
Dit artikel is gebaseerd op de NTFR Opinie Naar een EU-belasting voor cryptoactiva? van prof. mr. dr. Dennis Post. In zijn bijdrage bespreekt Post het onderzoek van de Europese Commissie naar een mogelijke EU-belasting op cryptoactiva. Daarbij staan twee varianten centraal. Een belasting op cryptotransacties en een belasting op gerealiseerde vermogenswinsten. Ook plaatst hij deze Europese ontwikkeling in de context van de Nederlandse belastingheffing over cryptoactiva. In dit artikel vatten we zijn analyse samen en plaatsen we het onderwerp in een breder fiscaal perspectief.
Waarom onderzoekt de EU een belasting op cryptoactiva?
Een Europese belasting op cryptoactiva is geen volledig nieuw idee. Het Europees Parlement pleitte al eerder voor onderzoek naar een Europese heffing. De grensoverschrijdende aard van crypto speelt daarbij een belangrijke rol. Nationale belastingstelsels verschillen sterk, terwijl cryptoactiva relatief eenvoudig over landsgrenzen kunnen worden verhandeld.
De Europese Commissie werkte het idee in mei 2026 verder uit. Het gaat nadrukkelijk nog om onderzoek en niet om een concreet wetsvoorstel. De Commissie bekijkt hoe een heffing zou kunnen worden vormgegeven en welke opbrengsten mogelijk zijn.
Post richt zich in zijn NTFR Opinie vooral op de twee fiscale varianten die uit dit onderzoek naar voren komen.
Een belasting op cryptotransacties
De eerste mogelijkheid is een belasting op transacties met cryptoactiva. De heffing zou dan aansluiten bij de waarde of het volume van bepaalde transacties.
De Europese Commissie rekent ter illustratie met een tarief van 0,1 procent. Op basis van voorlopige aannames zou zo’n heffing jaarlijks ongeveer 2,8 tot 3,8 miljard euro kunnen opleveren. De Commissie waarschuwt echter nadrukkelijk dat hiervoor nog onvoldoende betrouwbare officiële gegevens beschikbaar zijn. De berekening steunt daarom op marktgegevens en aannames.
Ook de afbakening vormt een uitdaging. Niet iedere transactie met een cryptoactivum hoeft fiscaal hetzelfde te worden behandeld. Zo zouden bepaalde stablecoins en betalingen voor goederen of diensten mogelijk buiten een transactieheffing moeten blijven. Anders kan een specifiek betaalmiddel fiscaal ongunstiger worden behandeld.
Een belasting op gerealiseerde cryptowinsten
De tweede variant is een Europese belasting op gerealiseerde vermogenswinsten uit cryptoactiva. Belastingheffing vindt dan plaats wanneer een belegger daadwerkelijk winst realiseert.
Juist deze variant vraagt volgens het onderzoek om vergaande Europese afstemming. Lidstaten hanteren momenteel verschillende systemen voor de belasting van vermogenswinsten. Er zouden daarom gezamenlijke regels nodig zijn over onder meer het belastbare moment, de waardering van cryptoactiva en de behandeling van verliezen.
De Commissie verwijst naar eerdere berekeningen waarin de mogelijke jaarlijkse belastingopbrengst voor alle EU-lidstaten samen tussen 1 en 2,4 miljard euro ligt. Ook deze raming is onzeker.
De Nederlandse box 3 maakt de discussie extra relevant
Post plaatst de Europese plannen nadrukkelijk naast de Nederlandse belastingheffing. Dat is relevant omdat cryptovaluta voor particuliere bezitters in Nederland in veel gevallen tot box 3 behoren.
Nederland werkt bovendien al langere tijd aan een stelsel waarin het werkelijke rendement een grotere rol krijgt. Daardoor kan een eventuele Europese vermogenswinstbelasting niet los worden gezien van de nationale keuzes rond box 3.
De precieze samenloop zou uiteindelijk afhangen van de vormgeving van beide systemen. De Europese Commissie erkent zelf dat een Europese heffing mogelijk aanpassing van bestaande nationale belastingstelsels vereist.
DAC8 maakt cryptotransacties zichtbaarder
De volgende context is een aanvulling van Nextens en geen weergave van een standpunt van Post.
Sinds 1 januari 2026 gelden de Europese DAC8-regels voor fiscale transparantie rond cryptoactiva. Cryptodienstverleners moeten gegevens over gebruikers en transacties verzamelen. Vervolgens worden deze gegevens tussen belastingdiensten uitgewisseld. De eerste rapportages over 2026 volgen in 2027.
Die ontwikkeling is relevant voor een mogelijke EU-belasting. De Europese Commissie ziet DAC8 namelijk als een technische basis waarop toekomstige belastingheffing kan voortbouwen. Tegelijkertijd blijven transacties buiten gereguleerde platforms en via bepaalde vormen van decentralized finance lastiger in beeld te brengen.
Conclusie
De analyse van Post laat zien dat een EU-belasting op cryptoactiva niet langer alleen een theoretisch idee is. De Europese Commissie onderzoekt inmiddels concreet hoe een transactiebelasting of vermogenswinstbelasting zou kunnen werken.
Toch is invoering nog ver weg. De opbrengsten zijn onzeker, nationale belastingstelsels verschillen en voor fiscale harmonisatie is brede politieke overeenstemming nodig. Bovendien bestaat het risico dat activiteiten verschuiven naar markten buiten de EU.
Voor Nederland is vooral de samenloop met box 3 relevant en interessant. Daarmee raakt de Europese discussie rechtstreeks aan een fiscaal dossier dat nationaal al volop in beweging is. Hou ons daarom in de gaten voor verdere ontwikkelingen rond crypto, DAC8 en de belastingheffing over vermogen.
Heb je specifieke vragen over belasting op crypto?



