nominaal tarief van ten minste 15 procent kennen.
Bovendien mag er geen materieel risico bestaan dat multinationale ondernemingen met hun hoofdkantoor in dat rechtsgebied effectief minder dan 15 procent belasting betalen over hun gezamenlijke binnenlandse activiteiten.
Daar blijft het niet bij. Het betreffende rechtsgebied moet ook beschikken over een geschikt wereldwijd belastingstelsel. De relevante nationale en internationale regelingen moeten bovendien vóór 1 januari 2026 zijn vastgesteld en in werking zijn getreden.
Welke landen uiteindelijk kwalificeren, wordt vastgelegd in het centrale register van de OESO. Op dit moment wordt alleen de Verenigde Staten als zodanig erkend.
Afzonderlijke safe harbour voor de uiteindelijke moederentiteit
Niet ieder rechtsgebied zal aan alle voorwaarden van het Side-by-Side-pakket voldoen. Daarom bestaat daarnaast een beperktere regeling voor de uiteindelijke moederentiteit, de zogenoemde UPE Safe Harbour.
Onder deze regeling wordt de bijheffing op grond van de UTPR voor entiteiten in het rechtsgebied van de uiteindelijke moederentiteit geacht nihil te zijn.
Dat betekent echter niet dat Pillar Two voor de volledige groep buiten toepassing blijft. Voor activiteiten in andere rechtsgebieden blijven de Income Inclusion Rule en de UTPR gewoon gelden.
De voorwaarden voor deze safe harbour zijn minder uitgebreid. Een rechtsgebied hoeft alleen te voldoen aan de criteria voor een geschikt binnenlands belastingstelsel. Dat stelsel moet sinds 1 januari 2026 van kracht zijn.
Meer ruimte voor fiscale stimuleringsmaatregelen
Een ander onderdeel van het pakket richt zich op fiscale stimuleringsregelingen. Onder de oorspronkelijke regels van Pillar Two kunnen fiscale voordelen die bedoeld zijn om investeringen, innovatie of duurzame ontwikkeling te stimuleren ertoe leiden dat het effectieve belastingtarief van een onderneming onder de grens van 15 procent komt. In dat geval kan vervolgens een aanvullende belasting ontstaan.
Daarmee kan een deel van het oorspronkelijke voordeel van zo’n fiscale stimulans weer verdwijnen.
De Substance-Based Tax Incentive Safe Harbour moet dit effect voor bepaalde kwalificerende regelingen beperken. Multinationale groepen mogen het bedrag van bepaalde fiscale voordelen onder voorwaarden optellen bij de belastingen die voor de berekening van het effectieve belastingtarief meetellen.
Daarbij geldt wel een maximale grens die samenhangt met de economische aanwezigheid van de onderneming in het betreffende rechtsgebied.
Niet iedere fiscale stimulans komt in aanmerking
Om als kwalificerende fiscale stimulans te gelden, moet een regeling algemeen beschikbaar zijn en worden berekend op basis van kwalificerende uitgaven.
Daarnaast mag het fiscale voordeel niet hoger zijn dan die uitgaven. Ook mag het niet afhankelijk zijn van de omvang van de materiële productie in een bepaald rechtsgebied. Stimuleringsregelingen die worden berekend op basis van inkomen vallen buiten de safe harbour.
Het bedrag dat bij de in aanmerking komende belastingen mag worden opgeteld, is bovendien begrensd. Er wordt gekeken naar het daadwerkelijk gebruikte fiscale voordeel en naar een bovengrens die is gebaseerd op de economische aanwezigheid in het betreffende land.
Voor die bovengrens spelen onder meer loonkosten en afschrijvingen op materiële activa een rol. Als alternatief kan een percentage van de boekwaarde van bepaalde materiële activa worden gebruikt.
Multinationale groepen moeten ieder jaar per rechtsgebied bepalen of zij van deze safe harbour gebruik willen maken.
Permanente vereenvoudiging van het effectieve belastingtarief
Naast deze regelingen introduceert het pakket een permanente vereenvoudigde safe harbour voor het effectieve belastingtarief.
Deze Simplified ETR Safe Harbour moet op termijn de tijdelijke regeling op basis van Country-by-Country Reporting vervangen.
Wanneer het vereenvoudigde effectieve belastingtarief in een getoetst rechtsgebied ten minste 15 procent bedraagt, wordt de aanvullende belasting geacht nihil te zijn. Hetzelfde geldt wanneer in dat rechtsgebied sprake is van een vereenvoudigd verlies.
