
Erfbelasting roept al jaren stevige reacties op. Toch laat recent onderzoek van het Centraal Planbureau zien dat de afkeer tegen erfbelasting minder breed is dan vaak wordt aangenomen. Slechts een kleine minderheid wil de erfbelasting afschaffen. Meer dan de helft van de Nederlanders vindt juist dat erfenissen zwaarder mogen worden belast. Vooral bij grotere nalatenschappen bestaat steun voor een hogere belastingdruk. Daarmee raakt erfbelasting niet alleen aan fiscale regels, maar ook aan het maatschappelijke debat over vermogen, ongelijkheid en economische kansen.
Wat zegt het CPB over erfbelasting
Het CPB onderzocht hoe Nederlanders denken over erfbelasting. Daarbij keek het planbureau ook naar de samenhang met bredere opvattingen over ongelijkheid, verdienste en de rol van de overheid. Daarnaast bracht het CPB de feitelijke belastingdruk op nalatenschappen in kaart.
Een opvallende uitkomst is dat veel Nederlanders hogere tarieven acceptabel vinden dan de tarieven die nu gelden. Ook is er brede steun voor een progressieve erfbelasting. Dat betekent dat grotere erfenissen zwaarder worden belast dan kleinere erfenissen. In het onderzoek loopt het gewenste tarief op naarmate de waarde van de nalatenschap stijgt.
Hoe werkt de erfbelasting in 2026
Erfbelasting wordt geheven over wat iemand uit een nalatenschap verkrijgt. Dat kan gaan om geld, goederen, rechten of andere vermogensbestanddelen. Ook bepaalde verkrijgingen die niet rechtstreeks uit de nalatenschap komen, kunnen door fictiebepalingen toch onder de erfbelasting vallen.
De hoogte van de erfbelasting hangt in 2026 vooral af van twee factoren. De eerste factor is de waarde van de verkrijging. De tweede factor is de relatie tussen de overledene en de verkrijger. Partners en kinderen vallen in de laagste tariefgroep. Kleinkinderen en verdere afstammelingen betalen hogere tarieven. Overige verkrijgers vallen in de hoogste tariefgroep.
Het stelsel kent progressieve tarieven. Daardoor geldt een hoger tarief voor het deel van de verkrijging boven de tariefgrens. Daarnaast gelden vrijstellingen. Alleen het deel van de verkrijging boven de toepasselijke vrijstelling wordt belast.
Waarom de meeste nalatenschappen buiten de heffing blijven
Voor een groot deel van de nalatenschappen is geen erfbelasting verschuldigd. Dat komt vooral doordat deze nalatenschappen onder de vrijstellingsgrenzen blijven. Zulke erfenissen zijn in de beschikbare aangiftegegevens vaak niet zichtbaar.
Volgens het CPB wordt bij ongeveer 35 procent van de overledenen aangifte erfbelasting gedaan. Deze aangiften vertegenwoordigen naar schatting een groot deel van het totale nagelaten vermogen. Voor de aangifteplichtige nalatenschappen bedraagt de gemiddelde effectieve belastingdruk ongeveer 11 procent.
De uiteindelijke belastingdruk kan per situatie sterk verschillen. Vooral de relatie tussen overledene en verkrijger maakt verschil. Daarnaast speelt de samenstelling van het vermogen een rol. Een nalatenschap met ondernemingsvermogen kan fiscaal anders uitpakken dan een nalatenschap met vooral spaargeld of een woning.
Waarom opvattingen over erfbelasting uiteenlopen
De discussie over erfbelasting gaat zelden alleen over tarieven. Uit het CPB onderzoek blijkt dat maatschappelijke overtuigingen duidelijk meespelen. Mensen die ongelijkheid als een belangrijk probleem zien, staan vaker positief tegenover hogere erfbelasting.
Andersom geven mensen die succes vooral zien als resultaat van eigen inzet vaker de voorkeur aan lagere tarieven. Verwachte economische effecten lijken minder bepalend. Denk aan mogelijke gevolgen voor werken, sparen of investeren. Volgens het CPB hangen die verwachtingen nauwelijks samen met de voorkeuren van respondenten.
Welke rol spelen vermogen en bedrijfsopvolging
Hoewel de erfbelasting al progressieve tarieven kent, wordt de uiteindelijke druk in de praktijk door meer bepaald dan alleen de omvang van de verkrijging. Vrijstellingen, verwantschap en het type vermogen wegen zwaar mee.
Dat is onder meer zichtbaar bij ondernemingsvermogen. De bedrijfsopvolgingsregeling kan bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen leiden tot een lagere belastingdruk, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Daardoor wordt ondernemingsvermogen in de praktijk anders behandeld dan veel andere vermogensvormen.
Erfbelasting en aangifte vanaf 2026
Ook de aangifteprocedure is relevant in het bredere beeld van erfbelasting. Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 wordt de aangiftetermijn voor de erfbelasting verlengd van acht naar twintig maanden. Het startmoment voor belastingrente schuift mee naar twintig maanden.
Deze langere termijn sluit beter aan bij situaties waarin nog gegevens nodig zijn. Denk aan informatie over de inkomstenbelasting, de waardering van een woning of de uiteindelijke omvang van de nalatenschap.
Conclusie
Het CPB onderzoek laat zien dat erfbelasting maatschappelijk gevoelig blijft, maar niet zonder draagvlak is. Vooral een zwaardere heffing op grotere nalatenschappen krijgt steun. Tegelijkertijd laat het huidige stelsel zien dat vrijstellingen, verwantschap en vermogenssamenstelling de uiteindelijke belastingdruk sterk bepalen. Door de verwachte groei van vermogensoverdrachten tussen generaties blijft erfbelasting een relevant thema binnen het fiscale debat.
Zeker weten hoe het zit met erfbelasting?



