
De verhoogde schenkvrijstelling eigen woning was jarenlang een bekende route om (een deel van) de financiering van een woning fiscaal vriendelijk te ondersteunen. Toch bleek in de praktijk dat niet elke ‘woninglening’ ook echt meetelt voor deze vrijstelling. Rechtbank Den Haag laat dat ook zien in een uitspraak over een aflossingsvrije ouderlening waarvan een deel werd kwijtgescholden. De kern van de zaak was dat als de lening geen eigenwoningschuld is, dan kan kwijtschelding ook niet onder de eigenwoningvrijstelling vallen. Dat klinkt logisch, maar het wringt soms met het gevoel dat “het toch geld is voor het huis?”.
Wat speelde er in deze zaak?
Een vrouw kreeg op 6 december 2020 een schenking van € 103.643 van haar ouders. Die schenking bestond uit een gedeeltelijke kwijtschelding van een lening die zij in 2016 bij haar ouders had afgesloten voor de aankoop van haar eigen woning. De ouders hadden het leenbedrag destijds rechtstreeks naar de derdenrekening van de notaris overgemaakt. De lening had (volgens de conceptakte) een looptijd van 30 jaar, was gedekt met een recht van eerste hypotheek en was aflossingsvrij.
In de aangifte schenkbelasting deed zij een beroep op de verhoogde schenkvrijstelling eigen woning. De inspecteur weigerde dat, maar kende in bezwaar wel de gewone eenmalig verhoogde vrijstelling toe. De vraag bleef echter of de hogere vrijstelling voor de eigen woning toch toegepast had moeten worden, mede door mogelijk gewekt vertrouwen via het aangifteformulier?
Wanneer geldt de verhoogde schenkvrijstelling eigen woning?
De (oude) eigenwoningvrijstelling was gekoppeld aan een bestedingsdoel: het bedrag moest worden gebruikt voor de eigen woning, zoals aankoop, verbouwing of het aflossen van een eigenwoningschuld. Belangrijk is dus dat de wet niet alleen naar “woning” kijkt, maar ook naar het fiscale begrip eigenwoningschuld.
Sinds 1 januari 2024 bestaat deze specifieke vrijstelling voor de eigen woning niet meer. Voor schenkingen vanaf 2024 gelden andere vrijstellingen, zoals de jaarlijkse vrijstelling en (onder voorwaarden) de eenmalig verhoogde vrijstelling voor een vrij besteedbaar doel.
Wat is een eigenwoningschuld en waarom is de aflossingseis zo bepalend?
De uitspraak draait uiteindelijk om een klassiek onderscheid: een lening kan wel bedoeld zijn voor de woning, maar tóch niet kwalificeren als eigenwoningschuld. Sinds de invoering van de aflossingseis geldt voor nieuwe leningen (grofweg: na 2012) dat er een contractuele verplichting moet zijn om ten minste annuitair af te lossen en binnen maximaal 360 maanden volledig af te lossen.
Een aflossingsvrije lening voldoet daar niet aan. En dan ontstaat een kettingreactie:
- geen eigenwoningschuld (Wet IB 2001)
- dus geen aflossing van eigenwoningschuld (bestedingsdoel)
- dus geen toepassing van de verhoogde schenkvrijstelling eigen woning (Successiewet)
Oordeel rechtbank: geen vrijstelling, want geen eigenwoningschuld
De rechtbank oordeelt dat de verhoogde schenkvrijstelling eigen woning niet van toepassing is. Tussen partijen was bovendien niet in geschil dat de ouderlening door het aflossingsvrije karakter geen eigenwoningschuld is in de zin van art. 3.119a Wet IB 2001. Daarmee is de route naar de eigenwoningvrijstelling afgesloten: kwijtschelding kan alleen onder die vrijstelling vallen als de onderliggende lening fiscaal kwalificeert als eigenwoningschuld.
Opvallend is dat elementen als een hypothecaire zekerheid en een looptijd van 30 jaar hier niet “redden”. De fiscale kwalificatie hangt primair aan de aflossingsstructuur.
Geen gewekt vertrouwen door het aangifteformulier
De vrouw deed ook een beroep op het vertrouwensbeginsel. Het aangifteformulier en de toelichting zouden de indruk wekken dat de vrijstelling van toepassing was. De rechtbank gaat daar niet in mee. In de toelichting worden juist fiscale kernbegrippen gebruikt, zoals “eigen woning” en “eigenwoningschuld”. Wie een grote vrijstelling wil toepassen, mag volgens de rechtbank geacht worden na te gaan wat die begrippen betekenen. Het formulier bevat bovendien geen bevestiging dat aan alle voorwaarden is voldaan.
Conclusie
Deze uitspraak onderstreept dat de verhoogde schenkvrijstelling eigen woning (voor de jaren dat die nog bestond) strak meeloopt met het fiscale begrip eigenwoningschuld. Een aflossingsvrije ouderlening kan civielrechtelijk prima passen bij de aankoop van een woning, maar fiscaal valt zij buiten de aflossingseis. En dan houdt het bij de eigenwoningvrijstelling op.
Heb jij vragen over de verhoogde schenkvrijstelling eigen woning?



