
De discussie over de toekomst van box 3 blijft de politiek bezighouden. Een rechtvaardig belastingstelsel, juridisch houdbare wetgeving en een uitvoerbare regeling blijken bijzonder lastig te verenigen. Voormalig staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst Marnix van Rij kent die afwegingen als geen ander. In een interview dat wij een tijdje geleden met hem hadden, blikt hij terug op de keuzes die hij zelf moest maken en schetst hij een mogelijke uitweg uit de politieke impasse.
Box 3 en de erfenis van het Kerstarrest
Toen Marnix van Rij in januari 2022 aantrad als staatssecretaris, kreeg hij de opdracht een nieuw box 3-stelsel te ontwikkelen waarin het werkelijke rendement zou worden belast. Vrijwel direct werd hij geconfronteerd met de gevolgen van het Kerstarrest van de Hoge Raad.
Van Rij ontwikkelde een aanpak langs drie lijnen, gericht op het verleden, het heden en de toekomst. Eerst moest het rechtsherstel voor bezwaarmakers worden geregeld. Vervolgens kwam de vraag op tafel hoe om te gaan met belastingplichtigen die geen bezwaar hadden gemaakt.
Dat speelde midden in de energiecrisis van 2022. Het kabinet moest kiezen tussen financiële compensatie voor niet-bezwaarmakers en ondersteuning van huishoudens die door de hoge energiekosten in de problemen kwamen. Uiteindelijk kreeg die laatste groep voorrang.
Met beroepsorganisaties en de Consumentenbond werden daarnaast procesafspraken gemaakt. Die resulteerden in de massaal-bezwaar-plusprocedure van november 2022. Volgens Van Rij was dat nodig om een grote hoeveelheid individuele bezwaren te voorkomen.
Waarom de overgangsregeling problematisch bleef
Ook de tijdelijke box 3-wetgeving bleek ingewikkeld. Een belangrijk probleem lag volgens Van Rij bij de bestaande indeling van vermogen. De ICT-systemen van de Belastingdienst konden niet op korte termijn onderscheid maken tussen afzonderlijke rendementen op aandelen, obligaties en vastgoed.
Voor spaarders werkte de forfaitaire benadering redelijk goed, omdat het veronderstelde rendement dicht bij de daadwerkelijk ontvangen rente lag. Voor andere beleggers was dat anders.
Van Rij voorzag dat aanvullende rechtsbescherming noodzakelijk zou worden. Al in het najaar van 2023 waarschuwde hij zijn ambtenaren rekening te houden met een tegenbewijsregeling. Die kwam er na de arresten van de Hoge Raad in juni 2024.
De overgangsregeling bestaat nog steeds, terwijl de invoering van een nieuw stelsel is uitgesteld tot 1 januari 2028. Dat betekent volgens Van Rij dat de Belastingdienst voorlopig met een grote hoeveelheid verzoeken om vermindering van aanslagen blijft zitten.
Vermogensaanwas of vermogenswinst?
Voor het nieuwe box 3-stelsel zette Van Rij aanvankelijk in op een vermogensaanwasbelasting. Daarbij wordt ook de jaarlijkse waardestijging van beleggingen belast, zelfs wanneer die nog niet is gerealiseerd.
Dat uitgangspunt bleek politiek moeilijk haalbaar. Vooral bij minder liquide bezittingen, zoals vastgoed en investeringen in start-ups en scale-ups, kan belastingheffing over ongerealiseerde waardestijgingen problemen veroorzaken.
Daarom werd een hybride stelsel ontwikkeld. Liquide beleggingen zouden worden belast op basis van vermogensaanwas, terwijl voor illiquide beleggingen de gerealiseerde vermogenswinst bepalend zou zijn. Het netto directe rendement, zoals rente, dividend en huur na aftrek van kosten, zou jaarlijks belast blijven.
Van Rij erkent dat dit compromis niet perfect is, maar wijst erop dat wetgeving ook uitvoerbaar moet zijn.
Een mogelijke uitweg uit de politieke impasse
Nu de politieke overeenstemming over het wetsvoorstel onder druk staat, ziet Van Rij een andere mogelijkheid.
Zijn voorstel is om de overgangswetgeving voorlopig voort te zetten, met een fictieve aftrek voor onderhoudskosten. Ondertussen zou het wetsvoorstel werkelijk rendement moeten worden omgebouwd tot een stelsel waarin voor alle vermogenstitels een vermogenswinstbelasting geldt.
Daarnaast bepleit hij een afzonderlijke, beperkte vermogensbelasting voor miljonairs. Die zou uitsluitend betrekking hebben op beleggingsvermogen, inclusief aanmerkelijkbelangaandelen voor zover het om beleggingsvermogen gaat. De eigen woning, het ondernemingsvermogen en spaargeld blijven buiten beschouwing.
Volgens Van Rij moet deze aanvullende belasting structureel drie miljard euro kunnen opleveren. Daarmee denkt hij een basis te kunnen leggen voor politieke overeenstemming.
Rechtvaardigheid, eenvoud en uitvoerbaarheid
Van Rij benadrukt dat een ideale oplossing niet bestaat. Het oorspronkelijke forfaitaire stelsel bood eenvoud en stabiele belastinginkomsten, maar kende ook een onrechtvaardige kant. Beleggers die structureel meer rendement behaalden dan het forfait, waren relatief voordelig uit.
Hoewel hij de economische voordelen van een vermogensaanwasbelasting onderkent, wegen voor hem ook de praktische gevolgen zwaar. Wetgeving, uitvoering, ICT en voldoende overheidsinkomsten moeten met elkaar in balans zijn.
Uiteindelijk is politiek draagvlak volgens Van Rij doorslaggevend. Zonder voldoende steun heeft een ingrijpende belastinghervorming weinig kans van slagen.
Zijn boodschap aan Den Haag is duidelijk.
‘Politiek Den Haag moet problemen oplossen, niet groter maken.’
Dit artikel is gebaseerd op een interview met Marnix van Rij, voormalig staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst en tegenwoordig bewindvoerder bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het volledige interview verscheen in Fiscaal Advies, 2026, nr. 5. Tex en Naslag gebruikers kunnen het interview ook online teruglezen.
Eenvoudig op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom box 3?



