
Nederland voert voorlopig geen eigen heffing in op e-commercezendingen uit landen buiten de EU. Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën wacht de Europese aanpak af. Dat is relevant omdat de pakketstroom uit derde landen blijft groeien. Daardoor neemt de druk op douaneafhandeling, productveiligheid en fiscale handhaving toe. Tegelijk verandert het Europese speelveld snel. De vrijstelling voor invoerrechten tot en met 150 euro verdwijnt versneld en de Europese Union Handling Fee komt dichterbij.
Waarom komt er geen nationale heffing op e-commercezendingen?
Het kabinet ziet op dit moment geen reden om een Nederlandse handelingskostenvergoeding in te voeren. Die vergoeding was eerder wel voorbereid. Nederland wilde namelijk kunnen handelen als buurlanden vooruitlopend op Brussel een eigen nationale heffing zouden invoeren.
Daarbij speelde vooral het risico op verschuiving van pakketstromen. Als andere landen een vergoeding rekenen en Nederland niet, kunnen e-commercezendingen vaker via Nederland de EU binnenkomen. Dat kan extra druk geven op de Douane en op markttoezicht.
Toch kiest Nederland nu voor terughoudendheid. Alleen Frankrijk heeft een nationale vergoeding ingevoerd. België en Luxemburg deden dat niet. Volgens het kabinet is de stijging van e-commercezendingen via Nederland zichtbaar, maar onvoldoende om een eigen regeling te rechtvaardigen.
Wat is een handelingskostenvergoeding?
Een handelingskostenvergoeding is een vergoeding voor extra afhandeling en toezicht bij invoer van e-commercegoederen. Het gaat vooral om kleine pakketten die consumenten of bedrijven bestellen bij webshops buiten de Europese Unie.
De vergoeding is geen belasting in strikte zin. In de praktijk brengen postbedrijven en koeriersdiensten vaak kosten in rekening voor inklaring en administratieve afhandeling. Denk aan het doen van aangifte, het verwerken van invoergegevens en het innen van btw of invoerrechten.
De vergoeding speelt vooral wanneer de IOSS-regeling niet is gebruikt. Via de Invoer One Stop Shop kan de btw al bij aankoop worden voldaan. Daardoor verloopt de invoer eenvoudiger. Zonder IOSS ontstaat vaker extra werk bij aankomst van het pakket.
Europese aanpak krijgt voorrang
Nederland is al langer voorstander van een Europese oplossing. Daarmee blijven de regels binnen de EU zoveel mogelijk gelijk. Dat is belangrijk, omdat e-commercezendingen zich snel kunnen verplaatsen naar lidstaten met lagere kosten of minder knelpunten in de afhandeling.
De Europese handelingskostenvergoeding krijgt vorm binnen het nieuwe Douanewetboek van de Unie. Deze Union Handling Fee moet naar verwachting vanaf 1 november 2026 gaan gelden. Daarmee ontstaat een gezamenlijke basis om toezichtskosten op e-commercegoederen te dekken.
Voor Nederland is dat een belangrijke reden om geen nationale route te kiezen. Een eigen regeling zou tijdelijk zijn, terwijl de Europese maatregelen al dichterbij komen. Bovendien voorkomt een Europese aanpak dat lidstaten elk een eigen systeem moeten optuigen.
Vrijstelling tot 150 euro verdwijnt versneld
Naast de Union Handling Fee verandert ook de behandeling van goedkope zendingen. De Europese vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met 150 euro wordt versneld afgeschaft. Deze zogenoemde de-minimisregeling verdwijnt per 1 juli 2026.
Daarvoor komt tijdelijk een vast tarief van 3 euro per productgroep. De maatregel moet bijdragen aan beter toezicht op kleine zendingen uit derde landen. Ook moet de Douane de groeiende pakketstroom beter kunnen verwerken.
De afschaffing van de vrijstelling, de tijdelijke tariefsystematiek en de aankomende Union Handling Fee raken dezelfde e-commercestroom. Daardoor neemt het belang van juiste invoergegevens en correcte btw-verwerking verder toe.
Raad van State woog mee in besluit
De Raad van State was kritisch op een nationale oplossing. Het orgaan erkende wel dat de groei van e-commercezendingen om aandacht vraagt. Tegelijk zag het bezwaren bij een nationale handelingskostenvergoeding, juist omdat Europese maatregelen in voorbereiding zijn.
Dat oordeel heeft meegewogen in het kabinetsbesluit. Ook erkent de staatssecretaris dat de mogelijke nationale regeling onzekerheid heeft veroorzaakt bij betrokken partijen. Het kabinet wil hen daarom blijven informeren over de verdere Europese uitwerking.
Verder blijft Nederland de ontwikkeling van pakketstromen volgen. Dat gebeurt zowel nationaal als Europees. Als nieuwe cijfers of effecten daar aanleiding toe geven, informeert het kabinet de Tweede Kamer opnieuw.
Conclusie
Nederland voert geen eigen heffing in op e-commercezendingen. Het kabinet kiest voor de Europese route en wacht de Union Handling Fee af. Tegelijk verdwijnen de invoerrechtenvrijstelling tot en met 150 euro en komt er tijdelijk een vast tarief per productgroep. Daarmee verschuift de aandacht naar Europese harmonisatie, betere beheersbaarheid van de pakketstroom en dekking van toezichtskosten.
Wil jij echt betrouwbare info over de heffing op e-commercezendingen?



