THEMA

HOEVEEL ERFBELASTING BIJ STUKJES SPECULATIEGROND?

Erfgenamen komen in de nalatenschap van een overleden familielid kleine kavels landbouwgrond tegen. De overledene heeft dit gekocht om mee te speculeren, tegen hoge bedragen, schrijft de FD. Bij de erfbelasting leidt dat tot discussie over de waarde van de grond. Telt het hoge aankoopbedrag of de lagere agrarische waarde?

Kleine stukjes speculatiegrond

De casus die de krant behandeld gaat over de heer L. die versnipperd over Nederland kleine stukjes grond heeft gekocht, voor in totaal meer dan een miljoen euro. De vraag voor de erfgenamen is hoeveel zij moeten opgeven voor de erfbelasting. Tijdens het leven van de heer L. behoorde de grond in box 3 voor vermogen. Daar werden de percelen opgegeven tegen de agrarische waarde, een paar euro per vierkante meter. Na zijn dood zou misschien de koopwaarde gelden, wat voor een stuk grond bij Hardenberg betekent dat dit 70 euro per vierkante meter is.

Onverkoopbaar

Het is onwaarschijnlijk dat er ooit op de grond gebouwd zal worden en de familie de grond daardoor met winst zal kunnen verkopen. Ook zonder bebouwing is de grond bijna onverkoopbaar, met de kleine, over heel Nederland verdeelde stukjes, kan bijna niemand iets beginnen. De waardering tegen de koopwaarde zou betekenen dat de familie zo’n 200.000 euro aan erfbelasting moet betalen, terwijl er geen uitzicht is dat ze de waarde ooit kunnen verzilveren.

‘Slechts een euro aan waarde’

De familie nam een taxateur in de arm om de grond te kunnen taxeren voor de belastingaangifte. Deze geeft aan dat hij het voor slechts een euro zou willen waarderen, omdat het onmogelijke grond is geworden. Zelfs de landbouwwaarde, enkele euro’s per vierkante meter, is volgens hem nog te hoog. Door de versnippering is het ook voor boeren moeilijk geworden om de grond te gebruiken. Maar de fiscus ziet dat volgens de taxateur anders.

Geen specifieke regels

De Belastingdienst geeft tegen het FD aan dat er geen specifieke waarderingsregels zijn voor dit soort vermogensbestanddelen. De hoofdregel is dat de waarde in het economisch verkeer geldt. Het is aan de belastingplichtige om de waarde te onderbouwen via bijvoorbeeld de koopprijs of een taxatierapport.

Marktprijzen leidend

Wouter Burgerhart, hoogleraar fiscale aspecten van de notariële rechtspraktijk aan de Rijksuniversiteit Groningen beredeneert: “Het gaat er bij de waarde in het economisch verkeer om wat een koper bereid is om te betalen voor een stuk grond. De prijzen op de markt zijn daarvoor leidend. Of de aankoop speculatief is of niet, of dat men wellicht is bekocht, doet niet ter zake.”

Altijd op de hoogte blijven?


Ontvang gratis fiscaal nieuws in uw mailbox
  • Vond u dit bericht waardevol?
Share this post