• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer

NextensNextens

Fiscaal partner van professionals

  • Producten
    • Aangiftesoftware
      • Inkomstenbelasting
      • Omzetbelasting
      • Vennootschapsbelasting
      • Schenkbelasting en Erfbelasting
      • Dividendbelasting
      • Alle producten
    • Modules
      • Jaarrekening
      • Digitaal bezwaar
      • Opgaaf Werkelijk Rendement
      • SBR bankaanlevering
      • Nextens Koppelingen
      • Alle producten
  • Kennisproducten
    • Menu-item
      • Fiscale AI assistent – Tex
      • Belastingalmanakken
      • Vaktijdschriften
      • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Nieuws
  • Over ons
    • Menu-item
      • Over Nextens
      • Werken bij Nextens
      • Veiligheid
      • Klantverhalen
      • Verschijningsdata
      • Contact
    • Menu-item
      • Studio Nextens
      • Nextens Connect
      • Partners
      • De auteurs van Nextens
  • Login
  • Offerte aanvragen
  • Login
Home Fiscaal nieuws Kabinet kiest voor box 3-tussenstap richting vermogenswinstbelasting

Blog

Economie en politiek, Fiscale kennis

Kabinet kiest voor box 3-tussenstap richting vermogenswinstbelasting

Team Nextens15 jun 20263 min Leestijd

De hervorming van box 3 blijft de gemoederen bezig houden. Het kabinet houdt vast aan invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 2028, maar erkent tegelijk de brede wens om uiteindelijk over te stappen op een volledige vermogenswinstbelasting. Daarmee ontstaat een tussenfase. Eerst komt een stelsel dat grotendeels werkt met een vermogensaanwasbelasting. Later volgt mogelijk een systeem waarin belasting pas wordt geheven bij gerealiseerde winst. De Rijksoverheid noemt 1 januari 2028 nog steeds als streefdatum voor heffing over werkelijk rendement.

Wat houdt de box 3-tussenstap in

De box 3-tussenstap draait om belastingheffing op basis van werkelijk rendement. Het wetsvoorstel kiest daarbij in hoofdzaak voor een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat niet alleen inkomsten, zoals rente en dividend, maar ook ongerealiseerde waardestijgingen jaarlijks in de heffing worden betrokken.

Toch geldt dit niet voor alle vermogensbestanddelen. Voor onroerende zaken en aandelen of winstbewijzen in startende ondernemingen bevat het wetsvoorstel al een vermogenswinstsystematiek. Daarbij vindt heffing pas plaats wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Het kabinet noemt de vermogensaanwasbelasting nadrukkelijk een tussenstap. In het coalitieakkoord staat dat het stelsel zo snel mogelijk moet doorgroeien naar een volledige vermogenswinstbelasting.

Waarom komt er geen volledige vermogenswinstbelasting per 2028?

Een volledige vermogenswinstbelasting per 1 januari 2028 acht het kabinet niet haalbaar. Daarvoor zijn aanpassingen nodig bij financiële instellingen, de Belastingdienst en in de wetgeving zelf.

Ook gegevensuitwisseling speelt een grote rol. Banken en andere ketenpartners moeten hun systemen tijdig aanpassen. Volgens het kabinet ligt de gegevensaanlevering op schema, maar de implementatie vraagt ongeveer achttien maanden.

Daarnaast raakt het nieuwe stelsel de ICT-agenda van de Belastingdienst. De aangifte inkomstenbelasting vraagt ingrijpende technische wijzigingen. Daardoor ontstaat minder ruimte voor andere verbeteringen en fiscale wijzigingen, vooral vanaf 2029.

Hoe kijkt het kabinet naar een latere vermogenswinstbelasting?

De overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting blijft een serieuze optie. Het kabinet voert inmiddels gesprekken met externe stakeholders en ketenpartners. Daarbij worden ook de budgettaire effecten, uitvoerbaarheid en wetgevingstechnische aandachtspunten onderzocht.

De Eerste Kamer krijgt later een brief met een concrete planning. Eerst volgt een hoofdlijnenbrief over de vormgeving van een volledige vermogenswinstbelasting. Tegelijkertijd werkt het kabinet aan een ontwerpwetsvoorstel.

