
Een dga die met pensioen is en nog beperkt voor zijn bv werkt, valt niet automatisch buiten de gebruikelijkloonregeling. Ook een afbouw van bedrijfsactiviteiten is op zichzelf onvoldoende voor een lager gebruikelijk loon. Dat blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Gelderland van 10 juli 2026. De rechtbank handhaafde voor 2021 het toenmalige normbedrag van € 47.000. De dga had onvoldoende inzicht gegeven in zijn werkzaamheden, het tijdsbeslag en de activiteiten van zijn vennootschappen. Daarmee maakt de uitspraak duidelijk dat een lager gebruikelijk loon alleen mogelijk is wanneer concrete feiten de afwijking ondersteunen.
Wanneer geldt de gebruikelijkloonregeling
De gebruikelijkloonregeling geldt voor iemand die arbeid verricht voor een vennootschap waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft. Daarvan is doorgaans sprake bij een direct of indirect aandelenbelang van minimaal 5 procent.
In deze zaak bezat de man alle aandelen in twee bv’s. Deze bv’s hielden op hun beurt belangen van meer dan 5 procent in verschillende andere vennootschappen. Volgens de rechtbank vormden zowel de rechtstreeks als de indirect gehouden aandelen een aanmerkelijk belang. Omdat de man bovendien werkzaamheden verrichtte, viel hij onder de gebruikelijkloonregeling.
Een formele arbeidsovereenkomst is daarbij niet doorslaggevend. De regeling kan ook gelden wanneer iemand feitelijk werkzaamheden verricht zonder dat een schriftelijk arbeidscontract bestaat.
Hoe wordt het gebruikelijk loon vastgesteld
Het gebruikelijk loon moet in 2026 minimaal gelijk zijn aan het hoogste van drie bedragen.
- Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
- Het loon van de meestverdienende werknemer van de bv of een verbonden vennootschap
- Het wettelijke normbedrag van € 58.000
Wanneer aannemelijk is dat iemand met vergelijkbare werkzaamheden een lager loon ontvangt, kan dat lagere bedrag gelden. De vergelijking moet dan betrekking hebben op een werknemer zonder aanmerkelijk belang.
Voor het jaar 2021 gold nog een normbedrag van € 47.000. Ook gold toen als uitgangspunt 75 procent van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. De rechtbank beoordeelde de situatie op basis van deze regels uit 2021.
Waarom pensioen geen automatische uitzondering vormt?
De dga stelde dat een jaarloon van € 12.000 redelijk was. Hij werkte naar eigen zeggen slechts één dag per maand. Daarnaast was hij met pensioen en waren de activiteiten van zijn bv’s afgebouwd.
De rechtbank vond deze verklaringen niet voldoende. De leeftijd van de dga kon volgens de rechtbank wel wijzen op deeltijdwerk. Toch bleef onduidelijk hoeveel hij daadwerkelijk werkte. De man had zijn tijdsbesteding niet nader toegelicht.
Bovendien leidt deeltijdwerk niet automatisch tot een evenredige verlaging van het normbedrag. Het niveau van de werkzaamheden en de beloning voor een vergelijkbare functie blijven eveneens van belang.
Welke informatie ontbrak bij het lagere gebruikelijk loon?
De bv’s behaalden in 2021 fiscale winsten van € 61.510 en € 21.068. Daarnaast was binnen de bv omzet gegenereerd, terwijl geen andere werknemers bekend waren. De inspecteur nam daarom aan dat de dga zelf de werkzaamheden had verricht.
Daartegenover stond geen concrete beschrijving van de bedrijfsactiviteiten. Ook ontbrak een verdeling van de werkzaamheden en gewerkte uren per vennootschap. Verder had de dga geen vergelijking gemaakt met het loon van iemand in een soortgelijke dienstbetrekking.
Daardoor kon de rechtbank niet beoordelen of € 12.000 aansloot bij de aard, omvang en duur van de werkzaamheden. De bewijslast voor een afwijking lag bij de dga. Hij slaagde niet in dat bewijs.
Wanneer kan een lager gebruikelijk loon gelden?
Een lager gebruikelijk loon blijft mogelijk wanneer feiten en omstandigheden dit aannemelijk maken. Beperkte werkzaamheden, een lager loon voor een vergelijkbare functie of ernstige financiele problemen bij de bv kunnen daarbij een rol spelen. Geen van deze omstandigheden leidt echter zonder verdere onderbouwing automatisch tot een verlaging.
Wanneer het totale gebruikelijk loon voor alle betrokken vennootschappen aantoonbaar € 5.000 of lager is, mag het werkelijk ontvangen loon worden aangegeven. Deze grens geldt voor alle werkzaamheden samen en niet afzonderlijk per bv.
Conclusie
De uitspraak bevestigt dat pensioen, deeltijdwerk en afbouw van activiteiten niet zonder meer leiden tot een lager gebruikelijk loon. De feitelijke werkzaamheden en een passende zakelijke beloning blijven bepalend. Omdat de dga daarover onvoldoende informatie verstrekte, bleef het normbedrag van € 47.000 voor 2021 in stand.
Zeker weten dat je fiscaal goed zit als dga?



