
De Wet werkelijk rendement box 3 komt toch nog voor het zomerreces op de agenda van de Eerste Kamer. Daarmee blijft het wetsvoorstel richting een nieuw box 3-stelsel nadrukkelijk in beeld. Tegelijkertijd is de politieke uitkomst onzeker. In de senaat leven stevige bezwaren tegen de gekozen systematiek, vooral tegen belastingheffing over niet-gerealiseerde waardestijgingen. De vraag is daarom niet alleen hoe het nieuwe stelsel eruit moet zien, maar ook of verder uitstel wenselijk is.
Eerste Kamer wil debat over Wet werkelijk rendement box 3
De Eerste Kamer wil nog voor het zomerreces debatteren over de Wet werkelijk rendement box 3. Het wetsvoorstel ligt sinds februari bij de senaat, nadat de Tweede Kamer ermee instemde. Daar kreeg het voorstel steun van onder meer SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD.
In de Eerste Kamer ligt de behandeling minder eenvoudig. Uit de commissiebehandeling blijkt dat meerdere fracties moeite hebben met de systematiek. Toch wil een meerderheid het debat niet verder doorschuiven. Daarmee blijft het voorstel politiek actueel, ondanks de kritiek.
Wat verandert er in box 3 vanaf 2028?
De Wet werkelijk rendement box 3 moet vanaf 2028 een nieuw stelsel invoeren voor de belastingheffing over sparen en beleggen. De kern is dat niet langer wordt gewerkt met een forfaitair rendement. In plaats daarvan kijkt het stelsel naar het werkelijk rendement.
Dat klinkt overzichtelijk, maar de uitwerking is complex. Het voorstel gaat in de basis uit van een vermogensaanwasbelasting. Daardoor worden niet alleen rente, dividend en huur belast, maar ook waardestijgingen van vermogen. Dat geldt ook wanneer die waardestijging nog niet is gerealiseerd.
Waarom papieren winst tot weerstand leidt
Juist de belastingheffing over niet-gerealiseerde waardestijgingen zorgt voor discussie. Tegenstanders spreken vaak over papieren winsten. Daarbij gaat het om vermogen dat op papier meer waard is geworden, terwijl de eigenaar nog geen verkoopopbrengst heeft ontvangen.
Een deel van de senaat ziet daarom liever een vermogenswinstbelasting. Dan wordt pas belasting geheven wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. In het huidige wetsvoorstel bestaat zo’n uitzondering al voor onroerende zaken en voor aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen.
Voor andere vermogensbestanddelen blijft de vermogensaanwasbelasting voorlopig het uitgangspunt. Daarmee blijft het spanningsveld bestaan tussen uitvoerbaarheid, budgettaire opbrengst en aansluiting bij werkelijk rendement. Zie ook ons eerdere artikel Kabinet kiest voor box 3 tussenstap richting vermogenswinstbelasting.
Politieke steun blijft onzeker
De politieke situatie in de Eerste Kamer is ingewikkeld. Verschillende fracties hebben bezwaren tegen de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Toch zijn zij het niet eens over de vervolgstap.
Sommige partijen zien aannemen van het wetsvoorstel als een manier om beweging te houden in het box 3-dossier. Andere fracties vinden juist dat het kabinet eerst met een aangepast of nieuw voorstel moet komen. Ook de timing speelt mee. Onder meer VVD en D66 wilden de behandeling volgens berichtgeving liever uitstellen totdat duidelijker is welke wijzigingen het kabinet nog wil aanbrengen.
Of er voor het zomerreces ook wordt gestemd, is daarom nog niet zeker. Een debat kan snel plaatsvinden, maar fracties kunnen alsnog wachten op nadere informatie van het kabinet.
Financieel belang voor het kabinet
Voor het kabinet staat er veel op het spel. Als het nieuwe stelsel niet per 2028 kan ingaan, blijft de tijdelijke systematiek met tegenbewijs langer van kracht. Volgens het kabinet leidt dat tot een budgettaire derving van ongeveer 2,4 miljard euro per jaar.
Dat financiële belang speelt al langer mee in het politieke debat. Ook in de Tweede Kamer woog het mee bij de steun voor het wetsvoorstel, ondanks inhoudelijke bezwaren. De Eerste Kamer beoordeelt nu dus niet alleen de fiscale techniek, maar ook de gevolgen van uitstel.
Conclusie
De Wet werkelijk rendement box 3 blijft voorlopig op tafel. De Eerste Kamer wil het debat nog voor het zomerreces voeren, maar de stemming is onzeker. Vooral de vermogensaanwasbelasting en dus de heffing over papieren winsten blijven politiek gevoelig. Daarmee blijft onduidelijk hoe box 3 er vanaf 2028 precies uit gaat zien. Wordt ongetwijfeld vervolgd…
Wil jij zeker weten dat je goed zit met box 3?



