
Het nieuwe box 3-stelsel blijft de gemoederen bezig houden. Een wetsvoorstel dat nog maar net schoorvoetend door de Tweede Kamer is aangenomen en dat nog door de Eerste Kamer behandeld moest worden, is inmiddels al weer ter discussie gesteld. Zowel in de politiek als op maatschappelijk vlak is er hevige discussie over met name heffing over papieren winsten en de omgang met verliezen. Minister Eelco Heinen gaf daarom op 6 maart 2026 aan dat hij op Prinsjesdag meer duidelijkheid wil geven over mogelijke aanpassingen én over de budgettaire dekking daarvan.
Wat ligt er nu op tafel bij het box 3-stelsel?
De kern van het voorgestelde box 3-stelsel is belasten op basis van werkelijke inkomsten uit vermogen. Denk aan rente, dividend en huur. Daarnaast wil het kabinet ook de waardeontwikkeling van bepaalde bezittingen belasten. De zogenaamde vermogensaanwasbelasting: waardestijgingen tellen mee, maar waardedalingen kunnen in de systematiek later worden verrekend met waardestijgingen in andere jaren.
Het voorstel bevat bovendien aftrek van kosten die samenhangen met het behalen van inkomsten uit vermogen. Verder is er een belangrijke uitzondering: voor onroerend goed en aandelen in startende ondernemingen geldt in het voorstel (deels) een vermogenswinstbenadering, waarbij pas later, bij realisatie wordt afgerekend.
Waarom zorgt heffing over werkelijk rendement voor weerstand?
De weerstand richt zich vooral op het onderdeel waarbij ook papieren winsten (bijvoorbeeld koersstijgingen van aandelen of crypto) meetellen. In zo’n systeem kan belasting verschuldigd zijn zonder dat er daadwerkelijk cash is vrijgekomen. Dat voelt voor veel beleggers onlogisch (en oneerlijk), zeker in jaren met grote koersbewegingen.
Daar komt bij dat verliezen in de praktijk net zo belangrijk zijn als winsten. Beleggers pleiten daarom voor ruimere mogelijkheden om verliezen te kunnen verrekenen met eerder behaalde winsten. In de Tweede Kamer is hierover ook expliciet gesproken, waaronder via oproepen om verliesverrekening in het nieuwe box 3-stelsel anders vorm te geven.
Wat wil minister Heinen aanpassen en waarom nu al?
Minister Heinen gaf aan dat hij op Prinsjesdag uitsluitsel wil geven over eventuele aanpassingen aan het box 3-stelsel. Daarbij moet ook duidelijk worden hoe mogelijke gevolgen voor de schatkist worden gedekt. Met andere woorden, niet alleen de inhoud, maar ook de rekening hoort bij het pakket.
Opvallend is het moment. Het wetsvoorstel is al door de Tweede Kamer aangenomen en de Eerste Kamer moest de inhoudelijke behandeling nog starten. Heinen voert aan dat steun in de senaat onzeker was geworden. Daarnaast stelde hij dat er “financiële onrust” ontstond en dat hij daarom snel heeft gehandeld. Tegelijkertijd werd in berichtgeving benadrukt dat er geen acute marktonrust zichtbaar was, maar wel veel discussie op sociale media, inclusief desinformatie.
Welke opties komen in beeld bij aanpassingen van het box 3-stelsel?
In de discussie komt één thema steeds terug: verliesverrekening. Bij een systeem dat jaarlijks waardeontwikkelingen meeneemt, weegt de vraag zwaar hoe negatieve resultaten worden verwerkt. Gaat dat alleen vooruit (verrekening met latere winsten), of ook achteruit (verrekening met eerder belaste winsten)? Dat laatste is budgettair gevoelig en raakt direct aan de dekking waar Heinen op wijst.
Daarnaast is er een uitvoeringskant. Het voorgestelde stelsel vraagt veel van gegevensstromen en systemen bij onder meer de Belastingdienst en financiële instellingen. Juist daarom wordt al langer uitgegaan van invoering per 1 januari 2028.
Tijdpad richting Prinsjesdag en 1 januari 2028
Prinsjesdag valt in 2026 op dinsdag 15 september. Traditioneel is dat het moment waarop het kabinet de fiscale koers voor het komende jaar toelicht. Minister Heinen wil die dag dus ook duidelijkheid geven over de vervolgstappen rond het box 3-stelsel.
Tegelijkertijd blijft de beoogde ingangsdatum van het nieuwe stelsel 1 januari 2028. Dat staat ook op de informatiepagina van de Rijksoverheid over de heffing op werkelijk rendement. De periode tot 2028 is daarmee niet alleen een wetgevingstraject, maar ook een fase waarin keuzes over systematiek, budget en uitvoerbaarheid samenkomen.
Conclusie
Het box 3-stelsel staat nog steeds prominent op de agenda. De richting blijft nog steeds heffing op werkelijk rendement met invoering per 1 januari 2028. Toch is er nadrukkelijk ruimte voor wijzigingen, vooral rond papieren winsten, verliesverrekening en de budgettaire dekking. Minister Heinen wil op Prinsjesdag (15 september 2026) duidelijk maken welke aanpassingen het kabinet voor ogen heeft en hoe die worden betaald.
Heb jij vragen over vermogenswinst- of vermogensaanwasbelasting?



