
Start-ups en scale-ups gebruiken aandelenopties regelmatig om medewerkers aan zich te binden en hen te laten delen in de ontwikkeling van het bedrijf. Een nieuw wetsvoorstel introduceert hiervoor een afzonderlijke fiscale regeling.
De regeling bepaalt onder meer wanneer belasting wordt geheven, welk deel van het voordeel in de belastbare grondslag komt en welke ondernemingen ervoor in aanmerking kunnen komen. Daar staan uitgebreide voorwaarden, administratieve verplichtingen en regels bij het verlies van de status tegenover.
Wanneer is sprake van een start-up of scale-up?
De regeling is bedoeld voor inhoudingsplichtigen die een onderneming drijven die gericht is op snelle groei met een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat door innovatie wordt gedreven. Schaalbaarheid betekent daarbij dat de omzet snel moet kunnen groeien zonder dat personeel, middelen of kosten in dezelfde mate toenemen.
Technologie moet zorgen voor lagere marginale kosten en schaalvoordelen. Voor innovatie geldt dat sprake moet zijn van technische vooruitgang of een aanzienlijke functionele verbetering ten opzichte van wat binnen de sector gebruikelijk is.
Beursgenoteerde ondernemingen vallen buiten de regeling. Dat geldt ook wanneer een beursgenoteerde entiteit direct of indirect meer dan 25 procent van de aandelen of winstbewijzen houdt.
Er geldt geen vaste leeftijdsgrens voor de onderneming.
Mkb als uitgangspunt
Op het moment waarop het aandelenrecht wordt toegekend, moet de onderneming in beginsel voldoen aan de Europese definitie van een mkb-onderneming. Grotere ondernemingen kunnen alleen deelnemen binnen de grenzen van de de-minimisregeling. Daarbij geldt een steunplafond van € 300.000 over drie jaar.
Belastingheffing kan worden uitgesteld
Een belangrijk onderdeel van de regeling is het moment waarop de werknemer belasting betaalt. In beginsel wordt de heffing uitgesteld tot het moment waarop de werknemer de aandelen verkoopt die via de optie zijn verkregen.
De werknemer kan er wel voor kiezen eerder af te rekenen. Dat kan bij de uitoefening van de aandelenoptie of op het moment waarop de verkregen aandelen voor het eerst vrij verhandelbaar worden. Wie voor zo’n eerder heffingsmoment kiest, moet de werkgever uiterlijk op de betreffende datum schriftelijk informeren.
65 procent van de winst in de grondslag
Binnen de regeling wordt slechts 65 procent van de bij verkoop gerealiseerde winst in de belastbare grondslag opgenomen. Die vermindering geldt alleen voor waardestijgingen die na toekenning van de optie zijn ontstaan. Wanneer de waarde van de onderliggende aandelen op het moment van toekenning al hoger was dan de uitoefenprijs, blijft dat bestaande voordeel volledig belast. Bij een gedeeltelijke verkoop wordt de uitoefenprijs naar rato toegerekend.
Formeel besluit nodig
Een onderneming kan niet zelfstandig bepalen dat zij voor de regeling kwalificeert. De minister van Economische Zaken en Klimaat stelt op aanvraag formeel vast of sprake is van een kwalificerende start-up of scale-up. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voert de beoordeling uit. Voor de aanvraag moet de onderneming onder meer een ondernemingsplan, bedrijfsmodel en financiële overzichten indienen.
Het gebruik van regelingen zoals de WBSO of het innovatiekrediet en het aantrekken van durfkapitaal kunnen als indicator worden gebruikt. Zij leiden echter niet automatisch tot goedkeuring. Een positief besluit is acht jaar geldig.De termijn kan op verzoek drie keer met vijf jaar worden verlengd, zolang de onderneming aan de voorwaarden blijft voldoen.
Verlies van de status moet worden gemeld
Een onderneming verliest de kwalificerende status zodra zij niet meer aan de definitie voldoet of failliet gaat. Dat verlies moet binnen vier weken worden gemeld. Wanneer de onderneming dat niet tijdig doet, kan een bestuurlijke boete van maximaal € 103.000 worden opgelegd.
Ook kan een eerder goedkeurend besluit worden ingetrokken wanneer vereiste informatie niet is verstrekt of wanneer bij de aanvraag informatie is gegeven die zo onjuist of onvolledig was dat de oorspronkelijke beslissing anders zou zijn geweest.
Aandelen zijn bedoeld voor langere participatie
Werkgever en werknemer moeten de voorwaarden schriftelijk vastleggen. In beginsel mogen aandelen die na uitoefening van een optie zijn verkregen niet binnen twee jaar na de datum van toekenning worden verkocht.
Een uitzondering geldt wanneer de onderneming wordt verkocht of naar de beurs gaat. Dan kunnen de aandelen eerder worden vervreemd. Voor iedere vervreemding is daarnaast schriftelijke toestemming nodig via een overeenkomst tussen werknemer, werkgever en koper.
De werkgever moet een actuele administratie bijhouden van opties, aandelenbelangen en bijbehorende transacties.
Niet voor iedere aandeelhouder
De regeling geldt niet voor lucratieve belangen en evenmin voor aanmerkelijkbelanghouders. Voor bepaalde fusies, splitsingen, aandelenruilen en vervangingen van opties of aandelenrechten bestaan specifieke regels waardoor niet direct sprake hoeft te zijn van een vervreemding.
Regels bij einde van de regeling en emigratie
Wanneer de goedkeuring afloopt of wordt ingetrokken, de onderneming niet langer aan de voorwaarden voldoet of de werknemer overlijdt, kan een afrekenmoment ontstaan op basis van de reële marktwaarde.
Wanneer een werknemer emigreert voordat over de opties of aandelen belasting is geheven, wordt uitgegaan van een fictieve verkoop direct voorafgaand aan de emigratie. De tot dat moment opgebouwde waardestijging wordt dan als arbeidsinkomen behandeld en opgenomen in een conserverende aanslag. Voor deze aanslag geldt uitstel van betaling voor onbepaalde tijd zonder invorderingsrente.
Bestaande opties kunnen ook kwalificeren
De nieuwe regeling kan onder voorwaarden ook gelden voor opties die al op of na 17 april 2025 zijn toegekend. Daarvoor moet op 31 december 2026 nog geen loonbelasting zijn geheven en moeten de opties aan alle voorwaarden van de nieuwe regeling voldoen.
Financiering via andere aftrekposten
De nieuwe faciliteit wordt mede gefinancierd door andere fiscale regelingen te versoberen. De aftrek voor meewerkende partners wordt eerst met 75 procent verlaagd en na drie jaar volledig afgeschaft. Ook de stakingsaftrek wordt aanvankelijk met 75 procent teruggebracht. Het maximale bedrag daalt daardoor van € 3.630 naar € 908.
Meer dan alleen een gunstiger heffingsmoment
De regeling voor start-ups en scale-ups is daarmee omvangrijker dan alleen een wijziging van het moment waarop werknemers belasting betalen over aandelenopties.
Ook de kwalificatie van de onderneming, de duur van de goedkeuring, administratieve verplichtingen, verkoopbeperkingen en situaties zoals emigratie of een fusie zijn uitgewerkt.
In ons volledige document over de fiscale wijzigingen van 2027 vind je ook de andere voorgestelde maatregelen voor ondernemingen en werknemers. Download het document voor het complete fiscale overzicht.

