
Minister van Financiën Eelco Heinen wil het wetsvoorstel voor het nieuwe box 3-stelsel aanpassen. Dat is opvallend, omdat de Tweede Kamer eerder deze maand al met de Wet werkelijk rendement box 3 heeft ingestemd. De Eerste Kamer moet zich nog over het voorstel buigen.
De aanleiding is de forse kritiek op de voorgenomen heffing over werkelijke rendementen in box 3. Met name het belasten van waardestijgingen die nog niet zijn gerealiseerd, zoals bij aandelen en crypto die nog niet zijn verkocht, stuit op bezwaren. Volgens Heinen kan de wet in de huidige vorm zo niet door.
Gesprek met beide Kamers
Volgens een woordvoerder van Heinen zal het kabinet het gesprek aangaan met zowel de Tweede als de Eerste Kamer over aanpassingen aan het wetsvoorstel. Welke onderdelen precies worden gewijzigd, is nog niet bekend. Heinen heeft aangegeven dat zowel een beperkte aanpassing als een bredere herziening nog openligt.
Dat het voorstel nu alweer ter discussie staat, onderstreept hoe gevoelig het box 3-dossier blijft. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan, maar in de aanloop naar de behandeling in de Eerste Kamer zwol de kritiek verder aan. Daarbij gaat het niet alleen om de gevolgen voor particuliere beleggers, maar ook om de uitvoerbaarheid en de economische impact van het stelsel.
Invoering per 2028 nog steeds uitgangspunt
Vooralsnog blijft invoering per 1 januari 2028 het uitgangspunt. Heinen wijst erop dat er nog tijd is om het voorstel aan te passen, omdat de wet pas over ruim anderhalf jaar in werking moet treden. Tegelijkertijd zorgt de nieuwe koers voor extra onzekerheid over de uiteindelijke vorm van het box 3-stelsel

