• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer

NextensNextens

Fiscaal partner van professionals

  • Producten
    • Aangiftesoftware
      • Inkomstenbelasting
      • Omzetbelasting
      • Vennootschapsbelasting
      • Schenkbelasting en Erfbelasting
      • Dividendbelasting
      • Alle producten
    • Modules
      • Jaarrekening
      • Digitaal bezwaar
      • Opgaaf Werkelijk Rendement
      • SBR bankaanlevering
      • Nextens Koppelingen
      • Alle producten
  • Kennisproducten
    • Menu-item
      • Fiscale AI assistent – Tex
      • Belastingalmanakken
      • Vaktijdschriften
      • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Nieuws
  • Over ons
    • Menu-item
      • Over Nextens
      • Werken bij Nextens
      • Veiligheid
      • Klantverhalen
      • Verschijningsdata
      • Contact
    • Menu-item
      • Studio Nextens
      • Nextens Connect
      • Partners
      • De auteurs van Nextens
  • Login
  • Offerte aanvragen
  • Login
Home Fiscaal nieuws Box 3 naar vermogenswinstbelasting voor beleggers, spaarders en ondernemers

Nieuws

Fiscale vak, Inkomen en vermogen

Box 3 naar vermogenswinstbelasting voor beleggers, spaarders en ondernemers

Bron: FD30 sep 20262 min Leestijd

De box 3-heffing staat opnieuw voor een belangrijke verandering. Het kabinet wil vanaf 2028 belasting heffen over het werkelijke rendement op vermogen, maar onderzoekt tegelijk een verdergaande overgang naar een vermogenswinstbelasting. Daarbij worden waardestijgingen van bijvoorbeeld aandelen in beginsel pas belast wanneer deze worden gerealiseerd. De precieze vorm van het nieuwe stelsel staat echter nog niet vast.

Waarom verandert box 3 opnieuw?

De huidige box 3-heffing werkt met forfaitaire rendementen. Daarbij maakt de fiscale wet onderscheid tussen verschillende soorten vermogen, zoals banktegoeden en overige bezittingen. De afgelopen jaren is de systematiek echter sterk veranderd door rechtspraak en wetgeving rond het werkelijk rendement.

Het kabinet wil daarom een nieuw stelsel invoeren. De Wet werkelijk rendement box 3 is in februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft de behandeling vervolgens aangehouden. Het kabinet onderzoekt ondertussen verschillende aanpassingen en mogelijke alternatieven.

De beoogde datum voor een nieuw stelsel blijft vooralsnog 1 januari 2028. Welke vorm de box 3-heffing dan precies krijgt, is nog onderwerp van politieke besluitvorming.

Wat is het verschil tussen vermogensaanwas en vermogenswinst?

Het verschil zit vooral in het moment waarop een waardestijging wordt belast. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 gaat in de basis uit van een vermogensaanwasbelasting. Daarbij kunnen zowel inkomsten zoals rente, dividend en huur als jaarlijkse waardestijgingen worden belast. Een stijging van de waarde van aandelen kan daardoor tot belastingheffing leiden, ook als de aandelen nog niet zijn verkocht.

Bij een vermogenswinstbelasting ligt dat anders. Een waardestijging wordt dan in beginsel belast wanneer de vermogensbestanddelen worden verkocht of op een andere manier worden gerealiseerd. Juist de belastingheffing over nog niet gerealiseerde waardestijgingen is een belangrijk onderwerp in de discussie over de toekomstige inrichting van box 3.

Het huidige wetsvoorstel kent overigens al uitzonderingen. Voor onder meer onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen wordt voorgesteld om uit te gaan van belastingheffing bij realisatie. Daarmee bevat het voorgestelde stelsel elementen van zowel vermogensaanwasbelasting als vermogenswinstbelasting.

Wat betekent dit voor spaarders en beleggers?

Voor spaarders verandert vooral de manier waarop het heffingsvrije bedrag wordt vormgegeven. In het huidige wetsvoorstel wordt het bestaande heffingsvrije vermogen vervangen door een heffingsvrij resultaat. Dat bedraagt volgens het wetsvoorstel € 1.800 per persoon.

