
Op 6 mei 2026 is het wetsvoorstel Wet personeelsbehoud bij crisis ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel introduceert een structureel instrument waarmee werkgevers tijdens uitzonderlijke crises personeel kunnen behouden zonder direct over te gaan tot ontslag. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat een tijdelijke crisis leidt tot onnodige beëindiging van arbeidsrelaties.
Wat is de Wet personeelsbehoud bij crisis?
De wet creëert twee tijdelijke arbeidsrechtelijke instrumenten voor werkgevers die door een onvoorzienbare crisis worden getroffen: herplaatsing van werknemers en verminderde loondoorbetaling. Daarnaast introduceert het voorstel een gerichte loonsubsidie via UWV. De juridische basis raakt aan artikel 7:660b BW, artikel 25 Wet op de ondernemingsraden en artikel 16 Wet financiering sociale verzekeringen.
De wet vloeit voort uit de ervaringen met de NOW tijdens de coronacrisis. Toen moest die regeling in korte tijd worden ontwikkeld omdat een structureel instrument ontbrak. Het kabinet sluit met dit voorstel ook aan bij aanbevelingen van de Commissie Borstlap en de SER over interne wendbaarheid op de arbeidsmarkt.
Wanneer is de regeling van toepassing?
De regeling geldt uitsluitend bij onvoorzienbare omstandigheden die buiten het reguliere ondernemersrisico vallen. Het voorstel noemt expliciet: brand, explosies, uitzonderlijke weersomstandigheden, overheidsmaatregelen wegens dier- of plantziekten, uitval van vitale infrastructuur, oorlogssituaties en epidemieën. Andere crises kunnen bij ministeriële regeling worden aangewezen.
Een centrale voorwaarde is dat aannemelijk moet zijn dat de crisis gedurende minimaal één maand leidt tot ten minste 20% verminderde inzet van arbeidscapaciteit binnen de onderneming. Economische tegenvallers en normale conjunctuurschommelingen vallen nadrukkelijk buiten de regeling. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat regulier ondernemingsrisico wordt afgewenteld op de overheid.
De twee arbeidsrechtelijke instrumenten
Het eerste instrument betreft herplaatsing: werkgevers kunnen werknemers tijdelijk andere werkzaamheden laten verrichten, eventueel op een andere locatie of in een andere functie. Het tweede instrument betreft verminderde loondoorbetaling: werkgevers kunnen werknemers tijdelijk minder laten werken en tegelijkertijd minder loon betalen.
Beide instrumenten vereisen een aanvraag bij UWV. De werkgever moet aantonen dat de onderneming daadwerkelijk door een crisis is geraakt. Daarnaast moet de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of personeelsvergadering advies kunnen uitbrengen. De reguliere procedures van de Wet op de ondernemingsraden blijven grotendeels gelden, maar met kortere termijnen.
De regeling geldt per crisis maximaal zes aaneengesloten maanden. Een werkgever vraagt eerst een periode van twee, vier of zes maanden aan en kan dit verlengen tot het maximum.
Loonsubsidie: anders dan de NOW
Werkgevers die gebruikmaken van verminderde loondoorbetaling kunnen een loonsubsidie aanvragen bij UWV. Anders dan bij de NOW is de subsidie niet gebaseerd op omzetverlies, maar op daadwerkelijk minder gewerkte uren. Daarmee wil het kabinet de regeling gerichter maken.
De subsidie bedraagt in beginsel 65% van het loon over de subsidiabele uren, verhoogd met een opslag voor werkgeverslasten. Voor werknemers met lagere lonen geldt een alternatieve berekening op basis van 75% van het wettelijk minimumloon. Berekening vindt plaats aan de hand van gegevens uit de polisadministratie van UWV, wat grote nabetalingen of terugvorderingen moet voorkomen.
Werkgevers, werknemers en overheid dragen gezamenlijk de kosten. Beide partijen leveren een deel van het loon in tijdens de crisisperiode. Daarmee wil het kabinet moral hazard tegengaan en de prikkel behouden om de bedrijfsvoering aan te passen.
Bewuste keuze: geen deeltijd-WW
Het kabinet kiest nadrukkelijk niet voor een klassieke deeltijd-WW zoals die in Duitsland en België bestaat. In die landen wordt een beroep gedaan op individuele WW-rechten van werknemers. De Nederlandse variant richt zich uitsluitend op uitzonderlijke crises en niet op reguliere economische recessies. De maximale duur van zes maanden moet voorkomen dat structureel onrendabele bedrijven langdurig met overheidsgeld in stand worden gehouden.
Overheidswerkgevers vallen buiten de regeling omdat zij al uit publieke middelen worden gefinancierd. De wet wordt grotendeels gefinancierd vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Gevolgen voor werkgevers en werknemers
Voor werkgevers biedt het voorstel meer ruimte om personeel te behouden tijdens tijdelijke crises. Werknemers behouden vaker hun baan en een groot deel van hun inkomen. Ontslag blijft mogelijk als duidelijk wordt dat arbeidsplaatsen structureel verdwijnen. In dat geval vervalt de mogelijkheid om gebruik te maken van de crisisinstrumenten en wordt de subsidie verlaagd.
De wet is op dit moment nog een voorstel. Verdere behandeling vindt plaats in de Tweede Kamer.
Bron: Tweede Kamer, 6 mei 2026, 36940 nrs. 1, 2, 3 en 4

