
Dividendstripping is een constructie rond dividenduitkeringen waarbij het juridische recht op dividend tijdelijk verschuift, terwijl het economische belang bij de aandelen feitelijk hetzelfde blijft. Het doel is vaak om dividendbelasting te verrekenen, te verminderen of terug te vragen via een fiscaal gunstigere partij. Sinds 16 april 2026 loopt er een internetconsultatie over vier aanvullende maatregelen om deze praktijk verder tegen te gaan. In dit artikel lees je wat dividendstripping is, welke vormen er zijn en welke maatregelen ter discussie staan.
Wat is dividendstripping?
Bij dividendstripping wordt het dividendrecht losgekoppeld van het economische risico en rendement op de aandelen. In de praktijk gaan aandelen (of de dividendrechten) kort voor de dividenduitkering tijdelijk naar een andere partij. Daarna keert de oorspronkelijke aandeelhouder terug in een vergelijkbare positie. Het economische belang verandert dus nauwelijks, terwijl het dividend fiscaal “landt” bij een partij die meer mogelijkheden heeft om dividendbelasting te verrekenen of terug te vragen.
Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Dividendstripping komt vaak voor in een samenstel van transacties rond de dividenddatum. Denk bijvoorbeeld aan:
- Securities lending: tijdelijk uitlenen van aandelen rond de dividenddatum.
- Repo’s: verkoop met een afspraak tot terugkoop na de dividenddatum.
- Verkoop met geschreven putoptie: verkoop gecombineerd met een putoptie waardoor terugkeer in de positie voor de hand ligt.
- Equity swaps: economisch rendement wordt “geruild” zonder dat juridisch eigendom hoeft mee te bewegen.
- Cum/ex-dividend transacties: verkoop vlak voor en (her)aankoop vlak na de dividenddatum, vaak met aanvullende afspraken over risico en opbrengst.
Waarom is er juist nu een internetconsultatie over dividendstripping?
De wetgever heeft al anti-misbruikregels, maar dividendstripping blijft lastig te bestrijden. Dat komt doordat transacties complex zijn en elementen soms bewust worden verspreid. In de internetconsultatie geeft het ministerie aan dat per 1 januari 2024 al maatregelen zijn genomen en dat daarna aanvullend onderzoek is gedaan. Uit dat onderzoek volgen vier uitgewerkte opties die nu worden voorgelegd om praktijkgevolgen beter in beeld te krijgen. De consultatie loopt van 16 april 2026 tot en met 28 mei 2026. Daarna wordt gewogen of, en zo ja welke, maatregel(en) in een wetsvoorstel terugkomen.
Welke vier aanvullende maatregelen liggen op tafel?
In het consultatiedocument staan vier voorstellen. Twee zijn generiek, twee zijn gericht op specifieke situaties.
- Nettorendementbenadering
Deze maatregel kijkt naar het nettorendement op dividend bij de ontvanger. Het idee is dat als je koersrisico door samenhangende transacties vrijwel helemaal hebt afgedekt en de lasten die met het dividend samenhangen heel hoog zijn, wijst dat op een “doorgegeven” van economisch belang. In dat geval kan verrekening, vrijstelling of teruggaaf worden geweigerd. In het voorstel zit ook een doelmatigheidsdrempel (bandbreedte 20.000 tot 100.000 euro) en de focus ligt op beursaandelen. - Duits-Oostenrijkse maatregel
Hier staat een minimumperiode rond de registratiedatum centraal. Je moet gedurende een periode van 45 dagen rondom de registratiedatum plus de registratiedatum zelf (dus 46 dagen) voldoende economisch belang hebben. Concreet betekent dat als in deze periode de waarde van de aandelen daalt, je minstens 70% van het economisch risico zult moeten dragen. Ook hier wordt gewerkt met een doelmatigheidsdrempel (20.000 tot 100.000 euro) en met een focus op beursaandelen. - Maatregel gericht op pensioenfondsen
Pensioenfondsen hebben in bepaalde situaties mogelijkheden voor vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting. Het voorstel wil dat voordeel beperken als het dividend is toe te rekenen aan een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van ingelegde pensioengelden. Ook hier komt een drempel terug (20.000 tot 100.000 euro). - Maatregel spreiden van dividendstripping-elementen in een groep
Deze maatregel richt zich op situaties waarin elementen van dividendstripping worden opgeknipt binnen een groep van verbonden personen of lichamen. Het voorstel maakt explicieter dat de beoordeling niet alleen naar jouw transacties kan kijken, maar ook naar die van verbonden partijen, als het geheel samenhang vertoont met het dividend en de uiteindelijke opbrengst bij een mindergerechtigde partij belandt.
Voor wie is dit relevant?
De consultatie noemt expliciet dat verschillende marktpartijen geraakt kunnen worden, zoals financiele instellingen, beleggingsinstellingen, marktexploitanten, pensioenfondsen en ook (niet-)professionele beleggers. De rode draad blijft altijd de vraag wie uiteindelijk degene is bij wie het economische belang bij het dividend ligt, en sluit de fiscale tegemoetkoming daar nog wel op aan? Juist die vraag bepaalt of verrekening, vrijstelling of teruggaaf in beeld blijft of niet.
Conclusie
Dividendstripping draait om het tijdelijk verschuiven van dividendrechten, terwijl het economische belang bij de aandelen feitelijk nauwelijks wijzigt. Dat maakt het onderwerp gevoelig, zeker als dividendbelasting daardoor wordt verrekend of teruggevraagd zonder dat dit past bij de economische werkelijkheid. Sinds april 2026 loopt er een internetconsultatie over vier aanvullende maatregelen om dividenstripping tegen te gaan. Die varianten lopen uiteen van een nettorendementtoets en een houdperiode met economisch-risico-eis, tot gerichte regels voor pensioenfondsen en voor situaties waarin transacties binnen een groep worden uitgesmeerd. De uitkomst van de consultatie bepaalt of en welke voorstellen uiteindelijk doorstromen naar wetgeving.
Wil jij zeker weten hoe het zit met dividendstripping?