In de politieke discussie is inmiddels ook een verlaging naar € 1.000 genoemd. Uit eerdere berekeningen van het ministerie van Financiën blijkt dat een verlaging van € 1.800 naar € 1.000 ongeveer € 500 miljoen per jaar extra zou kunnen opleveren. Dit bedrag betreft een berekening binnen het voorgestelde nieuwe stelsel en is geen vastgesteld onderdeel van de huidige wetgeving.

Voor beleggers is vooral het moment van belastingheffing van belang. Bij een vermogenswinstbelasting wordt een koersstijging in beginsel pas belast wanneer de winst wordt gerealiseerd. Bij een vermogensaanwasbelasting kan een jaarlijkse waardestijging al tot belastbaar rendement leiden. Dat verschil kan daardoor grote gevolgen hebben voor de timing van de belastingheffing.

Waarom speelt box 2 ook een rol?

De discussie over box 3 staat niet volledig op zichzelf. Bij de zoektocht naar budgettaire dekking worden ook maatregelen in box 2 betrokken. Box 2 ziet op inkomen uit een aanmerkelijk belang, bijvoorbeeld bij een directeur-grootaandeelhouder met een belang in een bv.

Ook het lenen van geld van de eigen bv speelt daarbij een rol. De regeling voor excessief lenen bij de eigen vennootschap beperkt al de mogelijkheid om grote bedragen onbelast uit de bv te lenen. Aanpassingen van deze grens worden regelmatig betrokken bij discussies over de belastingheffing op vermogen en ondernemers.

Welke maatregelen uiteindelijk worden ingevoerd, hangt samen met de verdere behandeling van het belastingpakket. De verschillende scenario’s voor box 3 hebben namelijk uiteenlopende budgettaire gevolgen. De Eerste Kamer heeft daarom gevraagd om meer duidelijkheid over de keuzes en de financiële gevolgen.

Wanneer wordt duidelijk hoe box 3 er vanaf 2028 uitziet?

Voorlopig is daar nog geen definitief antwoord op. De Wet werkelijk rendement box 3 ligt nog bij de Eerste Kamer en de stemming is uitgesteld. Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet aanpassingen binnen het huidige wetsvoorstel en een verdere beweging richting een vermogenswinstbelasting.

Daarmee blijft ook de fiscale behandeling van spaargeld, beleggingen en andere bezittingen vanaf 2028 in beweging. De uiteindelijke keuze heeft niet alleen gevolgen voor de berekening van het belastbare rendement, maar ook voor het moment waarop belasting verschuldigd wordt.

Conclusie

De box 3-heffing gaat richting een stelsel waarin het werkelijke rendement op vermogen centraal staat. Het huidige wetsvoorstel gaat uit van een vermogensaanwasbelasting, terwijl een vermogenswinstbelasting nadrukkelijker in beeld is gekomen. Bij die laatste systematiek wordt een waardestijging van bijvoorbeeld aandelen in beginsel pas belast bij realisatie. Daarnaast wordt gesproken over een lager heffingsvrij resultaat en maatregelen die de opbrengst van de belasting op vermogen beïnvloeden.

De invoering van een nieuw box 3-stelsel is voorzien voor 1 januari 2028, maar de definitieve vorm staat nog niet vast. De verdere parlementaire behandeling en de keuzes van het kabinet zijn daarom bepalend voor het vervolg.

Artikel delen:
Share this...
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
Linkedin

Net als 20.000 anderen het meest actuele fiscale nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jouw fiscaal partner

Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs

Footer

  • Software producten
  • Inkomstenbelasting
  • Omzetbelasting
  • Vennootschapsbelasting
  • Schenkbelasting en Erfbelasting
  • Dividendbelasting
  • Jaarrekening
  • Digitaal Bezwaar
  • Opgaaf Werkelijk Rendement
  • Koppelingen

  • Kennisproducten
  • Fiscale AI assistent – Tex
  • Belasting Almanakken
  • Vaktijdschriften
  • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Fiscaal nieuws
  • Laatste nieuws
  • Over ons
  • Over Nextens
  • Werken bij Nextens
  • Veiligheid
  • Klantverhalen
  • Verschijningsdata
  • Status
  • Contact
Relx Logo
iso-certificate-mark
Relx Logo

  • The following regulations apply to the use of this website:
  • Terms and conditions
  • Security
  • Privacy policy
  • Cookie policy
  • Nextens® is a brand of LexisNexis® Risk Solutions, part of RELX.
  • Copyright reserved © 2026 LexisNexis Risk Solutions.