• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer

NextensNextens

Fiscaal partner van professionals

  • Producten
    • Aangiftesoftware
      • Inkomstenbelasting
      • Omzetbelasting
      • Vennootschapsbelasting
      • Schenkbelasting en Erfbelasting
      • Dividendbelasting
      • Alle producten
    • Modules
      • Jaarrekening
      • Digitaal bezwaar
      • Opgaaf Werkelijk Rendement
      • SBR bankaanlevering
      • Nextens Koppelingen
      • Alle producten
  • Kennisproducten
    • Menu-item
      • Fiscale AI assistent – Tex
      • Belastingalmanakken
      • Vaktijdschriften
      • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Nieuws
  • Over ons
    • Menu-item
      • Over Nextens
      • Werken bij Nextens
      • Veiligheid
      • Klantverhalen
      • Verschijningsdata
      • Contact
    • Menu-item
      • Studio Nextens
      • Nextens Connect
      • Partners
      • De auteurs van Nextens
  • Login
  • Offerte aanvragen
  • Login
Home Fiscaal nieuws Box 3 en begroting raken steeds sterker met elkaar verweven

Nieuws

Fiscale kennis

Box 3 en begroting raken steeds sterker met elkaar verweven

Team Nextens24 aug 20263 min Leestijd

De toekomst van box 3 is al lang geen puur fiscaal vraagstuk meer. De keuzes rond de belasting op sparen en beleggen hebben ook directe gevolgen voor de rijksbegroting. Nu de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 is uitgesteld, moet het kabinet opnieuw naar mogelijke aanpassingen kijken. Tegelijkertijd moet het voldoende politieke steun vinden voor de begroting. Juist die combinatie maakt box 3 financieel en politiek ingewikkeld. Vrijwel iedere aanpassing heeft gevolgen voor de verwachte belastingopbrengsten en vraagt daarom om nieuwe afwegingen.

Waarom staat box 3 opnieuw ter discussie

De Eerste Kamer stelde vlak voor het zomerreces de stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 uit. Daardoor kreeg het kabinet extra tijd om het voorstel aan te passen.

Een belangrijk bezwaar richt zich op de belasting van ongerealiseerde waardestijgingen. Volgens het wetsvoorstel kan belasting verschuldigd zijn over een waardestijging van beleggingen voordat die winst daadwerkelijk is gerealiseerd. Voor onder meer vastgoed en belangen in startende ondernemingen gelden uitzonderingen.

In de Eerste Kamer bestaat twijfel over deze systematiek. Verschillende partijen geven de voorkeur aan een vermogenswinstbelasting. Daarbij vindt belastingheffing pas plaats wanneer een belegger een vermogensbestanddeel verkoopt en daadwerkelijk winst realiseert.

Het kabinet staat daardoor voor een keuze. Het kan de bestaande wet aanpassen of een andere systematiek uitwerken.

Welke aanpassingen aan box 3 zijn mogelijk?

Een van de opties is het toevoegen van achterwaartse verliesverrekening. Beleggers zouden verliezen dan niet alleen met toekomstige resultaten kunnen verrekenen, maar ook met eerder behaalde rendementen.

Zo’n regeling kan een deel van de bezwaren tegen het wetsvoorstel wegnemen. Het is echter onzeker of deze aanpassing voldoende politieke steun oplevert.

Een verdergaande mogelijkheid is het huidige wetsvoorstel intrekken en een nieuw voorstel uitwerken waarin een vermogenswinstbelasting voor beleggingen centraal staat. Dat betekent een wezenlijk andere benadering van het moment waarop rendement wordt belast.

Daar staat tegenover dat een nieuw wetsvoorstel opnieuw moet worden voorbereid en behandeld. Bovendien heeft ook deze keuze aanzienlijke budgettaire gevolgen.

Wat betekenen aanpassingen voor de begroting?

Juist die budgettaire gevolgen zorgen ervoor dat box 3 een belangrijke rol speelt bij de begrotingsonderhandelingen.

Bij de bestaande plannen is ervan uitgegaan dat box 3 vanaf 2028 weer een bepaald niveau aan belastingopbrengsten oplevert. Lagere inkomsten uit box 3 betekenen daardoor dat elders ruimte moet worden gevonden.