Voor de berekening wordt in eerste instantie aangesloten bij de nettowinst of het nettoverlies uit de relevante financiële verslaggeving, vermeerderd met de daarin opgenomen belastinglast.
Vervolgens vinden verschillende correcties plaats. Die kunnen onder meer betrekking hebben op uitgezonderde dividenden, vermogenswinsten en verliezen, niet-aftrekbare kosten, bepaalde boetes, herwaarderingen en foutcorrecties.
Daardoor hoeft niet in alle gevallen de volledige Pillar Two-berekening te worden doorlopen, terwijl nog steeds wordt getoetst of het effectieve belastingniveau voldoende hoog is.
Voorwaarden moeten selectief gebruik voorkomen
De vereenvoudiging betekent niet dat multinationale groepen ieder jaar vrij kunnen kiezen of de safe harbour op dat moment gunstig uitpakt. Er gelden daarom voorwaarden die selectief gebruik moeten voorkomen.
Zo kan een groep de safe harbour voor een bepaald rechtsgebied alleen toepassen wanneer daar geen bijheffing verschuldigd was in een belastingjaar dat begon binnen 24 maanden vóór de eerste dag van het betreffende belastingjaar.
Ook wanneer een groep eerder gebruikmaakte van de regeling, deze vervolgens niet toepaste en later opnieuw wil instappen, gelden beperkingen.
De permanente Simplified ETR Safe Harbour is in beginsel beschikbaar voor belastingjaren die aanvangen op of na 31 december 2026. Onder bepaalde voorwaarden kan een rechtsgebied echter kiezen voor een eerdere invoering.
Bestaande CbCR-regeling blijft een jaar langer beschikbaar
Omdat de nieuwe permanente regeling niet direct de volledige rol van de bestaande overgangsregeling overneemt, wordt de CbCR Safe Harbour met één jaar verlengd. Binnen deze regeling kunnen multinationale groepen bestaande Country-by-Country Reporting-gegevens gebruiken om te bepalen of voor een bepaald rechtsgebied een vrijstelling van bijheffing kan gelden.
De overgangsregeling blijft beschikbaar voor boekjaren die aanvangen op of vóór 31 december 2027. Deze boekjaren mogen niet na 30 juni 2029 eindigen. Ook het overgangstarief voor de effectieve belastingdruk van 17 procent blijft tot en met 2027 gelden.
Daarbij geldt wel een belangrijke beperking. Wanneer een groep in een eerder jaar niet heeft gekozen voor toepassing van de safe harbour in een bepaald rechtsgebied, kan zij dat in een later jaar niet alsnog doen.
Aansluiting tussen de oude en nieuwe regelingen
Tot slot bevat het wetsvoorstel een gerichte technische aanpassing voor groepen met boekjaren van 52 of 53 weken. Deze wijziging moet voorkomen dat bij de overgang van de bestaande CbCR Safe Harbour naar de nieuwe Simplified ETR Safe Harbour of de UPE Safe Harbour een onbedoelde lacune ontstaat.
Ook dit laat zien dat het Side-by-Side-pakket niet alleen nieuwe uitzonderingen introduceert, maar ook moet zorgen voor een werkbare overgang tussen bestaande en nieuwe regels.
Pillar Two blijft zich verder ontwikkelen
Het Side-by-Side-pakket maakt duidelijk dat de internationale minimumbelasting ook na de eerste invoering verder wordt verfijnd. De verschillende safe harbours moeten daarbij rekening houden met bestaande nationale belastingstelsels, fiscale stimuleringsmaatregelen en de uitvoerbaarheid van Pillar Two.
Tegelijkertijd verschillen de regelingen aanzienlijk van elkaar. Voor internationale groepen is daarom niet alleen van belang welke safe harbour mogelijk van toepassing is. Ook het betreffende rechtsgebied, het boekjaar en de specifieke voorwaarden bepalen uiteindelijk of een regeling kan worden gebruikt.
De implementatie van het Side-by-Side-pakket is een van de fiscale wijzigingen die in en rond het Belastingplan 2027 worden voorgesteld.
Wil je ook weten wat er verandert binnen onder meer de vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, loonbelasting, btw en milieuheffingen? Download dan ons volledige kennisdocument Fiscale wijzigingen 2027 voor het complete overzicht.

