• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer

NextensNextens

Fiscaal partner van professionals

  • Advieskantoren
    • Fiscale software
      • Inkomstenbelasting
      • Omzetbelasting
      • Vennootschapsbelasting
      • Schenkbelasting en Erfbelasting
      • Dividendbelasting
      • Jaarrekening
      • Digitaal bezwaar
      • Opgaaf Werkelijk Rendement
      • Nextens Koppelingen
      • Alle producten
    • Fiscale Kennis
      • Fiscale AI assistent – Tex
      • Fiscale kennisbank – Naslag
      • Belastingalmanakken
      • Vaktijdschriften
      • Fiscale AI assistent
  • Bedrijfsleven
    • Fiscale Software + Kennis
      • Nextens Grip
      • Jaarrekening
      • Alle producten bedrijven
    • Fiscale Kennis
      • Fiscale AI assistent – Tex
      • Belastingalmanakken
      • Alle producten bedrijven
  • Kennisbank
  • Nieuws
  • Over ons
    • Menu-item
      • Over Nextens
      • Werken bij Nextens
      • Klantverhalen
      • Verschijningsdata
      • Contact
    • Menu-item
      • Studio Nextens
      • Nextens Connect
      • Fiscale Kennisprijs
      • Partners
      • De auteurs van Nextens
  • Login
  • Offerte aanvragen
  • Login
Home Fiscaal nieuws Nieuws Hoge Raad: minimum belastingrente Vpb onevenredig en onverbindend

Blog

Bedrijfsleven, Fiscale kennis

Hoge Raad: minimum belastingrente Vpb onevenredig en onverbindend

Team Nextens19 jan 20263 min Leestijd
Rechter slaat met zijn hamer

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond. Het enige cassatiemiddel faalt. De Hoge Raad oordeelt dat het hogere minimumpercentage van 8% belastingrente voor de VPB (vennootschapsbelasting) in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel.

De zaak betreft de vennootschapsbelasting en meer specifiek een beschikking belastingrente. Belanghebbende, een bv, heeft tijdig aangifte Vpb 2021 gedaan. De inspecteur legde conform die aangifte een voorlopige aanslag op en bracht daarbij belastingrente in rekening naar een percentage van 8% op grond van het Besluit belasting- en invorderingsrente. Belanghebbende kwam daartegen op. De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat het minimumpercentage van 8% voor de Vpb onverbindend is wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en verminderde de belastingrente tot 4%. Tegen deze uitspraak stelde de Staatssecretaris beroep in cassatie in.

In cassatie is de Staatssecretaris opgekomen tegen het oordeel van de Rechtbank dat artikel 1, aanhef en letter b, van het Besluit onverbindend is. Het cassatiemiddel betoogt dat de besluitgever binnen de delegatie van artikel 30hb AWR is gebleven en dat het hogere rentepercentage voor de Vpb gerechtvaardigd is door aansluiting bij de wettelijke rente voor handelstransacties, alsmede door budgettaire doelen en een prikkelwerking tot tijdige en juiste aangifte.

Toetsing aan evenredigheidsbeginsel

Het middel richt zich tegen het oordeel dat het hogere rentepercentage voor de Vpb onevenredig is. De Hoge Raad stelt voorop dat de delegatiegrondslag van artikel 30hb AWR ruimte laat voor differentiatie in rentepercentages, maar dat het Besluit als algemeen verbindend voorschrift wel kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen. De Hoge Raad onderschrijft dat de regeling zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd, zodat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel mogelijk is.

Gelijke gevallen, gelijke behandeling

Bij die toetsing bevestigt de Hoge Raad dat belastingplichtigen voor de Vpb en andere belastingen als gelijke gevallen moeten worden beschouwd voor de belastingrente. Het selectief hanteren van een hoger minimumpercentage van 8% voor uitsluitend Vpb-plichtigen dient in hoofdzaak een budgettair doel. Dat doel kan een lastenverzwaring niet rechtvaardigen wanneer deze zonder goede grond slechts één groep belastingplichtigen treft. De aansluiting bij de wettelijke rente voor handelstransacties vormt geen rechtvaardiging, omdat een nog niet geformaliseerde belastingschuld geen handelsvordering is. Ook de argumenten van vermijdbaarheid, prikkelwerking en symmetrie met belastingrentevergoeding bieden geen toereikende rechtvaardiging.

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat artikel 1, aanhef en letter b, van het Besluit leidt tot een ongefundeerde selectieve lastenverzwaring en daarom in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Het middel faalt. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.

Bron: Hoge Raad, 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:59

Wil je meer weten over belastingrente?

Vraag ‘t Tex!
Artikel delen:
Share this...
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
Linkedin

Net als 20.000 anderen het meest actuele fiscale nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jouw fiscaal partner

Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs

Footer

  • Producten advieskantoren
  • Fiscale AI assistent – Tex
  • Inkomstenbelasting
  • Omzetbelasting
  • Vennootschapsbelasting
  • Schenkbelasting en Erfbelasting
  • Jaarrekening
  • Dividendbelasting

  • Producten bedrijfsleven
  • Fiscale AI assistent – Tex
  • Jaarrekening
  • Nextens Grip
  • Fiscaal nieuws
  • Laatste nieuws
  • Podcasts
  • Kennisdocumenten
  • Productnieuws
  • Contact
  • Klantenservice
  • Technische Support Desk
  • Nextens Academy
  • Vacatures
Relx Logo
iso-certificate-mark
Relx Logo

  • The following regulations apply to the use of this website:
  • Terms and conditions
  • Security
  • Privacy policy
  • Cookie policy
  • Nextens® is a brand of LexisNexis® Risk Solutions, part of RELX.
  • Copyright reserved © 2025 LexisNexis Risk Solutions.