Opvallend is dat de doorontwikkeling niet afhankelijk wordt gemaakt van de evaluatie van het nieuwe stelsel. Ook een horizonbepaling vindt het kabinet niet nodig. Daarmee blijft de box 3-tussenstap vooralsnog het uitgangspunt voor de korte termijn.

Waarom ziet het kabinet geen tijdelijke bronheffing?

Een tijdelijke bronheffing naar Duits voorbeeld ziet het kabinet niet als realistisch alternatief. Zo’n systeem zou veel vragen van banken en financiële instellingen. Zij zouden hun IT-systemen en administratie moeten aanpassen.

Bovendien kan een bronheffing alleen betrekking hebben op vermogen dat bij banken of financiële instellingen wordt aangehouden. Andere vermogensbestanddelen vallen daarbuiten. Denk aan roerende zaken, onroerende zaken, rechten op zulke zaken en vorderingen binnen familieverband of tussen gelieerde personen.

Daarom beschouwt het kabinet een tijdelijke bronheffing niet als geschikte oplossing voor de overgangsperiode.

Welke aanpassingen worden nog onderzocht?

Het kabinet onderzoekt nog mogelijke aanpassingen aan het wetsvoorstel. Die aanpassingen worden betrokken bij de augustusbesluitvorming. Als maatregelen leiden tot lagere opbrengsten, moet ook budgettaire dekking worden gevonden.

Een van de onderzochte opties is achterwaartse verliesverrekening van een jaar vanaf 1 januari 2029. Daarmee wil het kabinet de effecten van de vermogensaanwasbelasting verzachten en voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak behouden.

Het uitgangspunt blijft wel dat aanpassingen de invoering per 2028 niet mogen blokkeren.

Wat betekent dit voor schulden en vakantiewoningen?

De nota bevat ook concrete fiscale aandachtspunten. Alle schulden die niet in box 1 of box 2 worden meegenomen, kwalificeren als box 3-schuld. Daarbij maakt het kabinet geen onderscheid naar de besteding van het geleende geld.

Dat betekent dat ook rente op consumptieve schulden, bijvoorbeeld voor een auto of caravan, aftrekbaar kan zijn binnen box 3. Een onderscheid naar soort schuld zou het stelsel volgens het kabinet te complex maken.

Ook vakantiewoningen blijven binnen de box 3-grondslag. Het kabinet maakt geen onderscheid tussen een tweede woning met rendementsdoel en een vakantiewoning die vooral voor eigen gebruik wordt aangehouden. Over het vastgoedbijtellingspercentage en aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen komt later meer duidelijkheid.

Conclusie

De box 3-tussenstap blijft de voorlopige route naar belastingheffing over werkelijk rendement. Het kabinet erkent de politieke wens voor een volledige vermogenswinstbelasting, maar ziet invoering daarvan per 2028 als niet haalbaar. Daarom blijft de vermogensaanwasbelasting het vertrekpunt, met uitzonderingen voor onder meer vastgoed en belangen in startende ondernemingen.

Wil jij zeker weten dat je goed zit met box 3?

Vraag ‘t Tex!
Artikel delen:
Share this...
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
Linkedin

Net als 20.000 anderen het meest actuele fiscale nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jouw fiscaal partner

Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs

Footer

  • Software producten
  • Inkomstenbelasting
  • Omzetbelasting
  • Vennootschapsbelasting
  • Schenkbelasting en Erfbelasting
  • Dividendbelasting
  • Jaarrekening
  • Digitaal Bezwaar
  • Opgaaf Werkelijk Rendement
  • Koppelingen

  • Kennisproducten
  • Fiscale AI assistent – Tex
  • Belasting Almanakken
  • Vaktijdschriften
  • Fiscale kennisbank – Naslag
  • Fiscaal nieuws
  • Laatste nieuws
  • Over ons
  • Over Nextens
  • Werken bij Nextens
  • Veiligheid
  • Klantverhalen
  • Verschijningsdata
  • Status
  • Contact
Relx Logo
iso-certificate-mark
Relx Logo

  • The following regulations apply to the use of this website:
  • Terms and conditions
  • Security
  • Privacy policy
  • Cookie policy
  • Nextens® is a brand of LexisNexis® Risk Solutions, part of RELX.
  • Copyright reserved © 2026 LexisNexis Risk Solutions.