Volgens de ramingen die tijdens de politieke discussie worden genoemd, kan achterwaartse verliesverrekening eenmalig bijna 4 miljard euro kosten. Een overstap naar een nieuw stelsel met een vermogenswinstbelasting zou over een periode van tien jaar minstens 22 miljard euro minder kunnen opleveren dan eerder voorzien.

Ook niets veranderen biedt geen eenvoudige uitweg. Wanneer het huidige wetsvoorstel geen meerderheid krijgt, kan de bestaande tegenbewijsregeling langer van kracht blijven. Vanaf 2028 zou dat volgens de genoemde ramingen jaarlijks ongeveer 2,5 miljard euro aan inkomsten kunnen schelen.

Mogelijke compensatie via de vennootschapsbelasting

Als de opbrengsten uit box 3 dalen, komt de vraag op tafel hoe dat bedrag binnen de begroting wordt opgevangen.

In de politieke discussie wordt onder meer gekeken naar de vennootschapsbelasting. Een mogelijkheid is het aanpassen of schrappen van het verlaagde tarief voor de eerste 200.000 euro belastbare winst.

Ook dat voorstel ligt politiek gevoelig. Sommige partijen willen voorkomen dat werkenden of middeninkomens extra worden belast. Tegelijkertijd bestaat weerstand tegen maatregelen die de belastingdruk voor ondernemingen verhogen.

De discussie over box 3 raakt daardoor meerdere onderdelen van het belastingstelsel. Een wijziging aan de ene kant kan gevolgen hebben voor tarieven of lasten aan de andere kant.

Ook inflatie speelt een rol in het debat

Naast de politieke voorstellen zijn er ook andere ideeën over de inrichting van box 3. Onderzoeker Rik Hospers pleit bijvoorbeeld voor meer aandacht voor inflatie bij de belastingheffing over vermogen.

Wanneer rendementen beperkt zijn en de inflatie relatief hoog blijft, kan de reële belastingdruk aanzienlijk oplopen. Dat speelt vooral bij spaargeld en beleggingen met een gematigd rendement.

Hospers noemt daarom onder meer een inflatiecorrectie als mogelijke oplossing. Ook stelt hij een systeem voor waarbij belastingplichtigen korting krijgen wanneer zij via een voorheffing eerder belasting betalen over nog niet gerealiseerde winsten.

Deze voorstellen maken duidelijk dat de discussie verder gaat dan alleen het moment waarop belasting wordt geheven. Ook de verhouding tussen nominaal rendement, inflatie en daadwerkelijke vermogensgroei blijft een belangrijk onderdeel van het debat.

Conclusie

Box 3 en de begroting zijn dit jaar nauw met elkaar verbonden. Aanpassingen aan de Wet werkelijk rendement kunnen tegemoetkomen aan politieke en inhoudelijke bezwaren, maar hebben vrijwel altijd gevolgen voor de belastingopbrengsten. Daardoor raakt iedere wijziging ook andere onderdelen van de begroting.

De komende besluitvorming moet duidelijk maken welke richting het kabinet kiest en welke gevolgen dat heeft voor het toekomstige box 3-stelsel. We blijven de fiscale en politieke ontwikkelingen rond box 3 uiteraard voor je volgen.

Meer weten over box 3 of vermogenswinstbelasting?

Vraag ‘t Tex!
Artikel delen:
Share this...
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
Linkedin

Net als 20.000 anderen het meest actuele fiscale nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jouw fiscaal partner

Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs

Footer

  • Software producten
  • Inkomstenbelasting
  • Omzetbelasting
  • Vennootschapsbelasting
  • Schenkbelasting en Erfbelasting
  • Dividendbelasting
  • Jaarrekening
  • Digitaal Bezwaar
  • Opgaaf Werkelijk Rendement
  • Koppelingen

  • Kennisproducten
  • Fiscale AI assistent – Tex
  • Belasting Almanakken
  • Vaktijdschriften
  • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Fiscaal nieuws
  • Laatste nieuws
  • Over ons
  • Over Nextens
  • Werken bij Nextens
  • Veiligheid
  • Klantverhalen
  • Verschijningsdata
  • Status
  • Contact
Relx Logo
iso-certificate-mark
Relx Logo

  • The following regulations apply to the use of this website:
  • Terms and conditions
  • Security
  • Privacy policy
  • Cookie policy
  • Nextens® is a brand of LexisNexis® Risk Solutions, part of RELX.
  • Copyright reserved © 2026 LexisNexis Risk Solutions.